THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Schimmelpneumonie

Een schimmelpneumonie wordt meestal door een van de volgende drie schimmels veroorzaakt: Histoplasma capsulatum , de veroorzaker van histoplasmose, Coccidioides immitis, de veroorzaker van coccidioïdomycose, en Blastomyces dermatitidis, die blastomycose veroorzaakt. De meeste mensen die besmet raken, hebben nauwelijks klachten en weten niet dat ze geïnfecteerd zijn. Sommigen worden ernstig ziek. Infecties met andere schimmels komen voornamelijk voor bij patiënten met een ernstig verzwakt afweersysteem.

Histoplasmose: histoplasmose komt overal ter wereld voor, maar vooral in rivierdalen in gematigde en tropische luchtstreken. In Nederland komt de aandoening vrijwel alleen voor bij aidspatiënten en bij bezoekers van gebieden waar histoplasmose endemisch is.

Na inhalatie van de schimmel zijn er maar weinig mensen die klachten krijgen. In de praktijk merken de meeste mensen pas na een huidtest dat ze geïnfecteerd zijn of als op een thoraxfoto een knobbeltje of vergrote lymfeklieren te zien zijn. In deze gebieden zijn ook vaak kalkafzettingen te zien. Anderen vertonen wel symptomen: hoesten, koorts, spierpijn en pijn op de borst. Door de infectie kan er acute pneumonie optreden, maar ontwikkeling van chronische pneumonie is ook mogelijk met symptomen die maanden aanhouden. In zeldzame gevallen verspreidt de infectie zich naar andere organen en dan in het bijzonder naar het beenmerg, de lever, de milt en het maag-darmkanaal. Deze uitgebreide vorm van histoplasmose komt vooral voor bij patiënten met aids of een andere aandoening van het afweersysteem (see Histoplasmose). De diagnose wordt gewoonlijk gesteld door de schimmel in een sputummonster te identificeren, door bloed- of urineonderzoek te verrichten waarmee dit micro-organisme wordt aangetoond of een bloedonderzoek dat bepaalde antilichamen aantoont. Behandeling bestaat gewoonlijk uit toediening van een antimycoticum (een geneesmiddel tegen schimmels) als itraconazol of amfotericine.

Coccidioïdomycose: coccidioïdomycose (ook bekend als woestijnkoorts) komt voornamelijk voor in een tamelijk droog klimaat, vooral in het zuidwesten van de Verenigde Staten en bepaalde streken in Zuid- en Midden-Amerika. Na inhalatie van de schimmel kan de patiënt symptoomvrij blijven, maar de schimmel kan ook acute of chronische pneumonie veroorzaken. In sommige gevallen verspreidt de infectie zich tot buiten het ademhalingsstelsel, meestal naar de huid, botten, gewrichten en hersenvliezen (meninges). Deze complicatie komt vaker voor bij mannen, bij patiënten met aids of een andere aandoening van het afweersysteem (see Coccidioïdomycose).

De diagnose wordt gesteld door de schimmel in een sputummonster of een monster uit een ander geïnfecteerd gebied te identificeren, of door bepaalde antilichamen in het bloed aan te tonen. Behandeling bestaat gewoonlijk uit toediening van een antimycoticum als fluconazol of amfotericine B.

Blastomycose: blastomycose komt hoofdzakelijk in delen van de Verenigde Staten voor. Na inhalatie van de schimmel ontstaat er in eerste instantie een longinfectie die gewoonlijk echter zonder symptomen verloopt. Sommige mensen vertonen een griepachtig ziektebeeld. Af en toe komen symptomen van een chronische longinfectie voor die maanden aanhouden. De aandoening kan zich naar andere delen van het lichaam verspreiden, vooral naar de huid, de botten, de gewrichten en de prostaat (see Blastomycose).

De diagnose wordt meestal gesteld door de schimmel in een sputummonster of een ander monster aan te tonen. Er bestaat geen bloedonderzoek waarmee deze schimmel kan worden opgespoord. De behandeling bestaat gewoonlijk uit een antimycoticum als itraconazol of amfotericine B. Er zijn echter veel patiënten die niet hoeven te worden behandeld.

Overige schimmelinfecties: deze infecties zijn onder meer cryptokokkose door Cryptococcus neoformans, aspergillose door Aspergillus en mucormycose door schimmels uit de orde der Mucorales. Al deze infecties komen over de gehele wereld voor. Cryptokokkose, van deze schimmelinfecties de meest voorkomende, kan bij gezonde volwassenen optreden maar neemt gewoonlijk alleen ernstige vormen aan bij patiënten met een onderliggende afweerstoornis als aids (see Cryptokokkose). Cryptokokkose kan zich door het lichaam verspreiden, vooral naar de hersenvliezen waar dan een cryptokokkenmeningitis ontstaat. Aspergillus is een veelvoorkomende en belangrijke veroorzaker van longinfecties bij patiënten met acute leukemie of aids, patiënten die een orgaantransplantatie hebben ondergaan of die langdurig met corticosteroïden worden behandeld (see Aspergillose).

Mucormycose, een betrekkelijk zeldzame schimmelinfectie (see Mucormycose), komt het meest voor bij patiënten met een ernstige vorm van diabetes mellitus of met leukemie. Deze drie infecties worden behandeld met antimycotica als itraconazol, fluconazol en amfotericine B. Het is echter mogelijk dat patiënten met aids of een andere afweerstoornis niet van deze infecties herstellen.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Nosocomiale pneumonie

Next: Pneumocystispneumonie

Figures
Tables
Disclaimer