THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Multipel myeloom (ziekte van Kahler)

Multipel myeloom is een vorm van plasmacelkanker waarbij abnormale plasmacellen zich in het beenmerg en een enkele keer in andere delen van het lichaam ongecontroleerd vermenigvuldigen.

Multipel myeloom ontstaat gewoonlijk bij mensen van 60 jaar of ouder. De oorzaak is niet bekend, maar omdat multipele myelomen vaker bij naaste familieleden voorkomt, lijkt erfelijkheid bij deze ziekte een rol te spelen. Blootstelling aan straling wordt als mogelijke oorzaak gezien, evenals blootstelling aan benzeen en andere oplosmiddelen. Een van de herpesvirussen, HHV-8, speelt mogelijk ook een rol bij deze aandoening.

Normaal gesproken maken plasmacellen 1% van de cellen in het beenmerg uit. Bij multipel myeloom maken kwaadaardige plasmacellen echter de overgrote meerderheid van de cellen in het beenmerg uit. Door het grote aantal kwaadaardige plasmacellen in het beenmerg neemt de aanmaak van eiwitten toe die de vorming van andere normale bloedcellen onderdrukken, waaronder witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes (celachtige deeltjes die een rol spelen bij de bloedstolling). Verder produceren de abnormale plasmacellen vrijwel altijd grote aantallen van één type antilichaam, wat gepaard gaat met een aanzienlijke afname van alle andere typen normaal antilichaam.

Vaak ontwikkelen ophopingen van kwaadaardige plasmacellen zich tot tumoren die tot botverlies leiden, meestal in de heupbeenderen, de wervelkolom, de ribben en de schedel. Een enkele keer ontstaat dit soort tumoren op een andere plaats dan in bot, vooral in de longen, de lever en de nieren.

Symptomen en complicaties

Omdat plasmaceltumoren vaak in bot infiltreren, kan botpijn ontstaan, vooral in de rug, de ribben en de heupen. Verminderde botdichtheid (osteoporose) door plasmaceltumoren heeft verzwakte botten tot gevolg, wat tot botbreuken kan leiden. Verder komt calcium vrij uit de beenderen, wat tot abnormaal hoge concentraties calcium in het bloed kan leiden, met als mogelijke gevolgen obstipatie, vaak moeten urineren, zwakte en verwardheid.

Doordat minder rode bloedcellen worden geproduceerd, ontstaat vaak bloedarmoede, met als gevolg vermoeidheid, zwakte, bleekheid en mogelijk hartproblemen. De verminderde aanmaak van witte bloedcellen leidt herhaaldelijk tot infecties, waarbij koorts en rillingen kunnen optreden. Doordat minder bloedplaatjes worden geproduceerd, neemt het vermogen van het lichaam tot stolselvorming af, waardoor gemakkelijk blauwe plekken of bloedingen ontstaan.

Deeltjes van monoklonale antilichamen, ‘lichte ketens' genaamd, komen vaak in het urineverzamelsysteem van de nieren terecht. Dit leidt door verstoring van de filterfunctie van dit systeem soms tot permanente beschadiging, waardoor nierinsufficiëntie kan ontstaan. De deeltjes lichte ketens van het antilichaam in de urine (of het bloed) heten ‘Bence-Jones-eiwitten'. Het toegenomen aantal groeiende kankercellen kan tot overproductie en uitscheiding van urinezuur in de urine leiden, waardoor nierstenen kunnen ontstaan. De calciumconcentratie kan te hoog worden, wat het hart, de nieren en de hersenen kan aantasten. Afzettingen van bepaalde typen antilichaamdeeltjes in de nieren of andere organen kan tot amyloïdose leiden (see Amyloïdose), een andere ernstige aandoening die bij een klein aantal patiënten met multipel myeloom wordt aangetroffen.

In zeldzame gevallen wordt de bloeddoorstroming naar de huid, de vingers, de tenen, de neus, de nieren en de hersenen door multipele myelomen belemmerd doordat het bloed dikker wordt (hyperviscositeitsyndroom). (see Symptomen en complicaties)

Diagnostisch onderzoek

Multipele myelomen kunnen al worden ontdekt voordat de patiënt symptomen heeft wanneer op een röntgenfoto, gemaakt om andere redenen, een verminderde botdichtheid te zien is. Er kan sprake zijn van wijdverbreid botverlies, maar het botverlies kan ook beperkt zijn tot een paar beenderen die eruit zien alsof er kleine gaatjes in zijn geponst.

Soms wordt op basis van symptomen, zoals rugpijn of andere plaatsen met botpijn, vermoeidheid, koorts en blauwe plekken, aan multipel myeloom gedacht. Uit bloedonderzoek naar de oorzaak van deze symptomen kan blijken dat de patiënt bloedarmoede, te weinig witte bloedcellen, te weinig bloedplaatjes of nierinsufficiëntie heeft.

De twee bruikbaarste bloedonderzoeken zijn elektroforese van serumproteïnen en immuno-elektroforese. Hiermee wordt een teveel van een bepaald type antilichaam opgespoord en geïdentificeerd dat bij de meeste patiënten met multipele myelomen aanwezig is. Ook worden de verschillende typen antilichamen, in het bijzonder IgG, IgA en IgM, bepaald.

Verder wordt meestal de calciumconcentratie vastgesteld. Gedurende 24 uur wordt de urine verzameld, waarna wordt onderzocht hoeveel en welke soorten eiwitten de urine bevat. Bij de helft van de patiënten met multipele myelomen worden Bence-Jones-eiwitten gevonden.

Vrijwel altijd wordt een beenmergbiopsie (see Beenmergonderzoek) uitgevoerd om de diagnose te bevestigen. Bij patiënten met multipele myelomen zijn in het biopt grote aantallen plasmacellen te zien die abnormaal in dunne lagen en clusters gerangschikt zijn. De individuele cellen kunnen ook abnormaal van vorm zijn.

Daarnaast zijn andere bloedonderzoeken zinvol om de prognose van de patiënt te bepalen. Hoge concentraties bèta2-microglobuline en C-reactief proteïne (CRP) in het bloed van patiënten bij wie multipele myelomen zijn gediagnosticeerd, duiden meestal op een korte overlevingsduur en kunnen van invloed zijn op de behandelbeslissingen.

Behandeling en prognose

Ondanks de vooruitgang wat betreft behandelmogelijkheden blijft multipel myeloom een ongeneeslijke ziekte. De behandeling is gericht op het voorkomen en verlichten van de symptomen, op het vernietigen van abnormale plasmacellen en het afremmen van de progressie van de aandoening.

De geneesmiddelen die bij multipele myelomen de beste mogelijkheden bieden, zijn corticosteroïden, zoals prednison en dexamethason. Verder kan met chemotherapie de voortgang van multipele myelomen worden afgeremd doordat de abnormale plasmacellen worden gedood. Omdat met chemotherapie zowel gezonde als zieke cellen worden gedood, wordt het aantal bloedcellen gecontroleerd. De dosis wordt aangepast als de aantallen normale witte bloedcellen en bloedplaatjes te sterk dalen. Melfalan en in mindere mate cyclofosfamide zijn de chemotherapeutische middelen die meestal aan de corticosteroïden worden toegevoegd. Vincristine en doxorubicine zijn eveneens werkzaam en kunnen, vooral voor het beenmerg, minder ernstige bijwerkingen hebben dan melfalan en cyclofosfamide. Thalidomide kan effectief zijn bij bijna eenderde van de patiënten bij wie het multipele myeloom ondanks andere behandelingen verergert. Ook een andere nieuwe therapie, met gebruik van een zogenoemde ‘proteosomenremmer', kan bij veel patiënten in een vergevorderd stadium van deze ziekte effectief zijn.

