THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Postprandiale hypotensie

Postprandiale hypotensie is een sterke daling van de bloeddruk na een maaltijd.

Deze aandoening komt soms wel bij één op de drie ouderen voor, maar is zeer zeldzaam bij jongere mensen. De aandoening treedt eerder op bij mensen met hoge bloeddruk of met aandoeningen die van invloed zijn op de hersencentra van waaruit het autonome zenuwstelsel (het stelsel dat de inwendige processen in het lichaam regelt) wordt aangestuurd. Dergelijke aandoeningen zijn bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson, het Shy-Drager-syndroom en diabetes mellitus.

De darmen hebben een grote hoeveelheid bloed nodig voor de spijsvertering. Wanneer het bloed na een maaltijd naar de darmen stroomt, neemt de hartfrequentie toe en trekken bloedvaten in de rest van het lichaam zich samen om de bloeddruk op peil te houden. Bij sommige ouderen schieten deze mechanismen echter tekort. Het bloed stroomt normaal naar de darmen, maar de hartfrequentie stijgt onvoldoende en de bloedvaten trekken zich niet voldoende samen om de bloeddruk te handhaven. Hierdoor daalt de bloeddruk.

Postprandiale hypotensie kan aanleiding geven tot duizeligheid, een licht gevoel in het hoofd, zwakte en vallen. Als een oudere na het eten dergelijke symptomen heeft, meet de arts de bloeddruk voor en na de maaltijd om te achterhalen of de verschijnselen worden veroorzaakt door postprandiale hypotensie.

Mensen met symptomen van postprandiale hypotensie moeten voor de maaltijd geen middelen tegen hoge bloeddruk innemen en dienen na de maaltijd even te gaan liggen. Ook het gebruik van lagere doses bloeddrukverlagende middelen en het vaker gebruiken van kleinere maaltijden met minder koolhydraten kunnen ertoe bijdragen dat de gevolgen van deze aandoening afnemen. Bij sommige mensen kan de doorbloeding worden bevorderd door een wandeling na de maaltijd, maar na afloop van de wandeling kan de bloeddruk weer dalen.

Inname van bepaalde geneesmiddelen voor de maaltijd kan ook een gunstig effect hebben. Zo zorgen niet-steroïde anti-inflammatoire middelen (NSAID's (see Niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's))) dat het lichaam zout vasthoudt, waardoor het bloedvolume toeneemt. Octreotide vermindert de hoeveelheid bloed die naar de darmen wordt gevoerd. Cafeïne, al dan niet in combinatie met dihydro-ergotamine, vernauwt de bloedvaten. Cafeïne moet uitsluitend vóór het ontbijt worden ingenomen, zodat de slaap niet wordt verstoord en er geen tolerantie optreedt voor de effecten van cafeïne.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Orthostatische hypotensie

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer