THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Vaccinaties
Back to Top

Section

Subject

Topics

Vaccinaties

Kinderen moeten tegen infectieziekten worden ingeënt. Veel ziekten die door inenting worden voorkomen, komen in grote delen van de wereld nog steeds in meerdere of mindere mate voor. Deze ziekten kunnen zich snel verspreiden onder niet-ingeënte kinderen, die nog een extra groot risico lopen wanneer ze naar andere landen gaan.

Geen enkel vaccin is 100% effectief en 100% veilig. Een klein aantal ingeënte kinderen wordt niet immuun en enkelen hebben last van bijwerkingen. In de meeste gevallen zijn dit lichte bijwerkingen, zoals pijn op de prikplaats, een jeukende uitslag of verhoging. Zeer zelden doen zich ernstiger problemen voor. De kinkhoestcomponent van het in Nederland tot 2005 gebruikte cellulaire DKTP-vaccin (difterie-kinkhoest-tetanus-polio), dat hele cellen bevat, is de oorzaak van koortsstuipen (see Infantiele spasmen en koortsstuipen) bij ongeveer 1 op de 10.000 kinderen en nog minder vaak de oorzaak van verwardheid en flauwvallen. Hoewel de kinderen geen blijvende schade van deze episoden ondervinden, raken de ouders er ernstig door verontrust. Artsen raden nu aan een nieuwere versie van het vaccin te gebruiken die gebaseerd is op een acellulaire kinkhoestcomponent en stukjes van cellen bevat. Hierbij is het risico dat deze reacties optreden veel kleiner. Zo zijn er ook koortsstuipen opgetreden bij 3 op de 10.000 kinderen die met het BMR-vaccin (bof-mazelen-rubella) waren ingeënt. Hoewel in de pers berichten zijn verschenen over het BMR-vaccin als mogelijke veroorzaker van autisme, is wetenschappelijk bewezen dat dit niet zo is.

Wanneer ouders zich zorgen maken over de risico's van vaccinaties, moeten ze zich voor ogen houden dat hun kind een groter risico loopt door de ziekten die door vaccinaties worden voorkomen.

De meeste artsen volgen het vaccinatieschema van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De aanbevolen leeftijd voor vaccinaties moet niet te strikt worden opgevat. Twee maanden kan bijvoorbeeld ook 6 of 10 weken betekenen. Het is echter wel belangrijk dat ouders hun kinderen zoveel mogelijk volgens het schema laten inenten, hoewel enige vertraging geen invloed heeft op de immuniteit die uiteindelijk wordt bereikt. Vaccinaties hoeven niet te worden uitgesteld bij verhoging als gevolg van een lichte infectie als een verkoudheid. Achterstand op het vaccinatieschema betekent evenmin dat de injecties weer opnieuw vanaf het begin moeten worden toegediend.

Bij een bezoek aan het consultatiebureau kan meer dan één vaccin tegelijk worden toegediend. Verschillende inentingen worden gecombineerd tot één injectie, bijvoorbeeld difterie, kinkhoest, tetanus en polio (DKTP). Het vaccin tegen Haemophilus influenzatype b (Hib) wordt apart of gemengd met DKTP-vaccin op hetzelfde tijdstip gegeven. Wanneer de moeder draagster is van het hepatitis-B-virus of wanneer een van de ouders uit een risicogebied voor hepatitis B afkomstig is, wordt tegelijkertijd ook hiertegen ingeënt. Met een combinatievaccin zijn er minder injecties nodig, maar dit vermindert de veiligheid of effectiviteit van de vaccins niet. De vaccinatie voor bof, mazelen en rode hond (BMR) wordt ook als een injectie gegeven, tegelijkertijd met het vaccin tegen meningokokken C (Men C).

illustrative-material.figure-short 3

Vaccinatieschema voor zuigelingen en kinderen

Vaccinaties zijn belangrijk voor de gezondheid van zuigelingen en kinderen. De standaard aanbevolen leeftijden waarop zuigelingen of kinderen met bepaalde vaccins moeten worden ingeënt, zijn in het overzicht weergeven. De aanbevolen leeftijd voor vaccinatie kan van de omstandigheden afhangen:

Als een vrouw met het hepatitis-B-oppervlakteantigeen in haar bloed een kind baart, zal de arts waarschijnlijk aanraden het kind binnen 2 uur na de geboorte hepatitis-B-immunoglobuline toe te dienen, gevolgd door drie vaccinaties in het eerste levensjaar.

Wanneer ten minste een van de ouders afkomstig is uit een land waar hepatitis B veel voorkomt, wordt ook geadviseerd de kinderen volgens het overzicht te vaccineren. Kinderen van ouders die afkomstig zijn uit een land waar veel tuberculose (TBC) voorkomt en die dat land regelmatig bezoeken, worden met het BCG-vaccin tegen tuberculose ingeënt. Dit vindt bij voorkeur plaats op de leeftijd van 9 tot 11 maanden of 2 maanden voor vertrek naar het land van herkomst.

           
 

leeftijd

vaccinaties

leeftijd

vaccinaties

 
 

2 maanden

DKTP-Hib-1 + Hep B*

14 maanden

BMR-1 + Men C

 
 

3 maanden

DKTP-Hib-2

4 jaar

DKTP-5

 
 

4 maanden

DKTP-Hib-3 + Hep B*

9 jaar

DTP-6 + BMR-2

 
 

11 maanden

DKTP-Hib-4 + Hep B*

     
           
 

BMR:

bof, mazelen en rodehond

 
 

DKTP:

difterie, kinkhoest, tetanus en poliomyelitis

 
 

Hib:

Haemophilus influenzaetype b

 
 

Hep B:

hepatitis B * = alleen voor kinderen van wie ten minste een van de ouders afkomstig is uit een land waar hepatitis B veel voorkomt en voor kinderen van wie de moeder draagster van het hepatitis-B-virus is

 
 

Men C:

meningokokken C

 

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Preventie en onderzoeken door de arts

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer