THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Meconiumaspiratiesyndroom

Het meconiumaspiratiesyndroom betreft ademnood bij een pasgeborene die voor of rond de geboorte meconium in de longen heeft ingeademd (geaspireerd).

Meconium is de donkergroene substantie geproduceerd in de ingewanden van een foetus. Onder normale omstandigheden wordt het meconium na de geboorte uitgescheiden wanneer het kind begint te drinken. Als reactie op een probleemsituatie, zoals een te lage zuurstofconcentratie in het bloed, kan de foetus echter meconium in het vruchtwater uitscheiden. Dezelfde probleemsituatie is er de oorzaak van dat de foetus krachtige ademhalingsbewegingen maakt en op die manier het meconiumhoudende vruchtwater in de longen kan krijgen. Na de bevalling kan het ingeademde meconium de luchtwegen naar delen van de longen afsluiten, waardoor deze kunnen inklappen. Ook is het mogelijk dat, wanneer bepaalde luchtwegen slechts gedeeltelijk zijn afgesloten, lucht wel delen van de longen achter de afsluiting kan bereiken, maar dat deze lucht niet meer kan worden uitgeademd. Hierdoor kan de betreffende long te ver uitzetten. Als een gedeelte van de long steeds verder uitzet, kan dit uiteindelijk tot een scheur in de long leiden, waarna de long inklapt. Vervolgens kan zich dan lucht in de borstholte rond de long ophopen (pneumothorax). Ook kan meconium in de longen tot ontsteking van de longen leiden (pneumonitis).

Het meconiumaspiratiesyndroom is vaak het ernstigst bij serotiene pasgeborenen doordat het meconium sterk geconcentreerd is in een kleinere hoeveelheid vruchtwater en meer irritatie veroorzaakt dan bij voldragen pasgeborenen. (see Serotiniteit)

Pasgeborenen met het meconiumaspiratiesyndroom hebben ook een groter risico van aanhoudende pulmonale hypertensie.

Een pasgeborene met dit syndroom heeft last van ademnood, waarbij hij snel ademhaalt, het onderste deel van de borstkas intrekt bij inademen en kreunende geluiden maakt bij uitademen. De huid van de pasgeborene kan er blauwachtig (cyanotisch) uitzien als de zuurstofconcentratie in het bloed verlaagd is.

De diagnose wordt gesteld op basis van de observatie van dik meconium in het vruchtwater op het moment van de geboorte, ademnood bij de pasgeborene en afwijkingen op een röntgenfoto van de borstkas.

Als de pasgeborene bij de geboorte met meconium is bedekt, worden onmiddellijk de mond, neus en keel uitgezogen om eventueel aanwezig meconium te verwijderen. Als de pasgeborene lusteloos is of niet reageert, moet mogelijk een slang in de luchtpijp worden gebracht om zo veel mogelijk meconium uit de luchtwegen te zuigen.

De pasgeborene krijgt zuurstof toegediend of wordt zo nodig aan een beademingsapparaat gelegd. Als intubatie nodig is, wordt regelmatig via het buisje gezogen om meer meconium te kunnen verwijderen. Een pasgeborene die aan een beademingsapparaat is gelegd, wordt nauwlettend geobserveerd in verband met ernstige complicaties, zoals aanhoudende pulmonale hypertensie of pneumothorax.

De meeste pasgeborenen met het meconiumaspiratiesyndroom blijven in leven. Als de aandoening echter ernstig is en vooral als deze tot aanhoudende pulmonale hypertensie leidt, kan dit syndroom dodelijk zijn.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Tijdelijke tachypneu

Next: Aanhoudende pulmonale hypertensie

Figures
Tables
Disclaimer