THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Introductie
Back to Top

Section

Subject

Topics

Introductie

Aangezien ouderen vaak meerdere, doorgaans chronische, aandoeningen hebben, gebruiken ze meestal meer geneesmiddelen dan jongeren. Van de ouderen boven de 65 jaar gebruikt 90% gemiddeld 3,8 geneesmiddel per dag. Daarnaast zijn ouderen meer dan twee keer zo gevoelig voor bijwerkingen van geneesmiddelen als jongere mensen (see Bijwerkingen van geneesmiddelen). Bijwerkingen zijn ook vaak ernstiger, beïnvloeden de kwaliteit van leven en leiden tot bezoek aan een arts en tot ziekenhuisopname.

Naarmate men ouder wordt, neemt de hoeveelheid water in het lichaam af en neemt de hoeveelheid vetweefsel in verhouding tot water toe. Hierdoor bereiken wateroplosbare geneesmiddelen bij ouderen hogere concentraties doordat er minder water beschikbaar is om ze te verdunnen en hopen vetoplosbare geneesmiddelen zich meer op omdat er relatief meer vetweefsel is om ze op te slaan. Verder zijn met het vorderen van de leeftijd de nieren minder goed in staat om geneesmiddelen in de urine

illustrative-material.sidebar 1

Anticholinerg: wat betekent dat?

Anticholinerge effecten worden veroorzaakt door geneesmiddelen die de werking van acetylcholine blokkeren. Acetylcholine is een neurotransmitter, een chemische stof die wordt afgegeven door een zenuwcel om een zenuwsignaal over te brengen naar een naastgelegen zenuwcel of een beoogde cel in een spier of klier. Acetylcholine stimuleert de gladde (onwillekeurig werkende) spiercellen, zoals die in het hart of de luchtwegen, tot samentrekking. Veel algemeen gebruikte geneesmiddelen hebben anticholinerge effecten. De meeste van deze geneesmiddelen zijn niet ontwikkeld om deze effecten te veroorzaken, die daarom meestal als ongewenste bijwerkingen worden beschouwd. Tot de anticholinerge effecten behoren verwardheid, wazig zien, obstipatie, een droge mond, een licht gevoel in het hoofd en problemen bij het plassen of verlies van controle over de blaas. Anticholinerge geneesmiddelen kunnen echter bijvoorbeeld ook tremoren en misselijkheid verminderen, wat beide nuttige effecten zijn.

Ouderen lopen een groter risico van anticholinerge effecten doordat de hoeveelheid acetylcholine in het lichaam met de leeftijd afneemt. Daarom blokkeren anticholinerge geneesmiddelen bij hen een hoger percentage acetylcholine. Tevens is het ouder wordende lichaam minder goed in staat om de kleine hoeveelheid nog aanwezige acetylcholine te gebruiken.

uit te scheiden en zet de lever veel geneesmiddelen minder goed om (see Eliminatie van geneesmiddelen). Vanwege al deze leeftijdsgebonden veranderingen blijven veel geneesmiddelen vaak langer in het lichaam van een oudere dan in dat van een jonger iemand, waardoor het effect van het geneesmiddel langer aanhoudt en het risico van bijwerkingen toeneemt. Om deze redenen moeten ouderen van bepaalde geneesmiddelen kleinere doses of wellicht minder doses per dag innemen. Vaak kan een geneesmiddel ook worden vervangen door een ander middel dat veiliger is.

Ouderen zijn gevoeliger voor de effecten van veel geneesmiddelen. Zo worden ouderen door het gebruik van slaapmiddelen of angstremmende middelen vaak slaperiger en raken eerder verward. Geneesmiddelen die de bloeddruk verlagen door verwijding (dilatatie) van de aders en vermindering van de hoeveelheid arbeid die het hart moet leveren, werken bij ouderen veel sterker dan bij jongeren.

