THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Symptomen

Symptomen als diarree, obstipatie, bloedingen in het spijsverteringskanaal, oprispingen en problemen met slikken duiden meestal op een spijsverteringsstoornis. Algemenere symptomen, zoals buikpijn, flatulentie, gebrek aan eetlust en misselijkheid, kunnen op een spijsverteringsstoornis wijzen, maar ook op een ander soort aandoening.

Indigestie is een onnauwkeurige term die voor verschillende mensen verschillende dingen betekent. De term wordt gebruikt voor een groot aantal verschillende spijsverteringsstoornissen, waaronder dyspepsie, misselijkheid, overgeven, oprispingen en het gevoel van een brok in de keel (globusgevoel).

Diarree

Diarree is het veelvuldig uitscheiden van dunne ontlasting. De consistentie van de ontlasting kan uiteenlopen van zacht en brijachtig tot waterig. De kleur kan variëren van bruin tot doorzichtig. Zwarte ontlasting kan duiden op bloedingen in het spijsverteringskanaal. Wanneer de zwarte kleur door bloed wordt veroorzaakt, is de ontlasting meestal teerachtig en stinkt deze (melaena).

Voor en tijdens de stoelgang kunnen krampen optreden en soms worden grote hoeveelheden gas met de ontlasting uitgescheiden. Sommige mensen hebben last van misselijkheid, vooral als de diarree door een infectieus organisme of een toxische stof wordt veroorzaakt.

Obstipatie

Bij obstipatie is sprake van een onregelmatige stoelgang. Iemand met obstipatie heeft vaak of altijd harde ontlasting die de stoelgang bemoeilijkt. Dit kan tevens het gevoel geven dat de endeldarm niet geheel is geleegd.

Obstipatie kan buikpijn veroorzaken als de persoon in kwestie tijdens de stoelgang moet persen. Bij sommige mensen houdt de pijn tussen de ene stoelgang en de volgende aan. Obstipatie kan misselijkheid veroorzaken en de eetlust doen afnemen. Bij mensen met ernstige obstipatie is soms sprake van ‘fecale indikking'. Hierbij wordt de ontlasting in het laatste deel van de dikke darm en de endeldarm hard en blokkeert deze de stroom van hoger in de darm. Fecale indikking leidt tot krampen en rectumpijn. Vaak lekt er waterig slijm langs de afsluiting, waardoor iemand ten onrechte kan denken dat niet obstipatie, maar diarree het probleem is, zogenoemde ‘paradoxale diarree'.

Obstipatie kan optreden wanneer de passage van ontlasting door de dikke darm door ziekte of gebruik van bepaalde geneesmiddelen wordt vertraagd. Soms wordt obstipatie door uitdroging of een vezelarm dieet veroorzaakt. Ook pijn en psychische aandoeningen als depressie kunnen bij obstipatie een rol spelen. In veel gevallen is de oorzaak van obstipatie echter onbekend.

Bloedingen van het spijsverteringskanaal

De bloeding kan op elk willekeurig punt in het spijsverteringskanaal optreden, van de mond tot de anus. In braaksel kan bloed zichtbaar zijn (haematemesis). Wanneer bloed wordt gebraakt, kan dit helderrood zijn als de bloeding hevig is en aanhoudt. Als het bloeden is afgenomen of gestopt, kan het uitgebraakte bloed ook op koffiedik lijken. Dit komt doordat het bloed door het zuur in de maag gedeeltelijk wordt afgebroken.

Het bloed kan ook via de endeldarm het lichaam verlaten, als zwarte teerachtige ontlasting (melaena) of als helderrood bloed (haematochezia). Als de bloedingen in de slokdarm, maag of dunne darm optreden, is waarschijnlijk sprake van melaena. De zwarte kleur van melaena wordt veroorzaakt door bloed dat gedurende een aantal uren is blootgesteld aan maagzuur en enzymen en aan bacteriën die normaal gesproken in de dikke darm aanwezig zijn. Wanneer de bloedingen in de dikke darm optreden, is waarschijnlijk sprake van haematochezia, hoewel dit ook kan worden veroorzaakt door zeer sterk bloeden van de bovenste delen van het spijsverteringskanaal.

Bloedingen van het spijsverteringskanaal kunnen veel oorzaken hebben, waaronder peptische zweren, afwijkende verbindingen tussen de slagaders en aders van de darmen (arterioveneuze malformaties), verwijde aders in de slokdarm (oesofagusvarices), irritatie door gebruik van bepaalde geneesmiddelen, zoals acetylsalicylzuur (aspirine) en andere niet-steroïde ontstekingsremmende preparaten (NSAID's), chronische darmontsteking en kanker van het maag-darmkanaal.

Ernstig en plotseling bloedverlies kan gepaard gaan met een snelle polsslag, een lage bloeddruk en een verminderde urinelozing. Daarnaast kan de patiënt ook koude en klamme handen en voeten hebben. De verminderde bloedtoevoer naar de hersenen die bij ernstige bloedingen in het spijsverteringskanaal kan optreden, kan leiden tot verwardheid, desoriëntatie, slaperigheid en zelfs tot een extreem lage bloeddruk (shock).

Dyspepsie

Dyspepsie is pijn of een onaangenaam gevoel in het midden van de bovenbuik en wordt vaak omschreven als een zeurende of brandende pijn. Dyspepsie heeft vele mogelijke oorzaken, waaronder maagzweren, zweren in de twaalfvingerige darm (ulcus duodeni) en maagkanker. Ook ontsteking van de maag (gastritis) kan dyspepsie veroorzaken. Helicobacter pylori-bacteriën kunnen een rol spelen bij dyspepsie wanneer ze zorgen voor ontstekingen en zweren in de maag en de twaalfvingerige darm (het eerste stuk van de dunne darm). Soms wordt dyspepsie veroorzaakt door galstenen, wanneer deze aanwezig zijn in de buisjes (afvoergangen) die de gal uit de galblaas afvoeren. Bij veel patiënten kan echter geen afwijking worden gevonden (functionele dyspepsie) en houden de symptomen verband met een verhoogde gevoeligheid van de maag of met versterkte samentrekkingen (spasmen).

Dyspepsie kan ook worden veroorzaakt of verergerd door angst, mogelijk doordat angst iemands perceptie van onplezierige gewaarwordingen verhoogt, waardoor zelfs een klein ongemak een bijzonder vervelend ongemak wordt. Soms kan angst de overgevoeligheid en de samentrekkingen van de maag versterken of ervoor zorgen dat iemand zucht of naar lucht hapt en zo lucht inslikt (aërofagie).

De hevigheid en de aard van de pijn of het onaangename gevoel in de bovenbuik varieert. De meeste mensen omschrijven deze pijn als brandend of zeurend. Bij sommige mensen wordt door eten de pijn erger, terwijl dit bij anderen de pijn juist verlicht. Mogelijke andere symptomen zijn gebrekkige eetlust, misselijkheid, obstipatie, diarree, flatulentie, boeren en een hoorbaar geborrel in de darmen (borborygmi).

Oprisping

Oprisping (regurgitatie) is het terugvloeien van voedsel uit de slokdarm of maag zonder misselijkheid of krachtige samentrekkingen van de buikspieren. Normaal gesproken helpt een ringvormige spier (sfincter) tussen de maag en de slokdarm om oprispingen te voorkomen. Oprisping van materiaal met een zure of bittere smaak kan worden veroorzaakt door zuur dat terugvloeit uit de maag. Oprisping van smaakloos vocht met slijm of onverteerd voedsel kan ook worden veroorzaakt door een vernauwing (strictuur) of afsluiting van de slokdarm. De afsluiting kan worden veroorzaakt door zuurschade aan de slokdarm, kanker van de slokdarm of abnormale zenuwregulatie die de coördinatie verstoort tussen de slokdarm en de sfincter bij de opening naar de maag.

Soms treden oprispingen zonder duidelijke lichamelijke oorzaak op. Dergelijke oprispingen worden ‘ruminatie' (herkauwen) genoemd. Bij ruminatie vloeien kleine hoeveelheden voedsel terug uit de maag, meestal 15 tot 30 minuten na een maaltijd. Het materiaal beweegt vaak weer helemaal terug naar de mond en kan dan nogmaals worden gekauwd en doorgeslikt. Ruminatie veroorzaakt geen pijn of slikproblemen. Ruminatie is bij baby's een algemeen verschijnsel. Bij volwassenen komt ruminatie het meest voor bij emotionele stoornissen, vooral in perioden van stress.

Problemen met slikken

Dysfagie is het gevoel dat voedsel niet de normale weg volgt van de keel naar de maag en onderweg ergens blijft steken. Slikproblemen kunnen het gevolg zijn van een belemmerde beweging van vloeistoffen en vaste stoffen door een mechanische afsluiting van de keel, de slokdarm en nabijgelegen organen, zoals bij slokdarmkanker. Slikproblemen kunnen ook worden veroorzaakt door problemen in het zenuwstelsel of de spieren. Ten slotte kunnen slikproblemen ook ingebeeld zijn (psychogeen).

Globusgevoel

Globusgevoel is het gevoel een brok in de keel te hebben terwijl die er in werkelijkheid niet is. Globusgevoel kan een gevolg zijn van abnormale spieractiviteit of gevoeligheid van de slokdarm. Het treedt soms op wanneer maagzuur en enzymen vanuit de maag in de slokdarm terugstromen (gastro-oesofageale reflux). Globusgevoel kan ook voorkomen bij herhaald slikken of uitdroging van de keel door angst, een andere sterke emotie of door een versnelde ademhaling.

Het globusgevoel lijkt op het verstikkende gevoel dat kan worden opgewekt op momenten van verdriet, angst, woede, trots of geluk.

Buikpijn

Buikpijn kan duiden op problemen in het maag-darmkanaal of elders in de buikholte. Ouderen hebben doorgaans minder buikpijn dan jongere volwassenen en de pijn ontstaat geleidelijker. Ook kinderen kunnen last hebben van buikpijn.

De pijn kan verschillende oorzaken hebben, waaronder infectie, ontsteking, zweervorming, perforatie of scheuring van organen, spiersamentrekkingen die ongecoördineerd zijn of worden geblokkeerd door een obstructie en zuurstofgebrek van de spieren van het spijsverteringskanaal.

Voorbeelden van stoornissen die resulteren in buikpijn zijn een geperforeerde maagzweer, het prikkelbaredarmsyndroom, infectie en ontsteking van de appendix (appendicitis) of de alvleesklier (pancreatitis) en kanker. Een aantal van deze aandoeningen zijn niet zo ernstig, maar andere zijn mogelijk levensbedreigend.

De kenmerken van de buikpijn zijn afhankelijk van de oorzaak van de pijn. Zo wordt de pijn bij het prikkelbaredarmsyndroom vaak omschreven als doffe pijn of kramp, terwijl de pijn die wordt veroorzaakt door een peptische zweer vaak wordt getypeerd als brandend. De beschrijving van de plaats van de pijn kan variëren van vage pijn die overal aanwezig is tot pijn die op één bepaalde plek wordt gevoeld. Zo is de pijn bij diverticulitis vaak beperkt tot het onderste linkerdeel van de buik, terwijl pijn die wordt veroorzaakt door ontsteking van het buikvlies (peritonitis) vaak in de gehele buik wordt gevoeld.

Buikpijn kan worden beïnvloed door houdingsverandering of door activiteiten als eten of stoelgang. Zo zorgt ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis) vaak voor pijn die verergert door omdraaien in bed en wordt deze enigszins verlicht door rechtop te zitten en voorover te buigen.

Pijn in borstkas of rug

Als pijn in borstkas of rug optreedt zodra iemand voedsel of drank doorslikt, kan deze lijken op de pijn bij hartaandoeningen. Beide worden vaak ervaren als een branderig of een beklemd gevoel onder het borstbeen (sternum). De pijn op de borst bij slokdarmstoornissen kan tevens worden ervaren als ernstige samentrekkingen die vergezeld gaan van moeilijkheden bij het doorslikken van warme of koude dranken. Dit soort pijn kan het gevolg zijn van aandoeningen van de slokdarmspieren, beschadiging van de binnenwand (het slijmvlies) van de slokdarm, keelinfecties (door bacteriën, virussen of schimmels) of tumoren.

Flatulentie

Bij flatulentie is er een grote hoeveelheid gas in het spijsverteringskanaal aanwezig. De overmaat aan gas wordt via de mond (boeren) of via de anus (flatulentie) uitgestoten of door de wanden van het spijsverteringskanaal in het bloed opgenomen en vervolgens door de longen uitgescheiden. Bacteriën in het spijsverteringsstelsel breken sommige gassen ook af tot een eenvoudiger vorm die gemakkelijker kan worden uitgescheiden.

Lucht is een gas dat tijdens het eten kan worden ingeslikt (aërofagie). Het inslikken van kleine hoeveelheden lucht is normaal, maar sommige mensen slikken onbewust grote hoeveelheden in. De meeste ingeslikte lucht wordt later weer opgeboerd, zodat slechts een deel van deze lucht via de maag in de rest van het maag-darmkanaal terechtkomt. Als grote hoeveelheden lucht worden ingeslikt, kan iemand overmatig gaan boeren of de lucht via de anus laten ontsnappen.

In het spijsverteringsstelsel worden op verschillende manieren andere gassen geproduceerd. Waterstof, methaan en kooldioxide worden gevormd wanneer bacteriën het voedsel in de darm afbreken en bewerken (bacterieel metabolisme). Mensen met een tekort aan de enzymen die bepaalde suikers afbreken, zoals de suiker in melk (lactose), produceren vaak grote hoeveelheden gas wanneer ze voedsel eten dat deze suikers bevat. Bijna iedereen die grote hoeveelheden eiwitten of fruit eet, zal in bepaalde mate last krijgen van flatulentie.

Flatulentie gaat vaak gepaard met buikpijn en een opgeblazen gevoel. Sommige mensen zijn bijzonder gevoelig voor de effecten van gas in het spijsverteringsstelsel, terwijl anderen grote hoeveelheden kunnen verdragen zonder last te krijgen van pijn of een opgeblazen gevoel.

Verlies van eetlust

Verlies van eetlust (anorexie) kan door veel verschillende spijsverteringsstoornissen worden veroorzaakt. Anorexie wil zeggen dat er geen honger is; iemand met anorexie heeft geen zin in eten. Verlies van eetlust kan het gevolg zijn van een ontsteking of infectie van het spijsverteringskanaal (bij stoornissen als gastritis en gastro-enteritis). Verlies van eetlust kan optreden wanneer het spijsverteringskanaal is afgesloten. Verlies van eetlust kan ook door kanker worden veroorzaakt.

Ook aandoeningen van andere delen van het lichaam kunnen tot verlies van eetlust leiden of hieraan bijdragen. Daarnaast kan verlies van eetlust worden veroorzaakt door aandoeningen van het deel van de hersenen dat de eetlust regelt. Hiertoe behoort anorexia nervosa, dat voornamelijk wordt veroorzaakt door de angst om dik te worden.

Misselijkheid

Misselijkheid is een onplezierig gevoel waarbij sprake kan zijn van duizeligheid, een vaag onaangenaam gevoel in de buik, geen zin in eten en het gevoel dat men gaat overgeven. Misselijkheid treedt op wanneer het braakcentrum in de hersenen wordt geactiveerd. Misselijkheid treedt vaak op bij stoornissen van het spijsverteringskanaal. Sommige mensen worden misselijk door de schommelingen van een boot, auto of vliegtuig (reisziekte of kinetose). Misselijkheid kan ook tijdens de zwangerschap optreden, vooral tijdens de eerste weken en in het bijzonder in de vroege ochtenduren. Veel geneesmiddelen, waaronder chemotherapeutica en opioïde pijnstillers als morfine, kunnen misselijkheid opwekken.

Overgeven

Overgeven (braken) is het krachtig samentrekken van de maag waardoor de maaginhoud via de slokdarm door de mond naar buiten wordt gedreven. Overgeven treedt meestal samen op met misselijkheid en kan worden veroorzaakt door alle aandoeningen die misselijkheid veroorzaken. Overgeven dient om de maaginhoud te verwijderen. Vaak voelt iemand die misselijk is zich hierna (in elk geval tijdelijk) een stuk beter.

Afsluiting van de darm zal uiteindelijk tot overgeven leiden doordat zich vanaf de afsluiting steeds meer voedsel en vocht in de maag ophopen. Daarnaast kan braken worden veroorzaakt door irritatie of ontsteking van de maag, dunne darm of galblaas. Ook psychische problemen kunnen leiden tot misselijkheid en braken (functioneel of psychogeen braken). Braken kan ook met opzet gebeuren. Iemand met boulimia braakt bijvoorbeeld om gewicht te verliezen. Het kan ook onopzettelijk zijn: een geconditioneerde reactie op psychische stress (bijvoorbeeld om niet naar school te hoeven gaan).

Braaksel (vomitus), het materiaal dat wordt overgegeven, kan bijna overal op lijken en hieruit kan meestal worden opgemaakt wat niet lang daarvoor is gegeten. Soms bevat het voedselbrokken. Wanneer bloed wordt overgegeven, is het braaksel meestal helderrood (haematemesis). Wanneer het braaksel gal bevat, is het groen.

Zelfs normaal braken kan heftig zijn. Iemand die overgeeft, krimpt doorgaans ineen en maakt tijdens het overgeven behoorlijk wat geluid. Bij ernstig overgeven kan het voedsel meters ver worden weggeslingerd (projectielbraken). Overgeven zorgt voor een sterke toename van de druk in de slokdarm en door hevig overgeven kan de bekleding van de slokdarm scheuren. Mensen die bewusteloos zijn, kunnen hun braaksel inademen. Het zure braaksel kan in de longen voor ernstige irritatie zorgen (aspiratiepneumonie).

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Diagnose

Figures
Tables
Disclaimer