Er worden veel nieuwe combinaties van behandelingen toegepast. Eén zo'n combinatie bestaat uit verscheidene maanden conventionele chemotherapie gevolgd door intensieve chemotherapie. Omdat de hoge doses die hierbij worden toegediend, ook giftig zijn voor de normale bloedcellen die in het beenmerg worden aangemaakt, worden stamcellen uit het bloed van de patiënt verzameld voordat die hoge doses worden toegediend. Stamcellen zijn niet-gespecialiseerde cellen die transformeren tot onrijpe bloedcellen waaruit uiteindelijk de rode bloedcellen, de witte bloedcellen en de bloedplaatjes ontstaan. Vervolgens worden deze stamcellen na de behandeling met de hoge doses chemotherapie weer aan de patiënt teruggegeven (stamceltransplantatie). (see Stamceltransplantatie)

Over het algemeen is deze therapie voorbehouden aan mensen jonger dan 70 jaar. Ook is tot op deze leeftijd behandeling mogelijk met beenmerg van een genetisch gelijkend familielid na een matig-intensieve chemotherapeutische voorbehandeling (reduced-intensity-stamceltransplantatie, RIST).

De soms hevige botpijn kan worden verlicht met krachtige pijnstillers en bestraling van de aangetaste botten. Bestraling kan ook botbreuken helpen voorkomen. Intraveneuze toediening eenmaal per maand van pamidroninezuur (een bisfosfonaat) en het krachtiger geneesmiddel zoledroninezuur kan het ontstaan van botcomplicaties tegengaan. De meeste patiënten met multipele myelomen krijgen deze middelen als onderdeel van de behandeling gedurende de rest van hun leven toegediend. Het is eveneens belangrijk dat de patiënt in beweging blijft. Langdurige bedrust bevordert botverlies, waardoor de kans op botbreuken toeneemt. De meeste patiënten kunnen een normaal leven leiden en de meeste activiteiten voortzetten. Door veel te drinken wordt de urine verdund en wordt uitdroging voorkomen, waardoor het risico van nierinsufficiëntie afneemt.

Patiënten met infectieverschijnselen als koorts, rillingen, ophoesten van sputum of rode huidverkleuringen dienen onmiddellijk een arts te raadplegen omdat antibiotica nodig kunnen zijn. Patiënten met ernstige bloedarmoede kunnen transfusies van rode bloedcellen nodig hebben. Met erytropoëtine of darbepoëtine (geneesmiddelen die de vorming van rode bloedcellen stimuleren) kan de bloedarmoede bij sommige patiënten adequaat worden behandeld. Een hoge calciumconcentratie in het bloed kan worden behandeld met intraveneus vocht. Ook is vaak intraveneuze toediening van bisfosfonaten nodig. Patiënten met een hoge urinezuurconcentratie in het bloed kunnen baat hebben bij allopurinol, een geneesmiddel dat de productie van urinezuur in het lichaam blokkeert.

Momenteel kan een patiënt met multipel myeloom meestal nog niet worden genezen. Door te behandelen wordt de ziekte echter bij meer dan 60% van de patiënten afgeremd. De gemiddelde overlevingsduur is meer dan 3 jaar na het stellen van de diagnose. De overlevingsduur kan echter sterk variëren, afhankelijk van de kenmerken op het moment van diagnose en het effect van de behandeling. Door alle nieuwe therapieën is de prognose bij de ziekte van Kahler de laatste 5 tot 10 jaar aanzienlijk verbeterd. Belangrijk is dat de kwaliteit van leven van deze patiënten ook aanzienlijk is verbeterd door betere pijnstillers, bisfosfonaten die botcomplicaties doen afnemen en stoffen die de aanmaak van bloedcellen stimuleren (groeifactoren) en zo de aantallen rode en witte bloedcellen verhogen. Af en toe ontstaat leukemie of verdwijnt de beenmergfunctie bij patiënten die na succesvolle behandeling van multipel myeloom nog vele jaren in leven zijn gebleven. Deze late complicaties kunnen het gevolg zijn van chemotherapie en leiden vaak tot ernstige bloedarmoede en een verhoogde vatbaarheid voor infecties en bloedingen.

Omdat multipel myeloom uiteindelijk dodelijk afloopt, kunnen patiënten baat hebben bij gesprekken met hun arts, familie en vrienden over de zorg rond het levenseinde. Gespreksonderwerpen kunnen onder meer zijn een wilsbeschikking (see Schriftelijke wilsverklaring), het gebruik van voedingssondes en pijnbestrijding. (see Het maken van keuzes)

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Monoklonale gammopathieën van onbepaalde significantie

Next: Macroglobulinemie

Figures
Tables
Disclaimer