THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Kamerextrasystolen

Een kamerextrasystole (voortijdige kamersamentrekking) is een extra hartslag door een afwijkende elektrische prikkel die vóór een normale hartslag in de kamers ontstaat.

Kamerextrasystolen treden vaak op, vooral bij ouderen. Deze ritmestoornis kan worden veroorzaakt door lichamelijke of emotionele belasting, door gebruik van alcohol of cafeïne (in dranken of andere voedingsmiddelen) of door middelen tegen verkoudheid of hooikoorts die stoffen bevatten die het hart stimuleren, zoals efedrine (in neusdruppels als Otrivin). Andere oorzaken zijn onder meer coronaire hartziekte (vooral tijdens of kort na een hartinfarct) en aandoeningen waarbij de kamers zijn vergroot, zoals hartfalen en hartklepaandoeningen.

Symptomen en diagnose

Incidentele kamerextrasystolen hebben weinig gevolgen voor de pompwerking van het hart en veroorzaken meestal geen symptomen, tenzij ze extreem vaak voorkomen. Het voornaamste symptoom is het gevoel van een extra zware of overgeslagen hartslag. Bij mensen die geen hartziekte hebben, zijn kamerextrasystolen niet gevaarlijk. Maar wanneer ze veelvuldig optreden bij patiënten met een structurele hartziekte, kunnen ze worden gevolgd door gevaarlijke ritmestoornissen als ventriculaire tachycardie of kamerfibrilleren, waardoor de patiënt plotseling kan overlijden.

De diagnose ‘kamerextrasystolen' wordt gesteld door middel van elektrocardiografie (ECG) (Elektrocardiografie).

Behandeling

Bij verder gezonde mensen is er geen speciale behandeling nodig, afgezien van het advies om stress en het gebruik van cafeïne en alcohol te vermijden, evenals vrij verkrijgbare middelen tegen verkoudheid of hooikoorts die stoffen bevatten die het hart stimuleren. Geneesmiddelen worden meestal alleen voorgeschreven als de symptomen ondraaglijk zijn of als het patroon van de kamerextrasystolen doet vermoeden dat ventriculaire tachycardie of kamerfibrilleren zou kunnen ontstaan. Dit risico bestaat bijvoorbeeld als de patiënt lijdt aan een structurele hartziekte of als steeds een reeks opeenvolgende samentrekkingen van de kamers plaatsvindt. Meestal worden eerst bètablokkers gebruikt, aangezien deze relatief veilig zijn. Sommige mensen gebruiken deze middelen echter liever niet, omdat ze traag ervan worden.

Bij mensen die een hartinfarct hebben doorgemaakt en vaak last hebben van kamerextrasystolen, kan het risico van plotseling overlijden als gevolg van ventriculaire tachycardie of kamerfibrilleren worden verkleind door het gebruik van bètablokkers, door angioplastiek (‘dotteren') of een bypassoperatie aan de kransslagaders (Coronaire bypassoperatie). Middelen tegen ritmestoornissen kunnen kamerextrasystolen onderdrukken, maar kunnen ook het risico van een fatale ritmestoornis verhogen. Daarom schrijft de arts deze middelen alleen voor aan bepaalde patiënten, na zorgvuldige afweging van het risico van ernstige hartritmestoornissen. 

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Syndroom van Wolff‑Parkinson‑White

Next: Ventriculaire tachycardie

Figures
Tables
Disclaimer