THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Introductie
Back to Top

Section

Subject

Topics

Introductie

Shock is een levensbedreigende toestand waarbij de bloeddruk te laag is om in leven te blijven.

In een land als de VS worden op afdelingen voor spoedeisende hulp meer dan een miljoen gevallen van shock per jaar behandeld. Shock treedt op wanneer de bloeddruk sterk daalt, veel lager en gedurende een langere tijd dan bij flauwvallen (syncope (see Flauwvallen)). Bij zeer lage bloeddruk krijgen de cellen van het lichaam niet voldoende bloed aangevoerd en dus niet genoeg zuurstof. Hierdoor kunnen cellen in korte tijd onherstelbaar beschadigd raken en afsterven, met als gevolg dat organen, waaronder de hersenen, de nieren, de lever en het hart mogelijk niet meer normaal functioneren. Bij shock moet onmiddellijk medisch worden ingegrepen.

Een shock kan diverse oorzaken hebben: een te gering bloedvolume (waardoor een hypovolemische shock ontstaat), tekortschietende pompfunctie van het hart (cardiogene shock) of overmatige verwijding van de bloedvaten (vasodilatatoire shock). Deze vormen van shock hebben niets te maken met wat mensen vaak ‘shock' noemen en wat wordt veroorzaakt door emotionele stress.

Als het bloedvolume klein is, komt er per hartslag minder bloed dan normaal het hart binnen en wordt er dus ook minder bloed dan normaal weggepompt. Een te gering bloedvolume kan het gevolg zijn van ernstige bloedingen, overmatig vochtverlies of onvoldoende vochtinname. Ernstig bloedverlies komt voor bij uitwendige bloedingen, bijvoorbeeld als gevolg van een ongeluk, of inwendige bloedingen, zoals door een maag- of darmzweer, een gesprongen bloedvat of een gebarsten eileider ten gevolge van een buitenbaarmoederlijke (ectopische of extra-uteriene) zwangerschap. Overmatig verlies van andere lichaamsvloeistoffen dan bloed kan het gevolg zijn van ernstige brandwonden, ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis), perforatie van de darmwand, ernstige diarree, nierziekte of overmatig gebruik van sterk vochtafdrijvende middelen (lisdiuretica) waardoor meer urine wordt geproduceerd (see Behandeling). Ook kan de vochtinname ontoereikend zijn doordat een lichamelijk gebrek (zoals een ernstige gewrichtsaandoening) of een geestelijke beperking (zoals de ziekte van Alzheimer) mensen belet voldoende te drinken ook al hebben ze wel dorst.

Onvoldoende pompwerking van het hart kan er ook toe leiden dat er per hartslag minder dan de normale hoeveelheid bloed wordt weggepompt. De onvoldoende pompwerking kan ontstaan door een hartinfarct, longembolie, een niet goed werkende hartklep (vooral bij klepprothesen), scheuren van de wand tussen de twee harthelften (see Coronaire hartziekteTables) of een hartritmestoornis (aritmie).

Bij overmatige verwijding van de bloedvaten (vasodilatatie) neemt de capaciteit van de bloedvaten toe, zodat het bloed er met minder weerstand doorheen stroomt. Overmatige verwijding kan ontstaan door hoofdletsel, leverinsufficiëntie, vergiftiging, overdoses bloedvatverwijdende geneesmiddelen of een ernstige bacteriële infectie (in het laatste geval spreekt men van een ‘septische shock' (Septische shock)). De mechanismen waardoor deze aandoeningen vasodilatatie veroorzaken, variëren. Zo kan bij hoofdletsel het deel van de hersenen beschadigd raken dat de spierspanning in de slagaderwanden op peil moet houden, terwijl gifstoffen of door bacteriën afgescheiden toxinen de bloedvaten kunnen doen verwijden.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Symptomen en diagnose

Figures
Tables
Disclaimer