THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Prematuriteit

Een prematuur (te vroeg geboren) kind is geboren voordat het 37 weken in de baarmoeder heeft doorgebracht. De organen van deze kinderen zijn onvoldoende ontwikkeld.

Ongeveer 8% van de pasgeborenen is prematuur ofwel niet voldragen. Veel van deze kinderen zijn slechts een paar weken te vroeg geboren en ondervinden geen problemen die verband houden met hun prematuriteit. Hoe vroeger kinderen worden geboren, des te groter is echter het risico van een aantal ernstige en zelfs levensbedreigende complicaties. Extreem premature geboorte is de belangrijkste oorzaak van sterfte bij pasgeborenen. Het risico van chronische problemen is bij deze kinderen ook groter, in het bijzonder ontwikkelingsachterstand en leerstoornissen. Dergelijke problemen treden op doordat de inwendige organen niet de tijd hebben gehad om zich voor de geboorte naar behoren te ontwikkelen.

Waarom een kind te vroeg wordt geboren, is meestal niet te achterhalen. Maar het risico van premature geboorte (vroeggeboorte) is groter bij lageropgeleide vrouwen met een laag inkomen. Slechte voeding, slechte gezondheid of een onbehandelde ziekte of infectie tijdens de zwangerschap vergroten ook het risico van een vroeggeboorte bij deze vrouwen. Dit risico is lager bij vrouwen die vanaf het begin goede prenatale zorg hebben gehad. Om onbekende redenen is het risico van vroeggeboorte bij vrouwen van negroïde afkomst aanzienlijk groter dan bij vrouwen van andere herkomst. Andere vrouwen met een groter risico van vroeggeboorte zijn vrouwen die meer dan één foetus dragen of die een ernstige of levensbedreigende aandoening hebben, zoals extreem hoge bloeddruk of een nieraandoening, pre-eclampsie of eclampsie (see Zwangerschapscomplicaties), of die aan een baarmoederinfectie (chorioamnionitis) lijden.

Symptomen

Premature kinderen wegen meestal minder dan 2500 gram. Aan de hand van de lichamelijke kenmerken kan de arts de zwangerschapsduur bepalen (de tijd die het kind na de bevruchting in de baarmoeder heeft doorgebracht).

Onderontwikkelde longen: de longen van het premature kind hebben mogelijk niet voldoende tijd gehad om zich voor de geboorte volledig te ontwikkelen. Deze pasgeborenen hebben vaak last van het ademnoodsyndroom (respiratory distress syndrome). Het ademnoodsyndroom doet zich voor als de longen niet voldoende volgroeid zijn om surfactans aan te maken. Dit is een uit lipiden (vetten) en eiwitten bestaande stof die ervoor zorgt dat de longblaasjes openblijven. (see Ademnoodsyndroom)

Onderontwikkelde hersenen: het gedeelte van de hersenen dat de ademhaling regelt, is mogelijk zo onvolgroeid dat de pasgeborene een onregelmatig ademhaling heeft, met korte onderbrekingen of periodes waarin de ademhaling 20 seconden of langer stokt (apneu). De gedeelten van de hersenen die de mond en keel aansturen, zijn onvolgroeid waardoor de pasgeborene niet normaal kan zuigen en slikken en moeite zal hebben met het op elkaar afstemmen van ademen en drinken.

Bloeding in de hersenen: extreem prematuur geboren kinderen hebben een groter risico van een bloeding (hemorragie) in de hersenen. De bloeding begint meestal in een gedeelte dat de ‘germinale matrix' (kiemlaag) wordt genoemd en kan zich tot ruimten (ventrikels of kamers) in de hersenen uitbreiden. Een dergelijke bloeding doet zich vooral voor bij kinderen die extreem vroeg zijn geboren (een zwangerschapsduur van minder dan 32 weken) en als zich problemen hebben voorgedaan tijdens de weeën of de bevalling of als er na de geboorte ademhalingsproblemen zijn geweest (zoals het ademnoodsyndroom). Afhankelijk van de omvang van de bloeding heeft de pasgeborene mogelijk geen symptomen of heeft hij last van lusteloosheid, epileptische aanvallen of zelfs aanhoudende bewusteloosheid (coma). Pasgeborenen met een kleine of niet al te grote bloeding ontwikkelen zich meestal normaal. Als de bloeding zeer uitgebreid is, is het risico groter dat het kind overlijdt of dat het later in zijn leven leerstoornissen of andere met de hersenen samenhangende problemen ondervindt.

Abnormale bloedglucosespiegel: aangezien premature kinderen geen normale glucoseconcentratie in hun bloed kunnen handhaven, worden ze vaak met intraveneus toegediende glucoseoplossingen behandeld of krijgen ze veelvuldig kleine hoeveelheden voeding. Als een pasgeborene niet regelmatig suiker binnenkrijgt, kan een lage bloedglucosespiegel (hypoglykemie) ontstaan. De meeste pasgeborenen met hypoglykemie ontwikkelen geen symptomen. Anderen worden mogelijk lusteloos en hebben een slechte spierspanning, drinken slecht of vertonen schrikachtige bewegingen. In zeldzame gevallen kunnen epileptische aanvallen ontstaan. Ook kan een hoge bloedglucosespiegel (hyperglykemie) ontstaan als de pasgeborene intraveneus te veel suiker krijgt toegediend. De meeste pasgeborenen met hyperglykemie ontwikkelen geen symptomen.

Onderontwikkeld afweersysteem: kinderen die extreem vroeg zijn geboren, hebben in hun bloed weinig antilichamen die gewoonlijk tijdens het laatste deel van de zwangerschap via de placenta van de moeder op het kind worden overgedragen en die het kind tegen infecties beschermen. Daarom is het risico van infecties, in het bijzonder infectie van het bloed (sepsis of bloedvergiftiging), bij prematuur geboren baby's groter. Het gebruik van speciale hulpmiddelen bij de behandeling als katheters en beademingsapparatuur vergroot het risico van ernstige infecties bij de pasgeborene nog verder.

Onderontwikkelde nieren: voor de bevalling worden afvalstoffen van de foetus via de placenta verwijderd, waarna ze door de nieren van de moeder worden uitgescheiden. Na de bevalling moeten de nieren van het kind deze taak overnemen. De nierfunctie is bij een extreem prematuur kind slecht, maar verbetert naarmate de nieren zich verder ontwikkelen. Een pasgeborene met onderontwikkelde nieren heeft meestal problemen met de regulatie van de hoeveelheid zout en water in het lichaam.

Onderontwikkeld spijsverteringskanaal en onderontwikkelde lever: in het begin kunnen premature kinderen problemen hebben met voedingen. Ze hebben niet alleen onderontwikkelde zuig- en slikreflexen, maar hun kleine maag wordt ook langzaam geleegd. Bij extreem premature pasgeborenen kan ernstige beschadiging ontstaan van de binnenwand van de darmen (necrotiserende enterocolitis). (see Necrotiserende enterocolitis)

Bij premature pasgeborenen kan de uitscheiding van bilirubine verstoord zijn. Daarom is het mogelijk dat deze kinderen, meer nog dan voldragen pasgeborenen, in de eerste dagen na hun geboorte een gelige huidskleur (geelzucht) krijgen door de ophoping van bilirubine in hun bloed. Gewoonlijk is de geelzucht niet ernstig en verdwijnt wanneer de pasgeborene grotere hoeveelheden voeding binnenkrijgt en frequenter ontlasting heeft. In zeldzame gevallen neemt de bilirubinespiegel in het bloed zeer sterk toe, waardoor bij de pasgeborene kernicterus kan ontstaan, een vorm van hersenbeschadiging die door bilirubineafzetting in de hersenen wordt veroorzaakt.

Problemen met de regulatie van de lichaamstemperatuur: aangezien premature pasgeborenen een groot huidoppervlak in verhouding tot hun gewicht hebben, verliezen ze snel warmte, vooral als ze zich in een koele ruimte bevinden of als het tocht. Een verlaging van de lichaamstemperatuur heeft een beduidend snellere lichaamsstofwisseling tot gevolg omdat de pasgeborene probeert de normale lichaamstemperatuur te handhaven.

Preventie

Een aanstaande moeder kan een vroeggeboorte het beste voorkomen door ervoor te zorgen dat ze zelf zo gezond mogelijk blijft. Ze moet gezond eten, niet roken en geen alcohol of drugs gebruiken. Zo mogelijk moet ze in een vroeg stadium regelmatig prenatale zorg krijgen zodat eventuele complicaties tijdens de zwangerschap op tijd worden opgemerkt en behandeld. Als het waarschijnlijk is dat een bevalling vroegtijdig gaat beginnen, kan een arts de moeder geneesmiddelen toedienen (zoals magnesiumsulfaat of ritodrine) om de weeën af te remmen of te stoppen. Ook kunnen corticosteroïden als betamethason of dexamethason aan de moeder worden toegediend om de longen van de foetus sneller te laten groeien. Als het kind te vroeg wordt geboren, kunnen corticosteroïden ook het risico van een bloeding in de hersenen aanzienlijk verkleinen.

