THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Trombocytemie

Trombocytemie is een aandoening waarbij een overmaat aan bloedplaatjes wordt geproduceerd, met abnormale bloedstolling of bloedingen als gevolg.

Bloedplaatjes (trombocyten) worden normaal gesproken in het beenmerg gevormd door cellen met de naam ‘megakaryocyten'. Bij trombocytemie neemt het aantal megakaryocyten toe en worden te veel trombocyten geproduceerd.

Trombocytemie komt zelden voor en treft ongeveer 2 tot 3 per 100.000 mensen. De ziekte ontstaat voornamelijk bij mensen ouder dan 50 jaar en vaker bij vrouwen dan bij mannen. De oorzaak van trombocytemie is niet bekend.

illustrative-material.sidebar 2

Andere oorzaken van een te groot aantal bloedplaatjes

Wanneer de oorzaak van trombocytemie bekend is, wordt de aandoening ‘secundaire trombocytemie' genoemd. Een bloeding, verwijdering van de milt, infecties, reumatoïde artritis, sarcoïdose en bepaalde vormen van kanker kunnen secundaire trombocytemie veroorzaken.

Patiënten met secundaire trombocytemie hoeven geen symptomen te hebben die samenhangen met het grote aantal bloedplaatjes, meestal hebben de symptomen van de onderliggende aandoening de overhand. Wanneer het te grote aantal bloedplaatjes wel symptomen veroorzaakt, zijn dat dezelfde als bij primaire trombocytemie. De diagnose ‘secundaire trombocytemie' wordt gesteld en van primaire trombocytemie onderscheiden wanneer de patiënt met te veel bloedplaatjes een aandoening heeft waarvan duidelijk is dat die daarvoor verantwoordelijk is.

De behandeling is op de oorzaak gericht. Als deze behandeling aanslaat, daalt het aantal bloedplaatjes meestal weer tot normaal.

Symptomen

Trombocytemie verloopt vaak zonder symptomen. Bij een overmaat aan bloedplaatjes kunnen echter spontaan bloedstolsels ontstaan, waardoor vooral in de kleine bloedvaten de bloedstroom wordt geblokkeerd. Bij ouderen met trombocytemie is het risico van bloedstolsels veel groter dan bij jongeren.

De symptomen zijn het gevolg van afsluiting van bloedvaten en zijn onder meer tintelingen en andere abnormale sensaties in handen en voeten (paresthesieën), koude vingertoppen, hoofdpijn, zwakte en duizeligheid. Er kan een meestal niet ernstige bloeding optreden, vaak in de vorm van een bloedneus, blauwe plekken, bloedend tandvlees of een bloeding in het maag-darmkanaal. De lever en de milt kunnen vergroot zijn.

Diagnostisch onderzoek

De diagnose ‘trombocytemie' kan worden gesteld op basis van de symptomen van de patiënt of wanneer bij routinematig bloedonderzoek een verhoogd aantal bloedplaatjes wordt gevonden. Met verder bloedonderzoek kan de diagnose worden bevestigd. Bij trombocytemie is het aantal bloedplaatjes meestal 2 tot 4 keer zo hoog als normaal. Verder zijn bij microscopisch bloedonderzoek abnormaal grote bloedplaatjes, samengeklonterde bloedplaatjes en fragmenten van megakaryocyten te zien.

Om onderscheid te kunnen maken tussen primaire trombocytemie (waarbij de oorzaak onbekend is) en secundaire trombocytemie (waarbij de oorzaak bekend is) wordt gezocht naar tekenen van aandoeningen waarbij het aantal bloedplaatjes kan toenemen. Het afnemen van een beenmergmonster voor microscopisch onderzoek (beenmergbiopsie) (see Beenmergonderzoek) is soms zinvol. Hiermee kan chronische myeloïde leukemie als oorzaak van het verhoogde aantal bloedplaatjes worden uitgesloten.

Behandeling

Trombocytemie moet soms worden behandeld met een geneesmiddel dat de aanmaak van bloedplaatjes remt. Degelijke geneesmiddelen zijn hydroxycarbamide, anagrelide en interferon-alfa. Behandeling met een van deze middelen begint meestal wanneer het aantal bloedplaatjes extreem hoog wordt of complicaties door bloedingen of stolsels ontstaan. De leeftijd van de patiënt, andere risicofactoren en eventueel doorgemaakte trombose zijn bepalend voor de noodzaak van behandeling. Toediening van het geneesmiddel wordt voortgezet tot een veilig aantal bloedplaatjes bereikt is. De dosering moet zodanig worden ingesteld dat de aantallen bloedplaatjes en andere cellen in de bloedbaan op een adequaat peil blijven. Ook kan een kleine dosis acetylsalicylzuur (aspirine) worden toegediend omdat dit middel de bloedplaatjes minder kleverig maakt en stolselvorming tegengaat.

Als de aanmaak van bloedplaatjes niet snel door het geneesmiddel wordt afgeremd, kan deze behandeling worden gecombineerd met of vervangen door tromboferese, een behandeling die alleen in noodsituaties wordt toegepast. Hierbij wordt bloed afgenomen en worden de bloedplaatjes eruit verwijderd, waarna het bloedplaatjesarme bloed weer bij de patiënt wordt ingebracht.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Myelofibrose

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer