THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Introductie

Malabsorptie heeft betrekking op een aantal aandoeningen waarbij voedingsstoffen uit het voedsel niet goed in de dunne darm worden opgenomen.

In het normale geval wordt voedsel verteerd en worden de voedingsstoffen voornamelijk door de dunne darm in de bloedbaan opgenomen. Malabsorptie komt voor als een aandoening de vertering van voedsel belemmert of rechtstreeks de opname van voedingsstoffen verstoort.

De vertering kan negatief worden beïnvloed door aandoeningen die verhinderen dat het voedsel goed genoeg met verteringsenzymen en maagzuur wordt vermengd. Dit kan het geval zijn bij iemand bij wie de maag operatief is weggenomen. Bij sommige aandoeningen produceert het lichaam onvoldoende hoeveelheden of te weinig soorten verteringsenzymen, die nodig zijn voor de afbraak van voedsel. Zo is malabsorptie vaak het gevolg van onvoldoende productie van verteringsenzymen door de alvleesklier (wat het geval is bij sommige alvleesklieraandoeningen) of door de dunne darm (wat bij lactasedeficiëntie voorkomt). Ook verminderde productie van gal, te veel maagzuur of te veel verkeerde soorten bacteriën in de dunne darm kunnen de vertering verstoren.

De opname van voedingsstoffen in de bloedbaan kan negatief worden beïnvloed door aandoeningen die het slijmvlies van de dunne darm beschadigen. Normaal gesproken bestaat het slijmvlies uit kleine uitsteeksels (villi) en nog kleinere uitsteeksels (microvilli), die een enorm opnameoppervlak vormen. Door operatieve verwijdering van een groot deel van de dunne darm wordt het oppervlak voor opname aanzienlijk verminderd (kortedarmsyndroom). Beschadiging van het slijmvlies is mogelijk het geval bij bacteriële, virale of parasitaire infecties, bij gebruik van middelen als neomycine en alcohol, bij coeliakie en bij de ziekte van Crohn. De opname kan ook afnemen door aandoeningen die de resterende lagen van de darmwand aantasten, zoals verstopping van de lymfevaten door lymfoom (kanker van het lymfestelsel) of gebrekkige bloedtoevoer naar de dunne darm.

Symptomen

Symptomen van malabsorptie worden veroorzaakt door de toegenomen passage van niet-opgenomen voedingsstoffen door het spijsverteringskanaal of door tekorten aan voedingsstoffen die het gevolg zijn van onvoldoende opname.

Onvoldoende opname van vetten in het spijsverteringskanaal leidt tot ontlasting die lichtgekleurd, zacht en volumineus is en ongebruikelijk stinkt (dergelijke ontlasting wordt ‘steatorrhoea' genoemd). De ontlasting kan in het water drijven of aan de zijkant van de toiletpot blijven kleven, waardoor wegspoelen wordt bemoeilijkt. Onvoldoende opname van bepaalde suikers kan leiden tot explosieve diarree, een opgezette buik en flatulentie.

Malabsorptie kan tekorten aan alle voedingsstoffen opleveren of selectieve tekorten aan eiwitten, vetten, suikers, vitaminen of mineralen. Mensen met malabsorptie vertonen meestal gewichtsverlies. De symptomen variëren afhankelijk van de specifieke tekorten. Zo kan een eiwittekort door het gehele lichaam zwellingen (oedeem) veroorzaken en voor een droge huid en haaruitval zorgen.

illustrative-material.table-short 1

SYMPTOMEN VAN TEKORTEN AAN BEPAALDE VOEDINGSSTOFFEN
voedingsstof symptomen

calcium

botpijn en -vervormingen, groter risico van fracturen (door afname botmassa of osteoporose), spierspasmen, tandverkleuring en groter risico van pijnlijk tandbederf

foliumzuur

vermoeidheid en zwakte (door bloedarmoede)

ijzer

vermoeidheid en zwakte (door bloedarmoede)

magnesium

spierspasmen

nicotinezuur

diarree, huidafwijkingen, verwardheid (pellagra), pijnlijke tong

eiwit

weefselzwelling (oedeem), meestal in de benen, droge huid, haaruitval

vitamine A

nachtblindheid

vitamine B1

tintelingen, vooral in de voeten, hartfalen

vitamine B2

pijnlijke tong, kloven in de mondhoeken

vitamine B12

vermoeidheid en zwakte (door bloedarmoede), tintelingen, verwardheid

vitamine C

zwakte; bloedend tandvlees

vitamine D

afname botmassa, botpijn

vitamine K

verhoogd risico van bloedingen of bloeduitstortingen

Diagnose

De arts zal malabsorptie vermoeden wanneer iemand ondanks een gezond dieet chronische diarree, tekorten aan bepaalde voedingsstoffen en aanzienlijk gewichtsverlies heeft. Malabsorptie is bij ouderen vaak minder duidelijk en vaak moeilijker te herkennen dan bij jongeren.

Laboratoriumonderzoek kan helpen om de diagnose te bevestigen. Onderzoek waarbij een vetbepaling wordt uitgevoerd in opgespaarde ontlasting van twee tot drie dagen is het betrouwbaarst voor de diagnose ‘vetmalabsorptie'. Vetmalabsorptie komt bij alle malabsorptieaandoeningen voor. Constatering van meer dan 6 gram vet per dag in de ontlasting is kenmerkend voor malabsorptie. Met ander laboratoriumonderzoek kan malabsorptie van andere specifieke stoffen worden vastgesteld, zoals lactose of vitamine B12.

Ontlastingsmonsters worden met het blote oog en onder de microscoop bekeken. De aanwezigheid van onverteerde voedseldeeltjes kan betekenen dat het voedsel te snel de darmen passeert. Bij iemand met geelzucht duidt een overmaat aan vet in de ontlasting op verminderde productie of afscheiding van gal. Soms zijn onder de microscoop parasieten of hun eitjes zichtbaar, wat erop wijst dat de malabsorptie door een parasitaire infectie wordt veroorzaakt.

Mogelijk is een biopsie (verwijdering van een weefselmonster voor onderzoek onder een microscoop) nodig om afwijkingen in het slijmvlies van de dunne darm te kunnen vaststellen. Het weefsel wordt verwijderd door een endoscoop (een buigzame kijkbuis uitgerust met een lichtbron en een kleine kniptang) die via de mond in de dunne darm wordt gebracht.

Als de arts denkt dat de malabsorptie mogelijk wordt veroorzaakt door onvoldoende productie van verteringsenzymen door de alvleesklier, wordt de alvleesklierfunctie onderzocht. Sommige van deze onderzoeken zijn echter ingewikkeld, tijdrovend en ingrijpend. Bij één van deze onderzoeken wordt een buis via de mond naar de dunne darm geleid, zodat darmvocht met alvleeskliersappen kan worden verzameld en gemeten. Bij een ander onderzoek slikt de patiënt een stof in die alleen met behulp van alvleesklierenzymen kan worden verteerd. Vervolgens worden de verteringsproducten in de urine gemeten.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Lactose-intolerantie

Figures
Tables
Disclaimer