THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Sinusknoopdisfunctie

Sinusknoopdisfunctie, een verstoorde functie van het prikkelcentrum in het hart (de sinusknoop of sinuatriale knoop) kan leiden tot een aanhoudend trage hartslag (sinusbradycardie) of een complete uitval van de normale werking van het prikkelcentrum (sinusarrest). Wanneer deze werking uitvalt, neemt een ander deel van het hart gewoonlijk de functie van het prikkelcentrum over. Dit deel van het hart, het reserveprikkelcentrum, kan lager in de boezem zijn gelegen, of in de atrioventriculaire knoop of in het geleidingssysteem of in de kamer.

Alle vormen van sinusknoopdisfunctie komen vaker voor bij ouderen. Sinusknoopdisfunctie kan door bepaalde geneesmiddelen of door een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) worden veroorzaakt. De oorzaak is meestal echter onbekend. Wanneer de oorzaak niet bekend is, wordt gesproken van het ‘sick-sinus-syndroom'.

Een belangrijke variant van het sick-sinus-syndroom is het brady-tachycardiesyndroom, waarbij periodes met een traag hartritme (bradycardie) worden afgewisseld door periodes met ritmestoornissen waarbij de boezems snel samentrekken (tachycardie), zoals boezemfibrilleren en boezemfladderen.

Symptomen en diagnose

Bij veel vormen van sinusknoopdisfunctie zijn er geen symptomen. Een aanhoudend vertraagd hartritme veroorzaakt echter vaak een gevoel van zwakte en vermoeidheid. Als het hart zeer traag gaat kloppen, kan de patiënt flauwvallen. Als het hart te snel klopt, ervaart de patiënt dit vaak als hartkloppingen. Wanneer het te snelle ritme ophoudt, kan de patiënt flauwvallen doordat de sinusknoop het normale hartritme niet snel genoeg weer op gang kan brengen.

De diagnose ‘sinusknoopdisfunctie' wordt overwogen bij patiënten met een trage (en vooral ook onregelmatige) polsslag, een polsslag die onafhankelijk van de activiteiten sterk wisselt of een polsslag die bij lichamelijke inspanning niet toeneemt. De arts kan de diagnose ‘sinusknoopdisfunctie' meestal stellen op basis van de symptomen en het elektrocardiogram (ECG (see Elektrocardiografie)), vooral wanneer het hartritme gedurende 24 uur wordt geregistreerd met behulp van een Holter-monitor.

Behandeling

Patiënten met symptomen krijgen meestal een permanente pacemaker geïmplanteerd om de hartslag te versnellen. Als ze soms ook een te snelle hartslag hebben, kunnen ze daarnaast nog geneesmiddelen nodig hebben om de hartslag te vertragen (zoals een bètablokker of een calciumantagonist (see Behandeling).

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Kamerfibrilleren

Next: AV‑blok

Figures
Tables
Disclaimer