THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Paroxismale supraventriculaire tachycardie

Paroxismale supraventriculaire (boezem)tachycardie is een regelmatige, snelle hartslag (160 tot 200 slagen per minuut) die plotseling optreedt en weer ophoudt en die ontstaat in andere delen van het hart dan de kamers.

Paroxismale supraventriculaire tachycardie komt vooral voor bij jonge mensen en is eerder onaangenaam dan gevaarlijk. Het verschijnsel kan optreden tijdens zware lichamelijke inspanning.

Paroxismale supraventriculaire tachycardie kan bijvoorbeeld worden opgewekt door een voortijdige hartslag die het hart herhaaldelijk met hoge frequentie activeert. Een dergelijke herhaalde snelle activering kan door verschillende afwijkingen worden veroorzaakt. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat er zich twee elektrische geleidingsbanen bevinden in de atrioventriculaire knoop (deze ritmestoornis wordt aangeduid als ‘AV-nodale re-entrytachycardie' of ‘AV-nodale cirkeltachycardie'). Ook kan er een abnormale elektrische verbinding bestaan tussen de boezems en de kamers (deze variant heet ‘atrioventriculaire re-entrytachycardie' of ‘AV-nodale cirkeltachycardie'). Veel minder vaak komt de vorm voor waarbij de boezems afwijkende snelle of circulaire prikkels produceren (dit wordt ‘echte paroxismale boezemtachycardie' genoemd).

De snelle hartslag begint en eindigt meestal plotseling en kan enkele minuten tot vele uren aanhouden. De patiënt ervaart dit vrijwel altijd als onaangename hartkloppingen. Vaak treden daarnaast andere symptomen op, zoals zwakte, een licht gevoel in het hoofd, kortademigheid en pijn op de borst. Het hart toont meestal geen andere afwijkingen.

Behandeling

Een aanval van paroxismale supraventriculaire tachycardie kan vaak worden beëindigd door een van de handelingen die de nervus vagus stimuleren en zo de hartslag vertragen. Deze handelingen worden gewoonlijk uitgevoerd door of onder toezicht van een arts, maar patiënten die herhaaldelijk last hebben van deze ritmestoornis leren ze vaak zelf uit te voeren. Tot deze handelingen behoren bijvoorbeeld aanspannen van de buikspieren als bij een moeilijke ontlasting, wrijven over de hals vlak onder de kaakhoek (waardoor een gevoelige plek van de halsslagader, de sinus caroticus, wordt gestimuleerd) en onderdompelen van het gezicht in een bak ijskoud water. Dit heeft het meeste effect direct na het begin van de ritmestoornis.

Als dergelijke handelingen geen effect hebben, als de ritmestoornis ernstige symptomen veroorzaakt of als de aanval langer dan 20 minuten duurt, wordt geadviseerd een arts te raadplegen om de aanval te stoppen. De behandeling moet plaatsvinden onder bewaking met een monitor en vindt dus meestal in het ziekenhuis plaats. De arts kan de aanval gewoonlijk snel beëindigen door een intraveneuze injectie, meestal met adenosine of verapamil. In de zeldzame gevallen dat geneesmiddelen niet werken, kan defibrillatie (het toedienen van een elektrische schok aan het hart) nodig zijn.

Voorkomen is moeilijker dan behandelen, maar vrijwel alle antiaritmische middelen kunnen het gewenste effect hebben. Vaak worden hiervoor bètablokkers, digoxine, diltiazem, verapamil, propafenon en flecaïnide gebruikt. In toenemende mate wordt ook katheterablatie (waarbij elektrische energie met een specifieke frequentie wordt toegediend via een in het hart ingebrachte katheter) gebruikt om het weefsel waarin de paroxismale supraventriculaire tachycardie ontstaat, te vernietigen.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Boezemfibrilleren en boezemfladderen

Next: Syndroom van Wolff‑Parkinson‑White

Figures
Tables
Disclaimer