THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Introductie

De meeste botaandoeningen die zich bij kinderen kunnen voordoen, zijn vergelijkbaar met de botaandoeningen bij volwassenen, al er zijn enkele verschillen. De botten van kinderen groeien voortdurend en ondergaan uitgebreide vormveranderingen (remodellering). De groei gaat uit vanuit een kwetsbaar gedeelte van het bot, de ‘groeischijf' (epifyse) genaamd. Bij remodellering wordt oud botweefsel geleidelijk door nieuw botweefsel vervangen. (see Botten)

De botten van kinderen kunnen veel sterkere remodellering ondergaan dan die van volwassenen. Botten van kinderen genezen ook sneller en littekenvorming en verstijving ontstaan bij hen minder vaak. De meeste botaandoeningen die zich op de kinderleeftijd voordoen, zijn niet ernstig en veroorzaken geen blijvende problemen.

illustrative-material.sidebar 1

Veelvoorkomende voet-, knie- en beenaandoeningen bij zuigelingen en jonge kinderen

Veel knie- en voetproblemen die ouders bij hun zuigelingen en jonge kinderen constateren, verdwijnen op den duur zonder behandeling vanzelf. Sommige problemen ontstaan doordat de benen zich voor de geboorte in de baarmoeder in een bepaalde positie bevonden. In zeldzame gevallen kan behandeling nodig zijn.

Bij platvoeten lijkt het midden van de voet ingezakt, terwijl het normaal gesproken gewelfd is. Door een vetkussentje onder de voetboog kan het lijken alsof een zuigeling platvoeten heeft. Platvoeten kunnen soms een gevolg zijn van een ongewoon soepele voetboog (flexibele platvoeten). Een andere oorzaak van platvoeten is verstijving van de voetgewrichten waardoor een ingezakte boog gefixeerd blijft (tarsale coalitie). Tarsale coalitie kan een aangeboren afwijking zijn of het gevolg van een bepaalde aandoening, zoals verwonding of aanhoudende zwelling.

Vetkussentjes en flexibele platvoeten veroorzaken gewoonlijk geen klachten. Soms veroorzaken flexibele platvoeten pijn of kramp in de voeten. Tarsale coalitie kan pijn of kramp veroorzaken. Voeten met tarsale coalitie zijn stijf, wat hinderlijk kan zijn bij wandelen of hardlopen.

Vetkussentjes hoeven niet te worden behandeld. Flexibele platvoeten hoeven doorgaans niet te worden behandeld. Bij een ouder kind kunnen platvoeten echter pijn of kramp in de voeten veroorzaken. In dat geval kan aangepast schoeisel noodzakelijk zijn. Bij de behandeling van tarsale coalitie wordt vaak een gipsverband gebruikt. Soms wordt de beweeglijkheid van de voet hersteld door de vergroeide inwendige structuren operatief los te maken.

Bij o-benen (fysiologische genu varum) lijkt het of de knieën van elkaar wegdraaien. O-benen ontstaan doordat de benen voor de geboorte op een bepaalde manier gebogen zijn om in de baarmoeder te passen. O-benen ontstaan bij peuters en worden als normaal beschouwd. De vreemde aanblik van de knieën is gewoonlijk het enige symptoom. De aandoening verdwijnt meestal vanzelf, ongeveer een jaar nadat het kind is gaan lopen.

Bij x-benen (genu valgum) wijzen de knieën naar binnen. X-benen komen het meest voor bij kinderen in de leeftijd van 3 tot 5 jaar. Tegen de leeftijd van 10 jaar verdwijnt de aandoening meestal vanzelf.

Rotatieafwijking van het dijbeen (femur) betreft de kromming van het bovenbeen. Bij de binnenwaartse rotatieafwijking buigen de dijbenen naar binnen. De knieën en meestal ook de tenen zijn naar elkaar toe gedraaid. Bij de buitenwaartse rotatieafwijking buigen de dijbenen naar buiten. De knieën en tenen zijn van elkaar af gedraaid. De binnenwaartse rotatieafwijking komt veel vaker voor dan de buitenwaartse rotatieafwijking. Kinderen met de binnenwaartse rotatieafwijking hebben soms abnormaal soepele gewrichten en gewrichtsbanden.

Beide rotatieafwijkingen verdwijnen meestal vanzelf wanneer het kind ouder is en begint te lopen. Soms wordt de binnenwaartse rotatieafwijking gecorrigeerd door ervoor te zorgen dat het kind rechtop zit. Deze houding is mogelijk pas vol te houden als het kind de schoolleeftijd bereikt. In de incidentele gevallen waarin een binnenwaartse rotatieafwijking na de leeftijd van 10 jaar nog niet over is, moet mogelijk het bot operatief worden rechtgezet. Het kan jaren duren voordat een binnenwaartse of buitenwaartse rotatieafwijking verbetert.

Rotatieafwijking van het scheenbeen (tibia) betreft de kromming van het scheenbeen. Rotatieafwijking van het scheenbeen ontstaat voor de geboorte en komt zeer veel voor. Bij de binnenwaartse rotatieafwijking buigt het scheenbeen naar binnen, waardoor de tenen naar elkaar toe zijn gedraaid. Bij de buitenwaartse rotatieafwijking buigt het scheenbeen naar buiten, waardoor de tenen van elkaar af zijn gedraaid. Rotatieafwijking van het scheenbeen wordt vaak in het tweede levensjaar geconstateerd, wanneer het kind begint te lopen. Het scheenbeen ziet er gekromd uit, maar wordt geleidelijk rechter nadat het kind is gaan lopen.

Oorzaken

Botaandoeningen bij kinderen kunnen ontstaan door dezelfde oorzaken als bij volwassenen, zoals verwondingen en infecties. Oorzaken die zich vooral bij kinderen voordoen, zijn onder meer een zich geleidelijk ontwikkelende onjuiste stand van de botten. Bij kinderen kunnen de botten in de benen sterk gekromd zijn, wat meestal het gevolg is van de positie van de benen in de baarmoeder.

Een slechte bloedtoevoer kan ook de groeischijf beschadigen, net als losraken van de groeischijf van de rest van het bot of zelfs door een iets afwijkende stand. Wanneer de groeischijf is beschadigd, wordt de botgroei onderdrukt, raakt het gewricht vervormd en kan langdurige beschadiging van het gewricht (artrose) optreden.

Bepaalde zeldzame erfelijke bindweefselaandoeningen tasten de botten aan, bijvoorbeeld het syndroom van Marfan, mucopolysacharidose, osteogenesis imperfecta, chondrodysplasie en osteopetrose. (see Introductie)

Symptomen en diagnose

Kinderen ervaren gewoonlijk dezelfde symptomen als volwassenen. Pijn komt algemeen voor en kan geleidelijk in een periode van weken of langer ontstaan. Zuigelingen en zeer jonge kinderen kunnen mogelijk niet goed aangeven dat ze pijn hebben. Soms veroorzaken botaandoeningen pijnloze misvormingen. Sommige misvormingen hebben invloed op het vermogen van het kind om te lopen of de ledematen te gebruiken. De diagnose van ‘botaandoeningen' is bij kinderen en volwassenen hetzelfde.

Behandeling

De meeste botaandoeningen, zoals breuken en infecties, worden bij kinderen op dezelfde manier behandeld als bij volwassenen.

Als de groeischijf is beschadigd, kan een operatie zinvol zijn. De normale botgroei kan mogelijk worden hersteld door losgeraakte of onjuist aaneengesloten delen van de groeischijf operatief weer nauwkeurig op de juiste plaats te zetten. Met een operatie wordt de irritatie die de onjuiste stand veroorzaakt, minder en kan mogelijk het ontstaan van artrose in het gewricht worden voorkomen.

Als een botaandoening een lichamelijke misvorming veroorzaakt, kan het kind hierdoor angstig of neerslachtig worden. Sommige behandelingen voor botaandoeningen kunnen psychisch ook moeilijk te accepteren zijn. Zo dragen jongeren mogelijk niet graag een rugkorset (brace) voor de behandeling van scoliose omdat ze er daarmee anders uitzien dan leeftijdgenoten. Met psychologische begeleiding kunnen angsten en neerslachtigheid worden verminderd. Ook om een kind een moeilijke behandeling te laten volhouden kan een dergelijke begeleiding zinvol zijn.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Scoliose

Figures
Tables
Disclaimer