Veel algemeen gebruikte geneesmiddelen, zoals sommige antidepressiva en difenhydramine (gebruikt bij behandeling van slapeloosheid), hebben anticholinerge effecten. Deze effecten waar ouderen bijzonder gevoelig voor zijn, betreffen onder meer verwardheid, wazig zien, obstipatie, droge mond, een licht gevoel in het hoofd en problemen bij het plassen of verlies van controle over de blaas. Sommige anticholinerge effecten als afname van tremor (zoals bij de behandeling van de ziekte van Parkinson) en afname van misselijkheid zijn gewenst, maar de meeste zijn dit niet.

Geneesmiddelen kunnen een bijwerking veroorzaken als gevolg van interacties tussen het geneesmiddel en een andere ziekte dan die waarvoor het middel wordt gebruikt of interacties met een ander geneesmiddel, een voedingsmiddel of een geneeskrachtig kruid (see Geneeskrachtige kruiden en ‘nutraceuticals'Tables). Doordat ouderen meestal meer ziekten hebben en meer geneesmiddelen gebruiken dan jongere mensen, zullen bij hen eerder interacties tussen geneesmiddelen en ziekten en tussen geneesmiddelen onderling voorkomen. Patiënten, artsen en apothekers kunnen maatregelen treffen om het risico van deze interacties te verkleinen. (see Interacties van geneesmiddelen)

Het kan riskant zijn de aanwijzingen van een arts met betrekking tot het gebruik van een geneesmiddel (therapieontrouw) niet op te volgen (Therapietrouw bij behandeling met geneesmiddelen). Hoewel ouderdom op zichzelf niet betekent dat iemand geneesmiddelen eerder niet volgens de aanwijzingen gebruikt, is hiervan bij 40% van de ouderen wel sprake. Het niet, te weinig of te veel innemen van een geneesmiddel kan problemen veroorzaken. Wellicht lijkt het verstandig om minder van een geneesmiddel in te nemen omdat het bijwerkingen veroorzaakt. Alvorens veranderingen aan te brengen in het gebruik van een geneesmiddel dient dit altijd eerst met de arts te worden besproken.

illustrative-material.table-short 1

GENEESMIDDELEN MET EEN VERHOOGD RISICO VOOR OUDEREN
soort geneesmiddel probleem
 

pijnstillers (analgetica)

indometacine

Van alle niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen oefent indometacine de meeste invloed uit op de hersenen. Het veroorzaakt soms verwardheid of duizeligheid.

pethidine

Wanneer het wordt geïnjecteerd is het opioïd pethidine een sterke pijnstiller, maar bij inname via de mond is het niet bijzonder effectief en veroorzaakt het vaak verwardheid.

pentazocine

Pentazocine is een opioïd waarbij de kans op verwardheid en hallucinaties groter is dan bij andere opioïden.

propoxyfeen

Het opioïd dextropropoxyfeen biedt niet meer pijnverlichting dan paracetamol. Net als andere opioïden kan het verslavend zijn en heeft het bijwerkingen als obstipatie, slaperigheid, verwardheid en (in zeldzame gevallen) een langzamere ademhaling.

antidepressiva

tricyclische antidepressiva zoals amitriptyline en doxepine

Aangezien tricyclische antidepressiva sterke anticholinerge en sederende effecten hebben, zijn ze gewoonlijk geen goede keus voor ouderen. In lage doseringen worden deze middelen nog wel eens gebruikt bij bepaalde pijnen.

anti-emetica (geneesmiddelen tegen misselijkheid)

metoclopramide

Dit geneesmiddel is effectief tegen misselijkheid en braken. Het kan kan echter wel bijwerkingen veroorzaken, waaronder abnormale bewegingen van armen, benen en andere lichaamsdelen. Ouderen zijn hier gevoeliger voor.

antihistaminica

versuffende antihistaminica zoals:

clemastine

cyproheptadine

dexchloorfeniramine

dimetindeen

hydroxyzine

mebhydroline

promethazine

Deze alleen op recept verkrijgbare antihistaminica hebben sterke anticholinerge effecten. Hoewel antihistaminica soms nuttig zijn bij allergische reacties en seizoensgebonden allergieën, zijn ze over het algemeen niet geschikt voor de behandeling van een loopneus en andere symptomen van een virusinfectie bij ouderen. Wanneer antihistaminica nodig zijn, verdienen de middelen zonder anticholinerge effecten (zoals loratadine en cetirizine) de voorkeur.

