THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Ventriculaire tachycardie

Ventriculaire tachycardie is een hartritme dat ontstaat vanuit de kamers en leidt tot een hartslag van ten minste 120 slagen per minuut.

Ventriculaire tachycardie kan worden beschouwd als een reeks opeenvolgende kamerextrasystolen. Soms treden er maar enkele van dergelijke extrasystolen achter elkaar op, waarna het hart zijn normale ritme hervat. Als ventriculaire tachycardie langer dan 30 seconden aanhoudt, wordt gesproken van ‘langdurige ventriculaire tachycardie'. Dit treedt gewoonlijk op bij patiënten met een structurele hartziekte die de kamers beschadigt. Het verschijnsel treedt meestal op binnen enkele weken tot maanden na een hartinfarct. Het komt vaker voor bij ouderen. In zeldzame gevallen ontstaat ventriculaire tachycardie echter ook bij jonge mensen die niet lijden aan een structurele hartziekte.

Symptomen en diagnose

Patiënten met ventriculaire tachycardie hebben vrijwel allemaal last van hartkloppingen. Langdurige ventriculaire tachycardie kan gevaarlijk zijn doordat de kamers zich niet volledig kunnen vullen of de pompwerking onvoldoende wordt. Vaak daalt de bloeddruk, waarna hartfalen optreedt. Langdurige ventriculaire tachycardie is ook gevaarlijk doordat deze kan overgaan in kamerfibrilleren, een vorm van mechanische hartstilstand. Soms zijn zelfs bij ventriculaire tachycardie tot wel 200 slagen per minuut nauwelijks symptomen waar te nemen, terwijl dit toch uitermate gevaarlijk is.

Met behulp van elektrocardiografie (ECG (Elektrocardiografie)) kan de diagnose ‘ventriculaire tachycardie' worden gesteld en kan worden bepaald of behandeling nodig is. Het hartritme kan ook gedurende een periode van 24 uur worden geregistreerd met behulp van een draagbare ECG-monitor (Holter-monitor).

Behandeling

Ventriculaire tachycardie wordt behandeld wanneer er symptomen zijn of wanneer de aanvallen langer dan 30 seconden aanhouden, ook als er geen symptomen zijn. Bij langdurige ventriculaire tachycardie moet vaak onmiddellijk worden ingegrepen. Als door een aanval de bloeddruk sterk daalt, moet onmiddellijk worden gedefibrilleerd. Ventriculaire tachycardie kan worden gestopt of onderdrukt door intraveneuze toediening van bepaalde geneesmiddelen. De meeste gebruikte middelen hiervoor zijn lidocaïne, procaïnamide en amiodaron.

Met behulp van een ECG kan het kleine afwijkende plekje in de kamers worden opgespoord dat gewoonlijk verantwoordelijk is voor langdurige ventriculaire tachycardie, waarna dit met bepaalde technieken kan worden vernietigd. Dat kan bijvoorbeeld met katheterablatie (het toedienen van elektrische energie met een specifieke frequentie via een in het hart ingebrachte katheter) of door een openhartoperatie.

Als geen enkele andere behandeling effectief is, kan een automatische defibrillator worden geïmplanteerd. Dit is een apparaatje dat ritmestoornissen kan vaststellen en een schok kan afgeven om het hartritme te normaliseren. Deze ingreep lijkt op het implanteren van een pacemaker.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Kamerextrasystolen

Next: Kamerfibrilleren

Figures
Tables
Disclaimer