THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Introductie

Wanneer wordt nagelaten de verzorging of aandacht te geven die onmisbaar is voor een kind, is er sprake van ‘verwaarlozing'. Wanneer een kind leed of letsel wordt toegebracht, is er sprake van ‘mishandeling'. Bij verwaarlozing wordt niet tegemoetgekomen aan de belangrijkste levensbehoeften van een kind betreffende opvoeding en onderwijs en op lichamelijk, medisch en psychisch gebied. Emotionele verwaarlozing maakt deel uit van psychische mishandeling. Een kind kan lichamelijk of geestelijk worden mishandeld. Ook seksueel misbruik valt onder lichamelijke mishandeling. De verschillende vormen van mishandeling komen soms tegelijk voor. Verwaarlozing en mishandeling van kinderen komen vaak tegelijk en in combinatie met andere vormen van huiselijk geweld voor, zoals geweld binnen het huwelijk. Naast de directe schade veroorzaken verwaarlozing en mishandeling problemen op lange termijn, zoals psychische problemen en drugs- of alcoholmisbruik. Ook is bij volwassenen die als kind lichamelijk zijn mishandeld of seksueel zijn misbruikt, het risico groter dat ze later hetzelfde met hun eigen kinderen doen.

In de Verenigde Staten worden jaarlijks meer dan 800.000 kinderen verwaarloosd of mishandeld en ongeveer 1100 van deze kinderen overlijden. Verwaarlozing komt ongeveer drie keer vaker voor dan lichamelijke mishandeling.

Verwaarlozing en mishandeling zijn het gevolg van een complexe combinatie van persoonlijke, familiaire en sociale factoren. Het risico van verwaarlozing of mishandeling van een kind kan groter zijn bij een ouder die alleenstaand is en weinig te besteden heeft, een drugs- of alcoholprobleem of een psychisch en psychiatrisch probleem heeft, zoals een gering gevoel van eigenwaarde of een persoonlijkheidsstoornis. Verwaarlozing komt 12 keer vaker voor bij kinderen die in armoede leven.

Artsen en verpleegkundigen kunnen vermoedelijke gevallen van kindermishandeling of ‑verwaarlozing melden bij een plaatselijk Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Afhankelijk van de omstandigheden kan ook justitie in kennis worden gesteld. Mensen die uit hoofde van hun beroep kinderen jonger dan 18 jaar onder hun hoede hebben, zouden direct melding moeten maken van mishandeling of verwaarlozing van een kind. Hiertoe behoren leerkrachten, medewerkers van kinderdagverblijven en politiemensen en juridische medewerkers. Anderen die weten of vermoeden dat een kind wordt verwaarloosd of mishandeld, worden aangemoedigd dit te melden, maar zijn hiertoe niet verplicht.

Alle gemelde gevallen van kindermishandeling worden onderzocht door medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming, die bepalen wat er feitelijk aan de hand is en die aanbevelingen doen. De Raad kan adviseren een maatschappelijk werker in te schakelen (voor kind en gezinsleden), het kind tijdelijk in een ziekenhuis of pleeggezin op te nemen of de rechter te vragen een kinderbeschermingsmaatregel op te leggen. Een medewerker van de Raad kan, om tot een beslissing te komen, contact opnemen met de arts over de directe medische zorg die het kind nodig heeft, over de ernst van de schade die het kind is berokkend en het risico van verdere verwaarlozing of mishandeling.

Vormen

Er zijn diverse vormen van kinderverwaarlozing en ‑mishandeling.

Lichamelijke verwaarlozing: niet tegemoetkomen aan de basisbehoeften van een kind wat betreft voeding, kleding en onderdak is de voornaamste vorm van verwaarlozing. Maar er zijn nog veel andere vormen. Sommige ouders zorgen niet voor preventieve medische en tandheelkundige zorg voor hun kind, zoals vaccinaties en regelmatige lichamelijke onderzoeken. Ouders roepen bij ziekte mogelijk te laat de hulp in van een arts, waardoor het kind het risico loopt van een ernstiger ziekte en mogelijk zelfs overlijden. Het komt voor dat ouders er niet voor zorgen dat het kind onderwijs krijgt. Ouders kunnen een kind overlaten aan de zorg van iemand van wie bekend is dat hij of zij anderen heeft mishandeld of misbruikt of ze laten een jong kind zonder toezicht achter.

Lichamelijke mishandeling: een kind lichamelijk leed of letsel berokkenen, waaronder ook lijfstraffen worden gerekend, is lichamelijke mishandeling. Lichamelijke mishandeling komt bij kinderen op elke leeftijd voor, maar vooral zuigelingen en peuters zijn kwetsbaar. Lichamelijke mishandeling is de meest voorkomende oorzaak van ernstig hoofdletsel bij zuigelingen. Bij peuters is het risico groter dat lichamelijke mishandeling buikletsel veroorzaakt, soms met dodelijke afloop. Lichamelijke mishandeling (inclusief moord) behoort tot de tien voornaamste doodsoorzaken bij kinderen. Over het algemeen vermindert het risico van mishandeling van het kind in de eerste schooljaren en neemt het toe tijdens de adolescentie.

De meeste plegers van lichamelijk geweld zijn mannen die bekenden zijn van de kinderen. Kinderen van jonge, alleenstaande en in armoede levende ouders lopen het grootste risico. Spanningen in het gezin dragen bij aan lichamelijke mishandeling. De spanningen kunnen het gevolg zijn van werkloosheid, veelvuldige verhuizingen, sociale isolatie van vrienden of familie of aanhoudend huiselijk geweld. Moeilijke kinderen (prikkelbaar, veeleisend, hyperactief of gehandicapt) lopen mogelijk een groter risico van lichamelijke mishandeling. Lichamelijke mishandeling wordt vaak uitgelokt door een crisis die zich voordoet terwijl er al spanningen zijn. Er kan sprake zijn van een crisis bij verlies van werk, een sterfgeval in de familie, ongehoorzaamheid van het kind of zelfs als het kind per ongeluk een keer niet zindelijk was.

Seksueel misbruik: er is sprake van seksueel misbruik als met een kind een handeling wordt verricht ten behoeve van de seksuele bevrediging van een volwassene of van een kind dat beduidend ouder is. Het betreft onder meer penetratie van de vagina, anus of mond van het kind, aanraking van het kind met seksuele bedoelingen, maar zonder penetratie, geslachtsdelen of pornografie tonen aan het kind en het kind gebruiken voor de productie van pornografie. Seksuele spelletjes van kinderen onderling vallen niet onder seksueel misbruik. Bij seksuele spelletjes bekijken kinderen die minder dan 4 jaar in leeftijd verschillen elkaars geslachtsdelen of raken deze aan zonder dat er sprake is van geweld of dwang.

Op zestienjarige leeftijd is ongeveer 30% van de meisjes en ongeveer 3% van de jongens seksueel misbruikt. Seksueel misbruik wordt meestal begaan door een bekende van het kind. In veel gevallen is dit een stiefvader, een oom of de vriend van de moeder. Seksueel misbruik door vrouwen komt minder vaak voor.

In bepaalde situaties is het risico van seksueel misbruik groter. Zo lopen kinderen die verschillende verzorgers hebben of een verzorger hebben met verscheidene seksuele partners meer risico. Het risico is ook groter bij sociaal isolement, gering gevoel van eigenwaarde, gezinsleden die eveneens seksueel zijn misbruikt of omgang met een jeugdbende.

Geestelijke mishandeling: een kind met woorden of handelingen psychisch leed berokkenen is geestelijke mishandeling. Geestelijke mishandeling geeft kinderen het gevoel dat ze waardeloos, onvolmaakt en onbemind zijn, dat ze gevaar lopen of dat ze alleen worden gewaardeerd wanneer ze aan de verlangens van iemand anders tegemoetkomen.

Geestelijke mishandeling omvat minachten, uitbuiten, terroriseren, afzonderen en verwaarlozen. Minachten betekent geringschatting tonen voor de capaciteiten en verworvenheden van het kind. Uitbuiten omvat aanzetten tot afwijkend of crimineel gedrag, zoals overtredingen en misdrijven of alcohol- of drugsgebruik. Terroriseren betekent het kind pesten, bedreigen of bang maken. Afzonderen betekent geen contact toestaan tussen het kind en andere volwassenen of kinderen. Emotionele verwaarlozing betekent het kind negeren, er niet mee omgaan, het kind geen aandacht en liefde geven. Geestelijke mishandeling vindt vaak lange tijd achtereen plaats.

Münchhausen-by-proxy: bij deze ongewone vorm van kindermishandeling wordt een ziekte van het kind door een verzorger, meestal de moeder, overdreven, verzonnen of veroorzaakt. (see Somatoforme stoornissenSidebar)

Symptomen

De symptomen van verwaarlozing en mishandeling variëren en zijn deels afhankelijk van de aard en duur van de verwaarlozing en mishandeling, van het kind en van de specifieke omstandigheden. Behalve direct opvallende lichamelijke verwondingen, behoren emotionele en psychische problemen tot de symptomen. Dergelijke problemen kunnen direct of later ontstaan en kunnen blijvend zijn.

Lichamelijke verwaarlozing: lichamelijk verwaarloosde kinderen maken vaak de indruk ondervoed, vermoeid of vies te zijn of hebben geen geschikte kleding. Ze kunnen vaak van school verzuimen. In extreme gevallen wordt ontdekt dat de kinderen alleen of samen met broertjes en zusjes wonen, zonder toezicht van een volwassene. De lichamelijke en emotionele ontwikkeling kan vertraagd zijn. Sommige verwaarloosde kinderen komen om door honger of door blootstelling aan barre omstandigheden.

Lichamelijke mishandeling: vaak zijn er bloeduitstortingen, brandwonden, striemen of schaafplekken te zien. Deze vertonen dikwijls de vorm van het voorwerp dat is gebruikt om de verwondingen toe te brengen, zoals een riem of snoer. Op de armen of benen kunnen verwondingen zichtbaar zijn die zijn veroorzaakt door sigaretten of hete vloeistoffen. Er kunnen ernstige, maar onzichtbare verwondingen aan de mond, ogen, hersenen of inwendige organen aanwezig zijn. De kinderen vertonen soms tekenen van oude verwondingen, zoals botbreuken die zijn genezen. Soms leiden verwondingen tot misvorming.

Peuters die opzettelijk in een heet bad zijn gedompeld, hebben brandwonden. Deze kunnen zich op de billen bevinden en de vorm van een donut hebben. Het opspattende hete water kan kleine brandwonden op andere gedeelten van het lichaam veroorzaken.

Zuigelingen die door elkaar zijn geschud, kunnen het shaken-baby-syndroom hebben. Dit syndroom wordt veroorzaakt door de zuigeling met kracht te schudden, vaak gevolgd door de zuigeling met kracht neer te leggen. Door elkaar geschudde zuigelingen hebben mogelijk geen zichtbare verwondingen en maken de indruk zeer vast te slapen. Deze slaperigheid is het gevolg van hersenbeschadiging en ‑zwelling die mogelijk zijn veroorzaakt door een bloeding tussen de hersenen en de schedel (subdurale bloeding). Zuigelingen kunnen achter in de ogen ook bloedingen in het netvlies hebben (retinale bloedingen). Er zijn mogelijk ribben of andere botten gebroken.

Kinderen die langdurig zijn mishandeld of misbruikt, zijn vaak angstig en prikkelbaar. Ze slapen vaak slecht. Ze hebben mogelijk last van depressie en angsten. Het risico dat ze zich gewelddadig, crimineel of suïcidaal gedragen is verhoogd.

Seksueel misbruik: gedragsveranderingen komen veel voor. Dergelijke veranderingen kunnen zeer plotseling optreden en extreem zijn. Deze kinderen kunnen agressief of teruggetrokken worden en fobieën of slaapstoornissen ontwikkelen. Kinderen die seksueel worden misbruikt, vertonen soms seksuele gedragingen die niet bij hun leeftijd passen. Kinderen die seksueel zijn misbruikt door een ouder of een ander gezins- of familielid, hebben soms tegenstrijdige gevoelens. Het kan zijn dat ze emotioneel gehecht zijn aan de pleger, maar zich toch door deze persoon verraden voelen.

Seksueel misbruik kan ook tot lichamelijk letsel leiden. Rond de geslachtsdelen, endeldarm of mond van het kind kunnen bloeduitstortingen, scheuren of bloedingen te zien zijn. Door verwondingen in het gebied rond de geslachtsdelen en de endeldarm heeft het kind soms moeite met lopen en zitten. Bij meisjes kunnen last hebben van vaginale afscheiding. Er kan sprake zijn van een seksueel overdraagbare aandoening, zoals gonorroe, Chlamydia en soms besmetting met HIV (humaan-immunodeficiëntievirus).

Geestelijke mishandeling: over het algemeen zijn kinderen die geestelijk worden mishandeld onzeker en angstig over hun relaties met andere mensen omdat niet consequent of op voorspelbare wijze aan hun behoeften werd voldaan. Zuigelingen die emotioneel worden verwaarloosd, kunnen de indruk wekken geen emoties en geen interesse in hun omgeving te hebben. Hun gedrag kan onterecht worden aangezien voor geestelijke ontwikkelingsachterstand of een lichamelijke aandoening. Kinderen die emotioneel worden verwaarloosd, hebben soms onvoldoende sociale vaardigheden of zijn traag wat betreft hun spraak- en taalontwikkeling. Kinderen die minachtend worden bejegend, hebben mogelijk weinig gevoel van eigenwaarde. Kinderen die worden uitgebuit, begaan mogelijk misdrijven of gebruiken alcohol of drugs. Kinderen die worden geterroriseerd, kunnen een angstige en teruggetrokken indruk wekken. Ze kunnen wantrouwend of teruggetrokken zijn en zijn er sterk op gebrand om het volwassenen naar de zin te maken. Kinderen die worden afgezonderd, voelen zich slecht op hun gemak in sociale situaties en kunnen moeilijk normale relaties aangaan. Oudere kinderen gaan vaak niet regelmatig naar school en wanneer ze wel op school zijn, functioneren ze mogelijk niet goed.

Diagnose

Verwaarlozing en mishandeling zijn vaak moeilijk te herkennen tenzij kinderen een ernstig ondervoede indruk wekken of duidelijke verwondingen hebben, of tenzij anderen getuige zijn geweest van de verwaarlozing of mishandeling. Verwaarlozing en mishandeling kunnen mogelijk jarenlang onopgemerkt blijven. Er zijn veel redenen voor dit probleem. Mishandelde kinderen kunnen het gevoel hebben dat mishandeling normaal is en brengen het daarom niet ter sprake. Lichamelijk mishandelde en seksueel misbruikte kinderen vertellen er vaak niet graag uit zichzelf over omdat ze zich schamen, omdat ze zijn gedreigd met represailles of zelfs omdat ze het gevoel hebben dat ze de mishandeling verdienen. Lichamelijk mishandelde kinderen beschrijven vaak wat er met hen is gebeurd als er rechtstreeks naar wordt gevraagd, maar seksueel misbruikte kinderen doen dit niet altijd omdat ze geheimhouding moesten beloven of zo zijn getraumatiseerd dat ze er niet over kunnen praten.

Wanneer verwaarlozing of mishandeling wordt vermoed, kijkt een arts of er tekenen van andere vormen van mishandeling zijn. Ook wordt uitgebreid nagegaan hoe het is gesteld met de behoeften van het kind op lichamelijk, emotioneel en sociaal gebied en met de omgeving van het kind.

Lichamelijke verwaarlozing: een arts, verpleegkundige of maatschappelijk werker constateert verwaarlozing van een kind meestal tijdens onderzoek van een ander, niet-gerelateerd probleem, zoals een verwonding, ziekte of gedragsprobleem. Een arts kan opmerken dat een kind zich lichamelijk of emotioneel niet in een normaal tempo ontwikkelt of dat het vaak niet is verschenen voor vaccinaties of op afspraken. Leerkrachten kunnen constateren dat een kind wordt verwaarloosd als het regelmatig zonder verklaring van school wegblijft. Als verwaarlozing wordt vermoed, wordt vaak gecontroleerd op bloedarmoede, infecties en loodvergiftiging, omdat deze vaak voorkomen bij verwaarloosde kinderen.

Lichamelijke mishandeling: deze vorm van mishandeling kan worden vermoed wanneer een zuigeling die nog niet loopt, bloeduitstortingen of ernstige verwondingen heeft. Als een peuter of ouder kind bepaalde typen bloeduitstortingen achter op de benen, op de billen en de romp heeft, kan mishandeling worden vermoed. Bloeduitstortingen komen vaak voor bij een kind dat leert lopen, maar dergelijke bloeduitstortingen doen zich gewoonlijk voor op benige, uitstekende delen aan de voorkant van het lichaam, zoals knieën, scheenbenen, ellebogen, kin en voorhoofd.

Mishandeling kan ook worden vermoed wanneer de ouders bijna niets weten over de gezondheid van hun kind of zich geen zorgen maken over een duidelijke verwonding. Ouders die hun kind mishandelen, zijn soms terughoudend als hun door een arts of bekende wordt gevraagd te vertellen hoe het kind een verwonding heeft opgelopen. De beschrijving komt mogelijk niet overeen met de leeftijd van het kind of de aard van de verwonding. Ook is het mogelijk dat de ouder telkens een andere beschrijving geeft wanneer hij of zij het verhaal vertelt.

