THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Hydronefrose

Hydronefrose is een aandoening waarbij de nier door opwaartse druk als gevolg van een belemmerde urineafvloed is opgezwollen.

Normaal gesproken stroomt de urine onder zeer lage druk de nieren uit. Als de afvloed van urine wordt belemmerd, hoopt de urine zich op in de kleine kanaaltjes en het opvangreservoir (het nierbekken) van de nier. Hierdoor zwelt de nier en komen de inwendige structuren onder druk te staan. Door deze verhoogde druk als gevolg van de afsluiting kan de nier uiteindelijk beschadigd raken en kan er nierfunctie verloren gaan.

Door langdurige verwijding van het nierbekken en de urineleider kunnen ook de ritmische spiersamentrekkingen worden afgeremd die de urine normaal gesproken door de urineleider van de nier naar de blaas duwen. Het normale spierweefsel in de wand van de urineleider kan door littekenweefsel worden vervangen, waardoor een permanente beschadiging ontstaat.

illustrative-material.figure-short 1

Hydronefrose: een gezwollen nier

Hydronefrose: een gezwollen nier

Bij hydronefrose is de nier gezwollen doordat de afvloed van urine wordt belemmerd en de urine zich in de nierkanaaltjes en het centrale opvangreservoir (het nierbekken) ophoopt.

Oorzaken

Hydronefrose is meestal het gevolg van een afsluiting op de plaats waar het nierbekken in de urineleider overgaat. Oorzaken van dit type afsluiting zijn:

  • structurele afwijkingen, bijvoorbeeld wanneer de aansluiting van de urineleider op het nierbekken te hoog zit
  • een knik bij deze aansluiting doordat een nier naar beneden is verschoven
  • stenen (calculi) in het nierbekken
  • samendrukking van de urineleider door strengen bindweefsel, een slagader of ader die op een afwijkende plaats loopt of een tumor.

Hydronefrose kan ook het gevolg zijn van een afsluiting onder de overgang van het nierbekken naar de urineleider of van terugvloed (reflux) van urine vanuit de blaas. Oorzaken van dit type afsluiting zijn:

  • stenen in de urineleider
  • tumoren in of bij de urineleider
  • vernauwing van de urineleider als gevolg van een aangeboren afwijking, letsel, infectie, bestraling of operatie
  • spier- of zenuwaandoeningen in de urineleider of de blaas
  • vorming van bindweefsel in of rond de urineleider als gevolg van operatie, röntgenstraling of geneesmiddelen (vooral methysergide)
  • een zakvormige verwijding van het onderste uiteinde van de urineleider bij de blaas (ureterokèle)
  • kanker van de blaas, de baarmoederhals, de baarmoeder, de prostaat of andere bekkenorganen
  • een afsluiting waarbij de urine niet de blaas uit en de plasbuis in kan stromen als gevolg van een vergrote prostaat (vaak door een aandoening met de naam ‘goedaardige prostaathyperplasie' (see Goedaardige prostaathyperplasie) of een met ontlasting verstopte endeldarm
  • abnormale samentrekkingen van de blaas als gevolg van een aangeboren afwijking of letsel.

Hydronefrose van beide nieren kan tijdens de zwangerschap ontstaan als de groter wordende baarmoeder op de urineleiders drukt. Hormonale veranderingen tijdens de zwangerschap kunnen het probleem verergeren doordat de spiersamentrekkingen afnemen die er normaal voor zorgen dat de urine naar de blaas wordt gestuwd. Meestal verdwijnt deze vorm van hydronefrose na de zwangerschap, hoewel het nierbekken en de urineleiders ook daarna enigszins verwijd kunnen blijven.

Symptomen

De symptomen zijn afhankelijk van de oorzaak, de plaats en de duur van de afsluiting. Wanneer de afsluiting plotseling ontstaat (acute hydronefrose), leidt dit meestal aan de aangedane kant tot nierkolieken (ondraaglijke pijn die met tussenpozen in de flank (het gebied tussen de ribben en de heup) optreedt). Bij een gedeeltelijke afsluiting kan de snelheid van de urinestroom afnemen. Een totale blokkering van de urinestroom vindt meestal plaats bij een volledige afsluiting van de urineleiders uit beide nieren of een volledige afsluiting van de plasbuis.

Patiënten met een zich langzaam ontwikkelende (chronische) hydronefrose hoeven geen symptomen te hebben of hebben aanvallen van een doffe pijn in de flank aan de aangedane kant. Soms verschuift een nier naar beneden, waardoor tijdelijk overvulling van het nierbekken of een tijdelijke afsluiting van de urineleider ontstaat. De nefrose die hierbij met tussenpozen optreedt, is pijnlijk.

Hydronefrose kan tot vage maag-darmklachten leiden, zoals misselijkheid, braken en buikpijn. Soms komen deze symptomen voor bij kinderen wanneer de hydronefrose het gevolg is van een aangeboren afwijking waarbij de overgang van het nierbekken naar de urineleider te nauw is. Urineweginfecties (met pus in de urine, koorts en een onaangenaam gevoel rond de blaas of de nieren) komen vrij veel voor. Wanneer de urineafvloed is gestremd, kunnen in het verwijde gedeelte stenen ontstaan. Als beide nieren zijn afgesloten, kan nierinsufficiëntie ontstaan.

Diagnostisch onderzoek

Het is belangrijk dat de diagnose zo vroeg mogelijk wordt gesteld omdat de afsluiting in de meeste gevallen kan worden opgeheven en uitstel van de behandeling tot onomkeerbare nierbeschadiging kan leiden. Bij het lichamelijk onderzoek kan hydronefrose worden vermoed. Een gezwollen nier is soms in de flank te voelen, vooral als de nier bij kinderen of magere volwassenen fors is vergroot.

De diagnose wordt gesteld op basis van verder onderzoek. Blaaskatheterisatie (het via de plasbuis in de blaas inbrengen van een hol flexibel buisje) wordt vaak als eerste uitgevoerd. Als er een grote hoeveelheid urine via de katheter uit de blaas stroomt, bevindt de afsluiting zich bij de uitgang van de blaas of in de plasbuis.

Echografie is bij de meeste patiënten (vooral kinderen en zwangere vrouwen) uitermate bruikbaar, omdat er bij dit onderzoek minder complicaties optreden dan bij röntgenonderzoek waarbij contrastmiddelen worden gebruikt. De oorzaak van de afsluiting kan meestal met echografie worden aangetoond.

Soms wordt intraveneuze urografie toegepast. Hierbij worden röntgenopnamen van de nieren gemaakt nadat een (röntgenologisch zichtbare) contrastvloeistof in het bloed is ingespoten. Er kunnen röntgenopnamen van de blaas en de plasbuis worden gemaakt nadat de ingespoten contrastvloeistof de nieren is gepasseerd of nadat deze stof via de plasbuis in de urinewegen is ingebracht, een methode die ‘retrograde urografie' wordt genoemd. Deze onderzoeken kunnen informatie verschaffen over de urinestroom door de nieren.

Een endoscoop (een buigzame kijkbuis) wordt soms gebruikt om mogelijke plaatsen van de afsluiting van zo dichtbij mogelijk te inspecteren. Hiermee kunnen de urinewegen worden onderzocht.

Het urineonderzoek levert doorgaans geen afwijkingen op, maar de urine kan witte en rode bloedcellen bevatten wanneer de afsluiting door een steen of een tumor wordt veroorzaakt of door een infectie wordt gecompliceerd.

Behandeling en prognose

Bij acute hydronefrose wordt de urine die zich boven de afsluiting heeft opgehoopt, zo snel mogelijk verwijderd, meestal met een naald die door de huid heen in de nier wordt gestoken. Het doel van deze spoedbehandeling is om te voorkomen dat er nierfunctie verloren gaat of om verder verlies voorkomen als er al nierfunctieverlies is. Ook moet de afsluiting snel worden opgeheven. De daarvoor gebruikte methode is afhankelijk van de oorzaak, maar bij de meeste afsluitingen is een of andere vorm van operatief ingrijpen nodig. Een operatie kan bijvoorbeeld nodig zijn om een steen uit het nierbekken of de urineleider te verwijderen.

Eventuele complicaties van acute hydronefrose, zoals urineweginfecties en nierinsufficiëntie, worden onmiddellijk behandeld. De oorzaak van de afsluiting die tot acute hydronefrose heeft geleid, wordt waar mogelijk gecorrigeerd.

Bij chronische hydronefrose is een spoedbehandeling meestal niet nodig. Chronische hydronefrose wordt gecorrigeerd door de urine boven de afsluiting af te voeren. Er kan bijvoorbeeld een zacht buisje (ureterstent) in de urineleider worden geplaatst om een afsluiting te omzeilen. Complicaties van een ureterstent zijn onder andere verschuiving van de stent, infectie, irritatie en ongemak.

De oorzaak van de afsluiting die tot chronische hydronefrose heeft geleid, wordt waar mogelijk eveneens gecorrigeerd. Een vernauwd of afwijkend gedeelte van een urineleider kan operatief worden verwijderd en de uiteinden kunnen vervolgens weer met elkaar worden verbonden. Soms is een operatie nodig om bindweefsel uit de urineleider te verwijderen. Als de overgang van de urineleider naar de blaas is afgesloten, kan de urineleider operatief worden losgemaakt en op een ander gedeelte van de blaas worden aangehecht.

Als de plasbuis is afgesloten door een vergrote prostaat of door prostaatkanker, kan de behandeling bestaan uit geneesmiddelen, zoals hormonale therapie bij prostaatkanker (see Prostaatkanker) , een operatie of verwijding van de plasbuis met dilatators (verwijdingsmiddelen). Bij stenen die de afvloed van urine belemmeren, kunnen andere behandelingen nodig zijn.

De behandeling ter correctie van hydronefrose in één of beide nieren heeft meestal succes wanneer de afsluiting kan worden opgeheven en de nieren nog voldoende functioneren. Bij chronische hydronefrose is de prognose onzekerder.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Urinewegstenen

Figures
Tables
Disclaimer