THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Jicht

Jicht is een aandoening die wordt veroorzaakt door de afzetting van mononatriumuraatkristallen, die zich in de gewrichten vormen door een hoge urinezuurconcentratie in het bloed (hyperurikemie). Dit leidt tot aanvallen van pijnlijke gewrichtsontsteking.

Jicht komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Meestal ontwikkelt jicht zich bij mannen op middelbare leeftijd en bij vrouwen na de menopauze. Bij jongere mensen komt jicht zelden voor, maar de aandoening is wel vaak erger bij personen die het krijgen voordat ze 30 jaar zijn. Jicht komt vaak in bepaalde families voor.

Jicht tast meestal de gewrichten in de voeten aan en dan vooral het gewricht aan de basis van de grote teen (podagra). Maar het komt ook veel in andere gewrichten voor, zoals de enkel, de knie, de vingers, de pols en de ellebogen. Doordat deze gewrichten koeler zijn dan het centrale deel van het lichaam en uraat de neiging heeft bij lagere temperaturen te kristalliseren, zullen de kristallen zich juist in deze perifeer gelegen gewrichten vormen. Jicht tast zelden de gewrichten van de wervelkolom, heupen of schouders aan.

Oorzaken

illustrative-material.sidebar 1

Factoren die de kans op het ontstaan van Jicht vergroten

  • bepaalde voedingsmiddelen (zoals ansjovis, asperges, heldere bouillon, haring, vleesjus, paddestoelen, mosselen, alle orgaanvlees, sardientjes en zwezerik)
  • bepaalde geneesmiddelen (zoals thiazidediuretica, ciclosporine, pyrazinamide, ethambutol, nicotinezuur, warfarine en lage doses salicylzuur)
  • nierfalen
  • overgewicht
  • bepaalde soorten kanker en bloedaandoeningen
  • te langzaam werkende schildklier (hypothyreoïdie)
  • loodvergiftiging
  • bestraling
  • uithongering

Er is meestal wel wat urinezuur aanwezig in het bloed als bijproduct van de afbraak van nucleïnezuur in de cellen, omdat het lichaam voortdurend cellen afbreekt en nieuwe cellen vormt. Ook worden bepaalde stoffen in voedingsmiddelen (purinen) gemakkelijk door het lichaam omgevormd tot urinezuur. Bepaalde voedingsmiddelen (zoals ansjovis, asperges, heldere bouillon, haring, vleesjus, paddestoelen, mosselen, al het orgaanvlees, sardientjes en zwezerik) bevatten veel purinen. In de meeste gevallen wordt de urinezuurconcentratie in het bloed abnormaal hoog wanneer de nieren niet voldoende urinezuur kunnen uitscheiden met de urine. Wanneer er te veel urinezuur in het bloed zit, kunnen er in de gewrichten uraatkristallen worden gevormd. Een dieet rijk aan purinen gecombineerd met alcohol kan de situatie nog verergeren. Alcohol zorgt namelijk voor een toename in de productie van urinezuur en belemmert de uitscheiding ervan via de nieren.

Jicht wordt in een kleiner aantal gevallen veroorzaakt door een bekende, onderliggende aandoening. Dit wordt ‘secundaire jicht' genoemd. Het lichaam kan bijvoorbeeld zeer grote hoeveelheden urinezuur produceren door een erfelijke enzymafwijking of een ziekte als bloedkanker (leukemie), waarbij cellen zich vermenigvuldigen en snel worden afgebroken, bijvoorbeeld door behandeling. Sommige nierziekten en bepaalde geneesmiddelen (zoals thiazidediuretica) verminderen het vermogen van de nieren om urinezuur uit te scheiden, waardoor de urinezuurconcentratie toeneemt. Een hoge urinezuurconcentratie in het bloed leidt tot een hoge urinezuurconcentratie in de gewrichten. Dit kan leiden tot de vorming van uraatkristallen in het gewrichtsweefsel en in de vloeistof in de gewrichten (synoviaal vocht).

Symptomen

Jichtaanvallen (acute jichtartritis) kunnen zonder waarschuwing optreden. Ze kunnen worden uitgelokt door een verwonding, een operatie, het gebruik van grote hoeveelheden alcohol of purinerijk voedsel, vermoeidheid, emotionele spanningen of ziekte. Kenmerkend voor de aandoening is dat er plotseling hevige pijn optreedt in één of meer gewrichten. Dit gebeurt vaak 's nachts, waarschijnlijk door een verhoogde urinezuurconcentratie in de gewrichten, als door het liggen het overdag opgehoopte weefselvocht weer uit de benen verdwijnt. De pijn wordt steeds erger en is vaak martelend, vooral wanneer het gewricht wordt bewogen of aangeraakt. Het gewricht raakt ontstoken, zwelt op en voelt warm aan. De huid rondom het gewricht wordt rood of paars, strak en glimmend.

Andere symptomen van een aanval kunnen zijn: koorts (tot 39 °C), koude rillingen, een algeheel gevoel van malaise en een snelle hartslag. De eerste paar aanvallen tasten gewoonlijk slechts één enkel gewricht aan en duren een paar dagen. De symptomen verdwijnen geleidelijk, de functie van het gewricht herstelt weer en tot de volgende aanval doen er zich geen symptomen meer voor. Als de aandoening echter voortschrijdt, duren onbehandelde aanvallen langer; ze komen vaker voor en er worden meerdere gewrichten aangetast.

Na herhaalde aanvallen kan jicht ernstig en chronisch worden en leiden tot kapotgaan van weefsel en vervorming van de gewrichten.

De uraatkristallen die worden afgezet in de gewrichten en pezen, veroorzaken beschadigingen die de beweeglijkheid van die gewrichten steeds verder beperken. Er vormen zich harde knobbeltjes uraatkristallen (jichtknobbeltjes of tophi), eerst in de bekleding van het gewricht, in het kraakbeen of in het bot rond het gewricht en vervolgens onder de huid rond het gewricht. Er kunnen zich ook jichtknobbeltjes vormen in de nier en in andere organen, onder de huid van de oren, in de taaie band die van de kuitspieren naar de hiel loopt (de achillespees) of rondom de elleboog. Als ze niet worden behandeld, kunnen de jichtknobbeltjes openbarsten en kan er een kalkachtige massa uraatkristallen uitkomen.

Ongeveer een vijfde van de mensen met jicht krijgt nierstenen (urolithiasis). Deze nierstenen bestaan uit urinezuur (see Urinewegstenen). De stenen kunnen de urinebuis blokkeren, wat verschrikkelijk pijnlijk is. Onbehandeld kan dit leiden tot infectie en schade aan de nieren. Als mensen met jicht ook een andere aandoening hebben waardoor de nieren worden beschadigd (zoals diabetes of hoge bloeddruk), gaan de nieren steeds slechter werken. De uitscheiding van urinezuur neemt af, waardoor de jicht en daarmee de schade in de gewrichten, steeds erger wordt.

Diagnose

Jicht wordt vaak gediagnosticeerd op basis van de kenmerkende symptomen en een onderzoek van de aangetaste gewrichten. De diagnose ‘jicht' wordt ondersteund door een hoge urinezuurspiegel in het bloed. Tijdens een acute aanval is deze spiegel echter vaak normaal. Bij bloedonderzoek wordt vaak een verhoogde concentratie witte bloedcellen geconstateerd als gevolg van de ontsteking door de uraatkristallen. De diagnose wordt bevestigd wanneer er naaldvormige uraatkristallen worden aangetoond in een monster van een gewrichtsknobbeltje of in het gewrichtsvocht. Dit monster wordt genomen door middel van afzuiging (aspiratie) met een naald en bekeken onder een speciaal soort microscoop die gebruikmaakt van gepolariseerd licht. Op een röntgenfoto kan te zien zijn dat de gewrichten zijn beschadigd en dat er gewrichtsknobbeltjes aanwezig zijn. Deze knobbeltjes nemen de plaats in van het bot en zorgen voor cysteachtige ophelderingen in het bot. Bij de diagnose wordt jicht vaak verward met een ander type artritis.

Behandeling

De eerste stap is het verlichten van de pijn door de ontsteking onder controle te brengen.

Niet-steroïde anti-inflammatoire middelen (NSAID's), zoals de cyclo-oxygenase-2-remmers, helpen vaak goed tegen de pijn en tegen de zwelling in het gewricht (see Niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's)). In zeldzame gevallen zijn er aanvullende pijnstillers nodig, zoals codeïne en demerol, om de pijn te bestrijden. Om de pijn te verminderen, kan het ontstoken gewricht met een spalk worden geïmmobiliseerd.

Colchicine is de traditionele, maar tegenwoordig niet meer de meest gangbare eerste stap bij de behandeling. Gewoonlijk neemt de pijn in de gewrichten af na 12 uur behandeling met colchicine en is de pijn binnen 36 tot 48 uur weg. Colchicine wordt gewoonlijk in de vorm van een tablet ingenomen, ieder uur één, maar het kan ook intraveneus worden toegediend als iemand geneesmiddelen niet oraal kan innemen. Colchicine kan buikklachten en diarree veroorzaken. Het kan soms ook ernstigere bijwerkingen veroorzaken, waaronder aantasting van het beenmerg.

Soms zijn corticosteroïden zoals prednison nuttig bij het verminderen van de gewrichtsontsteking (en de zwelling) bij mensen die de andere geneesmiddelen niet kunnen verdragen. Als er slechts één of twee gewrichten zijn aangetast, kan er een corticosteroïdensuspensie (zoals prednisolontebutaat) worden geïnjecteerd met dezelfde naald waarmee vocht uit het gewricht wordt verwijderd.

De tweede stap is het voorkomen van een recidiefaanval. Het is misschien al genoeg als men alcoholische dranken vermijdt, afvalt, geen geneesmiddelen meer gebruikt die zorgen voor een verhoogde concentratie van urinezuur in het bloed en minder purinerijk voedsel eet. De meeste mensen met primaire jicht zijn te zwaar. Naarmate ze afvallen, keert de urinezuurspiegel in hun bloed vaak terug naar normale of bijna normale waarden. De jichtaanvallen houden dan op.

Mensen die regelmatig een ernstige jichtaanval hebben, moeten mogelijkerwijs preventief geneesmiddelen innemen. Dagelijks innemen van colchicine kan de aanvallen voorkomen of op zijn minst de frequentie ervan verminderen. Door het dagelijks innemen van niet-steroïde anti-inflammatoire middelen kunnen de aanvallen ook worden voorkomen. De schade die door de uraatkristallen in de gewrichten wordt aangericht, kan daardoor echter niet worden voorkomen of worden hersteld, omdat deze kristallen namelijk aanwezig blijven in de gewrichten. Daarnaast brengt het gebruik van deze geneesmiddelen enig risico met zich mee voor patiënten met een nier- of leverziekte.

Geneesmiddelen die zorgen voor de uitscheiding van urinezuur in de urine (uricosurische geneesmiddelen), zoals probenecide of sulfinpyrazon kunnen worden gebruikt om de urinezuurspiegel in het bloed te verlagen (bij mensen met een normale nierfunctie) door de uitscheiding van urinezuur door de nieren te vergroten. Acetylsalicylzuur (aspirine) blokkeert het effect van probenecide en sulfinpyrazon en mag niet gelijktijdig met één van deze middelen worden gebruikt. Om de pijn te bestrijden kan er veilig paracetamol of een andere pijnstiller worden gebruikt.

De uricosurische geneesmiddelen verlagen de concentratie van urinezuur in het bloed, maar kunnen de concentratie van urinezuur in de urine verhogen. Veel drinken, minimaal drie liter per dag, kan de kans op nierstenen in de urinebuis verminderen. De kans op nierstenen in de urinebuis kan verder worden verminderd door te zorgen dat de urine basisch wordt (Introductie) door het innemen van natriumbicarbonaat of trinatriumcitraat. Hierdoor neemt de oplosbaarheid van urinezuur in de urine toe. Als de urine echter te basisch wordt, kunnen er zich andere en gevaarlijker kristallen of stenen vormen: calciumoxalaat. Bij het begin van een kuur met een uricosurisch geneesmiddel bestaat de kans op een jichtaanval. Een lage dosis colchicine of een niet-steroïde anti-inflammatoir middel kunnen dat risico verkleinen. Daarom wordt meestal gedurende enkele maanden ook één van deze geneesmiddelen voorgeschreven.

Allopurinol is een ander geneesmiddel waardoor de urinezuurconcentratie van het bloed omlaag wordt gebracht. Dit middel blokkeert de productie van urinezuur in het lichaam en is vooral zinvol bij patiënten met een hoge urinezuurspiegel en nierstenen of een beschadiging aan de nieren. Allopurinol kan echter maagklachten, huiduitslag en leverbeschadiging veroorzaken en het aantal witte bloedcellen verminderen. Allopurinol kan net als de uricosurische geneesmiddelen bij het begin van de kuur een jichtaanval veroorzaken. Een lage dosis colchicine of een niet-steroïde anti-inflammatoir middel kunnen dat risico verkleinen. Daarom wordt meestal gedurende enkele maanden ook één van deze geneesmiddelen voorgeschreven.

De meeste jichtknobbels op de oren, handen of voeten slinken langzaam zodra de urinezuurspiegel in het bloed genoeg is afgenomen. Maar het kan noodzakelijk zijn om zeer grote jichtknobbels operatief te verwijderen.

Nierstenen in de urinebuis kunnen worden vergruisd en worden uitgeplast met de urine. Hiertoe wordt ultrageluid van buiten het lichaam op de stenen gericht (schokgolflithotripsie (see UrinewegafsluitingFigures)).

illustrative-material.table-short 1

GENEESMIDDELEN GEBRUIKT OM JICHT TE BEHANDELEN

TYPE GENEESMIDDEL EEN AANTAL BIJWERKINGEN OPMERKINGEN

niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's) 

alle NSAID's waaronder cyclo-oxygenase-2 (COX-2) remmers (COXIBS)

maagklachten, bloedingen, nierbeschadiging, vasthouden van natrium en kalium

worden gebruikt om een acute aanval te behandelen of om een aanval te voorkomen

colchicine

diarree (komt vaak voor), onderdrukking van de aanmaak van bloedcellen in het beenmerg (komt zelden voor als het geneesmiddel op de goede manier wordt gebruikt), huidirritatie

wordt gebruikt voor preventie en voor de behandeling van aanvallen

corticosteroïden 

prednison (oraal)

vasthouden van natrium, met oedeem of hoge bloeddruk

wordt alleen gebruikt als andere behandelmethoden niet kunnen worden gebruikt, maar de resultaten zijn spectaculair

prednisolontebutaat of triamcinolocacetonide (geïnjecteerd)

pijn, ongemak, beschadiging van gewrichten bij overmatig gebruik, ontsteking (soms), infectie (zelden)

geïnjecteerd in het gewricht als slechts één of twee gewrichten zijn aangetast

uricosurische geneesmiddelen 

probenecide, sulfinpyrazon

hoofdpijn, misselijkheid, overgeven, nierstenen

kan worden gebruikt voor de lange termijn om het gehalte aan urinezuur in het bloed te verlagen om aanvallen te voorkomen; moet niet tegelijk met acetylsalicylzuur (aspirine) worden genomen

allopurinol

maagklachten, huiduitslag, afname in het aantal witte bloedcellen, lever- of nierbeschadiging, ontsteking van bloedvaten (vasculitis)

kan worden gebruikt voor de lange termijn om het gehalte aan urinezuur in het bloed te verlagen om aanvallen te voorkomen; verwijdert soms ook kristallen of stenen die al in de nier aanwezig zijn

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Chondrocalcinosis articularis (pseudo-jicht)

Figures
Tables
Disclaimer