THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Scheenpijn
Back to Top

Section

Subject

Topics

Scheenpijn

Scheenpijn (ook wel aangeduid als ‘shin-splint') ontstaat door beschadiging van de spieren die langs het scheenbeen lopen.

Meestal is de oorzaak langdurige, herhaalde belasting van het onderbeen. Twee groepen spieren in het scheenbeen zijn hiervoor gevoelig. Waar het pijn doet is afhankelijk van de aangetaste spiergroep.

Bij anterolaterale scheenpijn zijn de spieren aan de voorkant (anterior) en buitenkant (lateraal) van het scheenbeen betrokken. Dit type blessure komt voort uit een natuurlijke onbalans in de werking van elkaar tegenwerkende spieren. Steeds wanneer de hiel tijdens het wandelen of hardlopen de grond raakt, trekken de scheenbeenspieren de voet omhoog, terwijl de grotere en sterkere kuitspieren de voet naar beneden trekken. De kuitspieren oefenen zoveel kracht uit dat ze een blessure kunnen veroorzaken in de scheenbeenspieren.

Het voornaamste symptoom van de anterolaterale vorm is pijn aan de voor- en buitenkant van het scheenbeen. Eerst voelt men alleen pijn direct nadat de hiel de grond raakt tijdens het hardlopen, wandelen, skiën of een vergelijkbare vorm van lichaamsbeweging. Als men doorgaat met hardlopen, blijft de pijn gedurende de gehele pas aanwezig en wordt uiteindelijk constant. Tegen de tijd dat iemand een arts bezoekt, doet het scheenbeen meestal bij aanraking al pijn.

Om deze vorm van scheenpijn de gelegenheid te geven te genezen, moet tijdelijk met hardlopen worden gestopt en een vervangende training worden gekozen. Oefeningen waarbij de kuitspieren worden gerekt, zijn zinvol. Wanneer de scheenbeenspieren eenmaal beginnen te genezen, kan men om de dag oefeningen doen om deze spieren te versterken, zoals de ‘emmerhandvatoefening', in drie series van tien.

Bij posteromediale scheenpijn zijn de spieren aan de achterkant (posterior) en de binnenkant (mediaal) van het scheenbeen betrokken. Deze spieren zorgen voor het optillen van de hiel vlak voordat de tenen zich afzetten. Dit type scheenpijn wordt veroorzaakt door hardlopen op hol of bol liggende paden of wegen. Het kan worden verergerd door de voeten overmatig naar binnen te laten kantelen (pronatie) of door het dragen van hardloopschoenen die dat niet voldoende voorkomen.

Dit type scheenpijn begint gewoonlijk langs de binnenkant van het onderbeen, ongeveer 2 tot 20 cm boven de enkel en verergert wanneer een hardloper op zijn tenen gaat staan of de enkel naar binnen kantelt. Als hij blijft hardlopen, verplaatst de pijn zich naar voren, naar de binnenkant van de enkel en kan zich naar boven uitbreiden tot 5 à 10 cm onder de knie. De hevigheid van de pijn verergert wanneer de afwijking zich uitbreidt. In het begin zijn alleen de pezen van de spieren ontstoken en pijnlijk, maar als iemand blijft hardlopen, kunnen de spieren zelf worden getroffen. Uiteindelijk kan de ontstoken pees door druk helemaal loskomen van het bot, wat bloedingen en verdere ontsteking veroorzaakt.

De behandeling bestaat voornamelijk uit het stoppen met hardlopen en het doen van andere oefeningen totdat hardlopen niet langer pijnlijk is. Hardloopschoenen met een stug contrefort (de achterkant van de schoen) en een speciale steun voor de voetboog kunnen voorkomen dat de voet overmatig naar binnen kantelt. De terugkeer van de scheenpijn kan worden voorkomen door te vermijden om hard te lopen op harde ondergrond. Oefeningen om de geblesseerde spieren te versterken, zijn zinvol.

Soms werkt geen van de beschikbare behandelingen en moet de hardloper definitief stoppen met hardlopen.

illustrative-material.figure-short 2

Scheenpijn

Scheenpijn

Scheenpijn (shin-splint) kan ontstaan in de spieren aan de voor- en buitenkant van het scheenbeen (anterolaterale scheenpijn) of in de spieren aan de achter- en binnenkant van het scheenbeen (posteromediale scheenpijn). De pijn wordt dan op verschillende plaatsen gevoeld, afhankelijk van de aangetaste spieren.

illustrative-material.sidebar 1

Versterking van de scheenbeenspieren

emmerhandvatoefening

Wikkel een handdoek om het handvat van een lege emmer. Ga op een tafel of op een ander oppervlak zitten dat zo hoog is dat de voeten de vloer niet raken. Plaats het emmerhandvat over de neus van één schoen. Hef langzaam de voorkant van de voet op door de enkel te buigen, strek dan de voet langzaam door de teen naar voren te richten. Herhaal dit tienmaal en neem vervolgens enkele seconden rust. Doe nog twee reeksen van tien. Doe om de weerstand te verhogen water in de emmer, maar niet zoveel dat de oefening pijnlijk wordt.

op de tenen staan

Ga rechtop staan. Ga langzaam op de tenen staan, laat dan langzaam de hielen op de vloer zakken. Herhaal dit tienmaal en rust dan één minuut uit. Doe nog twee reeksen van tien. Wanneer de oefening gemakkelijk wordt, doe deze dan terwijl u steeds zwaardere gewichten vasthoudt.

buitenwaartse draaiingen

Kantel de enkel langzaam naar buiten zodat de binnenkant van de zool los komt van de vloer. Laat de zool langzaam weer zakken. Doe drie reeksen van tien.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Stressfracturen van de voet

Next: Popliteus tendinitis

Figures
Tables
Disclaimer