Behandeling en prognose

De behandeling omvat het onder controle krijgen van de complicaties, zoals het ademnoodsyndroom en een hoge bilirubinespiegel. Extreem premature pasgeborenen worden intraveneus gevoed totdat ze sondevoedingen en uiteindelijk voedingen via de mond kunnen verdragen. Een premature pasgeborene moet soms dagen, weken of maanden in het ziekenhuis blijven. In de afgelopen tientallen jaren zijn de overlevingskansen van premature pasgeborenen drastisch verbeterd. Voor de meeste premature kinderen is de langetermijnprognose zeer goed en ze ontwikkelen zich normaal. Extreem premature kinderen (vaak geboren bij een zwangerschapsduur van minder dan 28 weken) hebben echter een groter risico van overlijden en van ernstige problemen, zoals geestelijke ontwikkelingsachterstand, infantiele encefalopathie, epilepsie of blindheid. Gelukkig hebben maar weinig extreem premature pasgeborenen die in leven blijven deze problemen. Een groter percentage heeft een normale intelligentie, maar veel van deze kinderen hebben later leerstoornissen, waarvoor uiteindelijk speciale vormen van hulp vereist zijn.

illustrative-material.sidebar 2

Lichamelijke kenmerken van een premature zuigeling

  • klein
  • groot hoofd in verhouding tot rest van lichaam
  • weinig onderhuids vet
  • dunne, glimmend roze huid
  • aders zichtbaar onder huid
  • weinig vouwen in voetzolen
  • weinig haar
  • zachte oren met weinig kraakbeen
  • onderontwikkeld borstweefsel
  • jongens: kleine balzak met weinig plooien; zaadballen zijn bij extreem premature kinderen soms niet ingedaald
  • meisjes: grote schaamlippen bedekken kleine schaamlippen nog niet
  • snelle ademhaling met korte pauzes (periodieke ademhaling), vaak aanvallen van apneu (pauzes duren langer dan 20 seconden)
  • matige, slecht gecoördineerde zuig- en slikreflex
  • verminderde lichamelijke activiteit (prematuur kind heeft geen neiging armen en benen op te trekken zoals een voldragen kind)
  • slaapt grootste deel van de tijd

illustrative-material.sidebar 3

Veelvoorkomende geboortevlekken en onschuldige huidafwijkingen bij de pasgeborene

Sommige huidafwijkingen bij pasgeborenen worden als normaal beschouwd. Het gezicht en de schedel van de pasgeborene vertonen mogelijk bloeduitstortingen of vlekken door een tangverlossing of de voeten hebben bloeduitstortingen na een stuitbevalling. Al deze plekken verdwijnen binnen enkele dagen. Roze vlekken als gevolg van verwijde haarvaten onder de huid zijn soms zichtbaar op het voorhoofd vlak boven de neus, op de bovenste oogleden of in de nek (deze vlek wordt ‘ooievaarsbeet' genoemd). Dit type geboortevlek vervaagt wanneer de zuigeling groter wordt, maar bij sommige mensen blijft een vage vlek aanwezig die oplicht wanneer hij of zij zich opwindt of van streek

raakt. Sommige pasgeborenen hebben wat last van acne (puistjes), vooral op de wangen en het voorhoofd. De puistjes verdwijnen vanzelf. Er wordt alleen aangeraden de huid schoon te houden en geen crèmes of lotions te gebruiken.

Milia zijn kleine, parelwitte blaasjes die normaal gesproken op de neus en de bovenkant van de wangen voorkomen. Milia worden in de loop van enkele weken kleiner of verdwijnen. Vergelijkbare witte blaasjes komen soms voor op het tandvlees of in het midden van het gehemelte en zijn ook onschuldig.

Mongolenvlekken zijn blauwgrijze, vlakke plekken die gewoonlijk op de onderrug of op de billen voorkomen. Bij de eersteaanblik lijken het bloeduitstortingen. Ze worden doorgaans aangetroffen bij pasgeborenen van negroïde of Aziatische afkomst en zijn onschuldig.

Een aardbeihemangioom (haemangioma fructosum) komt veel voor. Het is een platte, enigszins roze of rode vlek die zich op een willekeurige plaats op de huid kan bevinden. In de loop van een aantal weken wordt de vlek donkerder rood, komt boven op het huidoppervlak te liggen en lijkt dan min of meer op een aardbei. Na een aantal jaren verschrompelen aardbeihemangiomen en vervagen ze steeds meer zodat ze meestal niet meer te zien zijn wanneer het kind de schoolleeftijd heeft bereikt. Daarom is operatief ingrijpen niet nodig.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Geboorteletsel

Next: Serotiniteit

Figures
Tables
Disclaimer