antihypertensiva

methyldopa

Methyldopa kan, alleen of in combinatie met andere geneesmiddelen, de hartslag vertragen en een depressie verergeren. Als bloeddrukverlager zijn andere middelen veel geschikter.

antipsychotica

onder andere

chloorpromazine

haloperidol

olanzapine

perfenazine

periciazine

risperidon

thioridazine

Hoewel antipsychotica effectief zijn bij de behandeling van psychotische aandoeningen, is hun effectiviteit bij de behandeling van gedragsstoornissen die verband houden met dementie (zoals agitatie, rusteloosheid, steeds opnieuw vragen stellen, luidruchtigheid, gooien en slaan) niet vastgesteld. Deze geneesmiddelen zijn vaak toxisch en veroorzaken slaperigheid, bewegingsstoornissen en anticholinerge effecten. Over het algemeen dienen ouderen antipsychotica in kleine doses te gebruiken en alleen als dit absoluut noodzakelijk is. De noodzaak voor behandeling dient vaak opnieuw te worden beoordeeld en het gebruik moet zo snel mogelijk worden gestaakt.

hartmiddelen

digoxine

Er dienen kleine doses te worden gebruikt, omdat de nieren minder goed in staat zijn digoxine uit te scheiden naarmate mensen ouder worden.

disopyramide

Disopyramide, een geneesmiddel dat wordt gebruikt om abnormale hartritmes te behandelen (antiarrhythmicum), heeft sterke anticholinerge effecten en kan bij ouderen hartfalen veroorzaken.

histamine-2-receptorantagonisten

cimetidine

famotidine

nizatidine

ranitidine

De normale doses van sommige blokkeerders van de histamine-2-receptor (vooral cimetidine, maar ook tot op zekere hoogte famotidine, nizatidine en ranitidine) kunnen bijwerkingen veroorzaken, vooral verwardheid.

ijzersupplementen

ferrosulfaat

Doses hoger dan 325 milligram per dag leiden niet tot een aanzienlijke verbetering van de ijzerresorptie en zullen veel eerder obstipatie veroorzaken.

middelen bij incontinentie

oxybutynine

tolterodine

Deze middelen die de blaas ontspannen hebben anticholinerge effecten en veroorzaken slaperigheid en zwakte. De effectiviteit is bovendien twijfelachtig. Bij de meeste vormen van incontinentie komen in eerste instantie bekkenbodemspieroefeningen in aanmerking.

kalmerende middelen (sedativa), angstremmende middelen (anxiolytica) en slaapmiddelen

barbituraten, zoals fenobarbital

Barbituraten hebben meer bijwerkingen dan andere geneesmiddelen die worden gebruikt om angstgevoelens en slapeloosheid te behandelen. Ze vertonen ook interacties met veel andere geneesmiddelen. In het algemeen dienen ouderen geen barbituraten te gebruiken, behalve voor de behandeling van aandoeningen met epileptische aanvallen.

chloordiazepoxide

diazepam

flurazepam

flunitrazepam

nitrazepam

Deze geneesmiddelen zijn benzodiazepinen die worden gebruikt om angstgevoelens en slapeloosheid te behandelen. Ze hebben bij ouderen een zeer langdurig effect (vaak meer dan 96 uur). Deze middelen kunnen, alleen of in combinatie met andere middelen, langdurige slaperigheid veroorzaken en het risico van valpartijen en fracturen vergroten. Korter werkende benzodiazepinen, zoals temazepam en oxazepam, zijn over het algemeen veel geschikter voor ouderen.

meprobamaat

Dit geneesmiddel biedt geen voordelen ten opzichte van benzodiazepinen en heeft veel nadelen. Het is sterk verslavend en sederend.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer