THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Introductie
Back to Top

Section

Subject

Topics

Introductie

Voor een goede ontwikkeling moet een kind consequent en voortdurend worden verzorgd door een liefhebbende en zorgzame persoon, ongeacht of dit een ouder is of iemand anders. De geborgenheid en steun die een dergelijke volwassene te bieden heeft, geven het kind het zelfvertrouwen en de kracht om effectief met stress te kunnen omgaan.

Om zich op emotioneel en sociaal gebied volledig te ontwikkelen, moeten kinderen interacties kunnen aangaan met mensen van buiten het gezin. Gewoonlijk zijn dit naaste familieleden, vrienden, buren en mensen in kinderdagverblijven, op scholen, bij religieuze bijeenkomsten, sportverenigingen of bij andere activiteiten. Doordat ze leren omgaan met de spanningen en kleine conflicten die bij deze interacties met anderen horen, verwerven kinderen gaandeweg de vaardigheden waarmee ze ernstiger stress- en conflictsituaties kunnen aanpakken.

Bij bepaalde ingrijpende gebeurtenissen, zoals ziekte of echtscheiding, is het echter mogelijk dat er een te groot beroep wordt gedaan op het vermogen van het kind om dergelijke situaties het hoofd te bieden. Deze gebeurtenissen kunnen ook de emotionele en sociale ontwikkeling van het kind verstoren. Zo kan een chronische ziekte een kind ervan weerhouden deel te nemen aan activiteiten en ook een nadelige invloed hebben op de schoolprestaties.

Gebeurtenissen die het kind betreffen, kunnen soms ook negatieve gevolgen hebben voor mensen in de directe omgeving van het kind. Iedereen die een ziek kind verzorgt, staat onder druk. De gevolgen van deze druk verschillen naargelang de aard en ernst van de ziekte, de emotionele veerkracht van het gezin en de voorzieningen waarop het gezin kan terugvallen.

illustrative-material.sidebar 1

Praten met kinderen over moeilijke onderwerpen

Veel gebeurtenissen in het leven, zoals ziekte of overlijden van iemand die het kind goed kent, echtscheiding of pesten, zijn voor kinderen beangstigend en akelig. Ook gebeurtenissen die niet direct op het kind betrekking hebben, zoals natuurrampen, oorlogen of terroristische aanslagen, kunnen angst oproepen. Of de vrees voor deze gebeurtenissen gegrond is of niet, een kind kan er zeer intensief mee bezig zijn.

Kinderen praten vaak moeilijk over deze onplezierige onderwerpen. Een openhartig gesprek kan het kind echter helpen met moeilijke of verwarrende onderwerpen om te gaan en ongegronde angst weg te nemen. Een kind moet worden verteld dat angst normaal is en zal voorbijgaan.

Moeilijke onderwerpen moeten door de ouders worden besproken op een rustig moment en op een vertrouwde plaats of wanneer het kind ervoor openstaat. Ouders moeten hun kalmte bewaren, feitelijke informatie geven en hun aandacht geheel en al op het kind richten.

Door met woorden als ‘Ik begrijp je' of met een knikje te tonen dat naar het kind wordt geluisterd, moedigt de ouder het kind aan zijn hart uit te storten. Dit wordt ook bereikt door in het kort te herhalen wat het kind heeft gezegd. Als een kind bijvoorbeeld aangeeft boos te zijn over een echtscheiding, kan de ouder reageren met ‘Dus je bent boos over de scheiding?' of met ‘Zeg maar wat je dwarszit'. Vragen naar de gevoelens van het kind kan hem ook aanmoedigen om pijnlijke gevoelens of angst te bespreken, bijvoorbeeld de angst dat hij in de steek wordt gelaten door de ouder aan wie hij na de echtscheiding niet is toegewezen of het gevoel dat hij schuldig is aan de echtscheiding.

Door hun eigen gevoelens te uiten, kunnen ouders kinderen aanmoedigen hun angsten en zorgen te erkennen. Zo kan een ouder over een echtscheiding zeggen: ‘Ik ben ook verdrietig over de echtscheiding. Maar ik weet ook dat dit het beste is voor mama en papa. Al kunnen we niet meer samenwonen, we blijven allebei altijd van je houden en voor je zorgen.' Op deze manier kunnen ouders hun eigen gevoelens bespreken, het kind geruststellen en uitleggen waarom de echtscheiding de beste keuze was. Vooral jongere kinderen moet soms meerdere malen hetzelfde worden verteld.

Soms moet een ouder een moeilijk onderwerp met een kind bespreken, bijvoorbeeld de ernstige ziekte van een familielid of vriend. Als de rampspoed iemand anders betreft, voelen kinderen zich mogelijk zekerder van zichzelf en minder hulpeloos als ze een bijdrage kunnen leveren, bijvoorbeeld door bloemen te plukken, een kaart te schrijven of te tekenen, een cadeautje in te pakken of door voedsel, kleding, geld of speelgoed in te zamelen. Wanneer een kind een teruggetrokken of verdrietige indruk maakt, niet wil deelnemen aan normale activiteiten of agressief wordt, moet de ouder professionele hulp inschakelen.

Een ouder moet mogelijk ook een moeilijke kant van het gedrag van het kind ter sprake brengen. Zo moet een ouder die sterke vermoedens heeft dat zijn kind drugs of alcohol gebruikt, de kwestie rechtstreeks met hem bespreken. Een ouder kan zeggen: ‘Ik maak me zorgen dat je drugs gebruikt. Dit denk ik omdat ...'. De ouder moet vervolgens op kalme toon de gedragingen opnoemen die hem of haar zorgen baren, waarbij de lijst tot drie of vier gedragingen beperkt moet blijven. Als het kind het probleem ontkent, moet de ouder op kalme toon herhalen waarover hij of zij zich zorgen maakt en het kind vertellen dat er al stappen zijn genomen (bijvoorbeeld dat een afspraak is gemaakt met een arts of psycholoog).

Tijdens al deze gesprekken moet de ouder het kind verzekeren van zijn of haar liefde en steun.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Ziekte en overlijden van zuigelingen

Figures
Tables
Disclaimer