Als lichamelijke mishandeling wordt vermoed, laat een arts vaak nauwkeurige tekeningen en foto's van de verwondingen maken. Soms worden röntgenfoto's gemaakt om te zien of er tekenen van eerdere verwondingen zijn. Als een kind jonger is dan 2 jaar, worden vaak röntgenfoto's van het skelet gemaakt om te controleren op breuken.

Seksueel misbruik: vaak wordt seksueel misbruik vastgesteld op basis van een beschrijving van de gebeurtenis door het kind of een getuige. Omdat kinderen echter niet graag vertellen over seksueel misbruik, kan dit soms alleen worden vermoed doordat het kind zich abnormaal is gaan gedragen. Als het kind in de afgelopen 72 uur seksueel is misbruikt, wordt het onderzocht om juridisch bewijsmateriaal van het seksuele contact te verzamelen door monsters van lichaamsvloeistoffen of haarmonsters uit het gebied van de geslachtsdelen te nemen. Er worden foto's gemaakt van elke zichtbare verwonding. Soms wordt dit onderzoek uitgevoerd door een speciaal daartoe opgeleide arts of verpleegkundige.

Geestelijke mishandeling: deze vorm van mishandeling wordt gewoonlijk geconstateerd tijdens onderzoek van een ander probleem, zoals slechte schoolprestaties of een gedragsprobleem bij het kind. Kinderen die geestelijk worden mishandeld, worden ook gecontroleerd op aanwijzingen voor lichamelijke mishandeling en seksueel misbruik.

Behandeling

Een team bestaande uit een arts, andere medische hulpverleners en maatschappelijk werkers proberen de oorzaken en gevolgen van de verwaarlozing en mishandeling aan te pakken. Dit team probeert gezinsleden duidelijk te maken wat de behoeften van het kind zijn en ondersteunt het gezin bij het verkrijgen van andere vormen van hulpverlening. Bepaalde instellingen en instanties kunnen voor voedsel en onderdak zorgen. Ouders die drugs gebruiken of psychische problemen hebben, kunnen worden doorverwezen naar een Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs of een instelling voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ, RIAGG). Er worden steeds meer opvoedingsondersteunende diensten geboden.

Alle lichamelijke verwondingen en aandoeningen worden behandeld. Sommige kinderen worden voor de behandeling van ernstige verwondingen, ondervoeding of andere aandoeningen in een ziekenhuis opgenomen. Bepaalde ernstige verwondingen moeten operatief worden behandeld. Zuigelingen met het shaken-baby-syndroom moeten gewoonlijk worden opgenomen op een intensivecareafdeling voor kinderen. Soms worden gezonde kinderen in een ziekenhuis opgenomen als bescherming tegen verdere mishandeling totdat het zeker is dat ze thuis goed verzorgd kunnen worden.

Sommige seksueel misbruikte kinderen krijgen geneesmiddelen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen, waaronder soms ook HIV-infectie. Kinderen die zeer van streek zijn, hebben direct psychologische begeleiding en ondersteuning nodig. Seksueel misbruikte kinderen, ook degenen die in eerste instantie niet aangedaan lijken, worden doorverwezen naar een hulpverlener omdat problemen vaak nog lang blijven bestaan. Vaak is langdurige psychologische begeleiding nodig. Andere kinderen worden doorverwezen voor psychologische begeleiding als er gedragsproblemen of emotionele problemen ontstaan.

Het behandeldoel is kinderen te laten terugkeren in een veilige, gezonde gezinssituatie. Afhankelijk van de aard van de mishandeling en de pleger ervan, kunnen kinderen terugkeren in het gezin of bij verwanten of in een pleeggezin worden geplaatst. Deze plaatsing is vaak tijdelijk, bijvoorbeeld totdat de ouders een huis of werk hebben gevonden of totdat er afspraken zijn gemaakt over regelmatige huisbezoeken door een maatschappelijk werker. In ernstige gevallen van verwaarlozing of mishandeling kan door een rechter worden besloten de ouders uit de ouderlijke macht te ontzetten. In dat geval blijft een kind in een pleeggezin totdat het wordt geadopteerd of de volwassen leeftijd heeft bereikt. (see Pleegzorg)

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer