THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Flauwvallen

Flauwvallen (syncope) is een plotseling, kortstondig verlies van het bewustzijn.

Flauwvallen is een teken dat de hersenen te weinig zuurstof en voedingsstoffen ontvangen, gewoonlijk door een tijdelijke afname van de doorbloeding. De doorbloeding van de hersenen kan afnemen telkens wanneer het lichaam een daling van de bloeddruk niet snel genoeg kan compenseren.

Oorzaken

Flauwvallen kan zich voordoen als het hart niet genoeg bloed kan rondpompen om een normale bloeddruk in stand te houden. Het pompvermogen van het hart kan bijvoorbeeld zijn aangetast door een hartritmestoornis of hartklepaandoening, vooral een aortaklepstenose. Patiënten met een dergelijke aandoening voelen zich vaak goed zolang ze in rust zijn. Bij inspanning worden ze echter duizelig of vallen flauw, doordat het hart niet voldoende bloed kan rondpompen om te voldoen aan de toegenomen vraag naar zuurstof in het lichaam. Dit type flauwvallen wordt wel ‘syncope bij inspanning' genoemd. Mensen met deze aandoeningen kunnen ook na inspanning flauwvallen. De reden hiervoor is dat het hart tijdens de inspanning door sneller te kloppen nog net in staat is een voldoende hoge bloeddruk te handhaven. Na afloop van de inspanning daalt de hartfrequentie echter en dus ook de hoeveelheid rondgepompt bloed. Tegelijkertijd zijn de bloedvaten in de spieren, die tijdens de inspanning verwijden om meer bloed te kunnen aan- en afvoeren, nog steeds verwijd. (De kleine slagaders in de spieren blijven verwijd om zuurstof en voedingsstoffen naar het spierweefsel te kunnen aanvoeren, terwijl de aders verwijd blijven om de tijdens de inspanning gevormde afvalproducten van de stofwisseling af te voeren.) Door deze combinatie van een kleinere hoeveelheid weggepompt bloed en verwijding van de kleine slagaders en aders daalt de bloeddruk en valt de patiënt flauw.

Ook de hartafwijking ‘hypertrofische cardiomyopathie' (Cardiomyopathie) kan leiden tot flauwvallen, vooral tijdens inspanning. Deze aandoening komt zowel bij jonge mensen als bij ouderen voor, vooral bij patiënten met hoge bloeddruk. Zonder behandeling kan de patiënt eraan overlijden.

Iemand kan ook flauwvallen als zijn bloedvolume te laag is. Een voor de hand liggende oorzaak van een te laag bloedvolume is een bloeding. Een andere oorzaak is uitdroging, bijvoorbeeld door diarree, overmatig transpireren, onvoldoende vochtinname en overmatige urineproductie (een bekend symptoom van onbehandelde diabetes mellitus (Introductie)of de ziekte van Addison (Ziekte van Addison)). Bij ouderen wordt uitdroging vaak veroorzaakt in samenhang met het gebruik van vochtafdrijvende middelen (diuretica), in het bijzonder tijdens warm weer of tijdens ziekte, wanneer het voor de patiënt moeilijk is om voldoende vocht binnen te krijgen. (Vochtafdrijvende middelen stimuleren de nieren tot verhoging van de urineproductie om meer zout en water uit het lichaam te verwijderen, waardoor het totale vochtvolume in het lichaam daalt.)

Mensen kunnen ook flauwvallen als de nervus vagus – de zenuw naar het halsgebied, de borstkas en de darm – wordt gestimuleerd. Bij stimulatie zorgt deze zenuw dat de hartslag wordt vertraagd. Tegelijkertijd krijgt de patiënt last van misselijkheid en voelt zijn huid koud en klam aan. Dit type flauwvallen staat bekend als ‘vasovagale syncope'. De nervus vagus wordt gestimuleerd door pijn (bijvoorbeeld darmkrampen), angst, andere schrikreacties of schokkende ervaringen (bijvoorbeeld de aanblik van bloed), braken, productie van een grote hoeveelheid ontlasting en urineren. Als iemand tijdens of onmiddellijk na het urineren flauwvalt, spreekt men van ‘mictiesyncope'. In uitzonderlijke gevallen kan ook krachtig slikken tot flauwvallen leiden door stimulering van de nervus vagus.

Iemand kan ook flauwvallen als er minder bloed terugstroomt naar het hart door lichamelijke inspanning. Iets soortgelijks gebeurt bij flauwvallen ten gevolge van hoesten. Ook flauwvallen na urineren (mictiesyncope) of na ontlasting (defecatiesyncope) is ten dele het gevolg van de inspanning (naast stimulering van de nervus vagus). Mictiesyncope komt vooral voor bij oudere mannen met een vergrote prostaat die zich moeten inspannen om hun blaas te legen. Als mensen tijdens het optillen of wegduwen van zware voorwerpen niet op de juiste manier ademhalen, kunnen ze ook flauwvallen (gewichthefferssyncope).

Als iemand flauwvalt wanneer hij te snel uit zittende of liggende houding overeind komt, spreekt men van ‘orthostatische syncope'. Deze aandoening komt vooral voor bij ouderen en wordt veroorzaakt door orthostatische hypotensie (Orthostatische hypotensie). Hierbij zijn de compensatiemechanismen, vernauwing van de bloedvaten en verhoging van de hartfrequentie, onvoldoende in staat de bloeddruk te herstellen wanneer een persoon opstaat en het bloed zich door de zwaartekracht ophoopt in de beenaders. Een verwante vorm van flauwvallen kan optreden wanneer iemand op een warme dag langdurig moet blijven stilstaan (bijvoorbeeld soldaten die een erewacht vormen). Als de beenspieren niet worden gebruikt, persen ze geen bloed terug naar het hart. Daardoor hoopt het bloed zich op in de beenaders en daalt de bloeddruk.

Bij ouderen kan een overmatige daling van de bloeddruk na de maaltijd (postprandiale hypotensie (Postprandiale hypotensie)) leiden tot flauwvallen.

Flauwvallen kan ook het gevolg zijn van te snel ademhalen (hyperventilatie), bijvoorbeeld door angst. Dit type flauwvallen staat bekend als ‘hyperventilatiesyncope'. Door de te snelle ademhaling verdwijnen grote hoeveelheden kooldioxide uit het lichaam. Door de lage kooldioxideconcentratie vernauwen de bloedvaten in de hersenen zich, waardoor de patiënt duizelig wordt of echt flauwvalt.

In zeldzame gevallen kan iemand flauwvallen door een licht cerebrovasculair accident (CVA, ‘beroerte'), waarbij de bloedtoevoer naar een deel van de hersenen plotseling vermindert. Flauwvallen door een CVA komt vaker voor bij ouderen. Ook allerlei andere aandoeningen, zoals een tekort aan rode bloedcellen (anemie), longaandoeningen, een te lage bloedglucosespiegel (hypoglykemie) en diabetes mellitus, kunnen leiden tot flauwvallen, vooral als daarbij de compensatiemechanismen niet goed werken.

Bepaalde geneesmiddelen kunnen eveneens flauwvallen veroorzaken. Dat geldt bijvoorbeeld voor veel van de middelen tegen hoge bloeddruk, pijn op de borst en hartfalen. De doseringen van dergelijke middelen moeten daarom zorgvuldig worden ingesteld om te voorkomen dat de bloeddruk te sterk daalt.

Symptomen

Voorafgaand aan het flauwvallen kan de patiënt zich duizelig of licht in het hoofd voelen, vooral in staande houding. Nadat de patiënt op de grond is gevallen, stijgt de bloeddruk weer, deels doordat hij op de grond ligt en het bloed niet meer tegen de zwaartekracht in naar de hersenen hoeft te stromen, maar deels ook doordat de oorzaak van het flauwvallen is verdwenen. Bij te snel opstaan kan de patiënt echter opnieuw flauwvallen.

Wanneer flauwvallen door een hartritmestoornis (aritmie) wordt veroorzaakt, treedt bewustzijnsverlies meestal plotseling op en verdwijnt ook weer plotseling. Vlak vóór het flauwvallen kunnen soms hartkloppingen worden gevoeld.

Een vasovagale syncope kan zowel in zittende als in staande houding optreden. Deze wordt vaak voorafgegaan door misselijkheid, zwakte, geeuwen, wazig zien en transpireren. De huid kan koel en klam aanvoelen. De persoon wordt lijkbleek, de polsslag wordt zeer traag en de persoon valt flauw.

Als het flauwvallen heel geleidelijk plaatsvindt met waarschuwingssymptomen vooraf en de patiënt ook weer geleidelijk bijkomt, duidt dit op veranderingen in de chemische samenstelling van het bloed, zoals een verlaagde bloedglucosespiegel (hypoglykemie) of een daling van de kooldioxideconcentratie in het bloed (hypocapnie). Hypocapnie wordt vaak voorafgegaan door tintelingen in de vingertoppen en rond de lippen.

Diagnose

De arts probeert de oorzaak van het flauwvallen vast te stellen aangezien sommige oorzaken ernstiger zijn dan andere. Hartaandoeningen, zoals ritmestoornissen of een vernauwing van de aortaklep (aortaklepstenose), kunnen levensbedreigend zijn terwijl andere oorzaken veel onschuldiger zijn.

De diagnose wordt gebaseerd op factoren als de omstandigheden waaronder de patiënt is flauwgevallen, eventuele waarschuwingssignalen voorafgaand aan het flauwvallen en hoe snel de patiënt weer bijkomt. Ook beschrijvingen van het voorval door getuigen kunnen van belang zijn. Verder wil de arts weten of de patiënt bepaalde aandoeningen heeft en of hij geneesmiddelen gebruikt, hetzij op recept, hetzij vrij verkrijgbaar.

Als het flauwvallen zich tijdens stress voordoet of wordt voorafgegaan door symptomen die duiden op een vasovagale syncope (zoals misselijkheid, transpireren, een koude, klamme huid en een bleek gelaat), is de oorzaak meestal niet ernstig en zijn uitgebreid diagnostisch onderzoek en behandeling zelden noodzakelijk.

De arts zal proberen uit te sluiten of er sprake is van hysterisch flauwvallen, wat geen echt flauwvallen is. Bij hysterisch flauwvallen lijkt de patiënt alleen maar bewusteloos. Hij transpireert echter niet, wordt niet bleek en hartslag en bloeddruk zijn normaal.

Met behulp van elektrocardiografie (ECG), een methode om de elektrische activiteit van het hart te registreren, kan een onderliggende hartaandoening worden opgespoord. Soms is continue ECG-registratie nodig om de oorzaak van het flauwvallen te achterhalen. Daartoe wordt de patiënt uitgerust met een klein apparaat op batterijen (een Holter-monitor). Dit apparaat registreert de elektrische activiteit van het hart gedurende 24 uur of langer, terwijl de patiënt zijn gewone dagelijkse bezigheden verricht (see Ambulante elektrocardiografie). Als dan blijkt dat het flauwvallen samenvalt met een ritmestoornis, dan is deze stoornis waarschijnlijk – maar niet noodzakelijkerwijs – de oorzaak.

Andere onderzoeksmethoden, zoals echocardiografie (waarbij met behulp van ultrasone geluidstrillingen een beeld van het hart wordt gemaakt (Echocardiografie en andere echografische procedures)) kunnen worden toegepast om te bepalen of er sprake is van een structurele of functionele hartafwijking. Door middel van bloedonderzoek kan worden bepaald of de patiënt aan hypoglykemie of anemie lijdt.

Bewustzijnsverlies ten gevolge van een epileptische aanval (Introductie) moet worden onderscheiden van flauwvallen, aangezien dit een andere oorzaak heeft en anders wordt behandeld. Het onderscheid kan worden gemaakt met behulp van elektro-encefalografie (EEG), waarbij de elektrische activiteit van de hersenen wordt geregistreerd (Elektro-encefalografie). Ook komt de patiënt na een epileptische aanval veel langzamer bij bewustzijn en blijft hij meestal gedurende ten minste 10 minuten suf.

Ter bevestiging van de vermoedelijke oorzaak probeert de arts onder veilige omstandigheden het flauwvallen nogmaals op te wekken. Hij kan de patiënt bijvoorbeeld vragen om snel en diep te ademen. Ook kan de sinus caroticus (een gedeelte van de binnenste halsslagader waar bloeddruksensoren zitten) enigszins worden dichtgedrukt, terwijl de hartslag wordt geregistreerd op een elektrocardiogram (ECG). Door dit dichtdrukken stijgt de bloeddruk in de sinus caroticus tijdelijk, waardoor het lichaam de indruk krijgt dat de bloeddruk in het gehele lichaam is gestegen. De sinus caroticus stuurt dan een signaal naar de hersenen dat de bloeddruk moet worden verlaagd, wat kan leiden tot duizeligheid of flauwvallen.

Ook de kantelproef (Kantelproef) wordt vaak uitgevoerd om de oorzaak van het flauwvallen te achterhalen. Hierbij wordt de patiënt vastgebonden op een tafel die met behulp van elektromotoren schuin kan worden gezet, waardoor de patiënt in alle standen kan worden gebracht, van plat op de rug tot bijna rechtop. Deze positie rechtop wordt maximaal 45 minuten volgehouden. Tijdens het onderzoek worden bloeddruk en hartfrequentie continu gecontroleerd. Als de bloeddruk niet daalt, krijgt de patiënt isoproterenol toegediend (een geneesmiddel dat het hart stimuleert), waarna het onderzoek wordt herhaald. Het gebruik van dit middel maakt het onderzoek gevoeliger.

Behandeling

Meestal hoeft de patiënt alleen maar plat te liggen om weer bij te komen. Vaak gaat het sneller als de benen omhoog worden gelegd, zodat er meer bloed naar het hart en de hersenen stroomt. Als de patiënt te snel overeind gaat zitten of door anderen rechtop wordt gezet, kan hij opnieuw flauwvallen. Het is daarom beter als de patiënt blijft liggen tot hij weer helemaal is hersteld.

Een te trage hartslag kan worden verholpen door het implanteren van een pacemaker, een elektronisch apparaat dat de hartslag stimuleert (see Prognose en behandeling). Een te snelle hartslag kan worden vertraagd met geneesmiddelen, in het bijzonder bètablokkers (zoals atenolol of metoprolol). Bij ernstige ritmestoornissen kan een defibrillator worden geïmplanteerd om het normale hartritme te herstellen (see Prognose en behandeling). Ook andere oorzaken van flauwvallen (bijvoorbeeld hypoglykemie en anemie) kunnen worden behandeld. Als het bloedvolume erg klein is, kan er intraveneus vocht worden toegediend. Bij hartklepaandoeningen kan de klep eventueel operatief worden vervangen door een klepprothese.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Orthostatische hypotensie

Figures
Tables
Disclaimer