THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Kanker van de slokdarm

De meest voorkomende soorten slokdarmkanker zijn het plaveiselcelcarcinoom en het adenocarcinoom, die ontstaan in de cellen aan de binnenkant van de slokdarmwand. Deze gezwellen kunnen op elke plaats in de slokdarm ontstaan en kunnen zich manifesteren als een vernauwing (strictuur) van de slokdarm, een knobbel, een abnormaal vlakke zone (plaque) of een abnormale verbinding (fistel) tussen de slokdarm en de luchtwegen waarlangs lucht naar de longen wordt gevoerd.

In Nederland worden jaarlijks ongeveer 1100 nieuwe patiënten met slokdarmkanker gezien. De incidentie in Nederland is bij mannen 4,7 per 100.000 per jaar en bij vrouwen 1,0 per 100.000 per jaar. Zowel plaveiselcelcarcinomen als adenocarcinomen komen bij mannen vaker voor dan bij vrouwen. Plaveiselcelcarcinomen komen vaker voor bij mensen van het negroïde ras, terwijl adenocarcinomen vaker voorkomen bij mensen van het blanke ras. Sinds de jaren zeventig is de frequentie van het adenocarcinoom in Nederland snel gestegen, in het bijzonder onder blanke mannen (van 3,2 naar 4,7 per 100.000 per jaar).

Risicofactoren

Roken en alcohol zijn de belangrijkste risicofactoren voor het ontstaan van slokdarmkanker, hoewel dit sterker geldt voor plaveiselcelcarcinomen dan voor adenocarcinomen. Mensen die een infectie met bepaalde typen van het humaan papillomavirus, hoofd- of halskanker of radiotherapie hebben gehad ter behandeling van andere nabijgelegen gezwellen hebben meer risico slokdarmkanker te krijgen.

Mensen met een bestaande slokdarmaandoening, zoals achalasie, slokdarmwebben of een vernauwing als gevolg van het feit dat men ooit een corrosieve stof heeft ingeslikt, hebben een groter risico van slokdarmkanker. Langdurige irritatie van de slokdarm door het herhaaldelijk terugvloeien van maagzuur (gastro-oesofageale reflux) kan leiden tot een precancereuze aandoening (voorstadium van kanker) met de naam ‘Barrett-slokdarm'. Hoewel slokdarmkanker door een Barrett-slokdarm in de meeste ontwikkelde landen nog steeds relatief zeldzaam is (in Nederland is de kans < 0,5%), neemt de frequentie van de aandoening sneller toe dan die van alle andere vormen van slokdarmkanker.

Symptomen

In een vroeg stadium kan slokdarmkanker onopgemerkt blijven. Het eerste symptoom is meestal moeite met het doorslikken van vast voedsel doordat het groeiende gezwel de slokdarm vernauwt. Een aantal weken later wordt het doorslikken van zacht voedsel en vervolgens van vloeistoffen ook moeilijk. Vaak is er sprake van gewichtsverlies, ook al blijft de patiënt goed eten.

Wanneer de kanker voortschrijdt, dringt de tumor gewoonlijk verschillende zenuwen en andere weefsels en organen binnen. De tumor kan de zenuw die de stembanden aanstuurt samendrukken, wat tot heesheid kan leiden. Samendrukking van omliggende zenuwen kan leiden tot het syndroom van Horner (see Aandoeningen van de hersenzenuwenSidebar), pijn en de hik. De kanker zaait zich meestal uit naar de longen, waardoor kortademigheid kan ontstaan, en naar de lever, waardoor koorts en zwelling van de buik kunnen ontstaan. Uitzaaiing naar botten kan pijn veroorzaken. Uitzaaiing naar de hersenen kan hoofdpijn, verwardheid en epileptische aanvallen veroorzaken. Uitzaaiing naar de darmen kan leiden tot overgeven, bloed in de ontlasting en ijzergebreksanemie. Uitzaaiing naar de nieren veroorzaakt vaak geen symptomen.

In latere stadia kan de kanker de slokdarm volledig afsluiten. Slikken wordt onmogelijk, zodat zich slijm in de mond ophoopt, hetgeen zeer verontrustend kan zijn.

Diagnose

Endoscopie, waarbij een flexibele kijkbuis (endoscoop) via de mond wordt ingebracht om de slokdarm te inspecteren, is het beste diagnostische onderzoek wanneer slokdarmkanker wordt vermoed. Met behulp van een endoscoop kan de arts tevens een weefselmonster (biopsie) en losse cellen (cytologische uitstrijkjes) afnemen voor microscopisch onderzoek. Ook tijdens röntgenonderzoek waarbij de patiënt een bariumoplossing inslikt die vervolgens op de röntgenopnamen zichtbaar is, kan de afsluiting zichtbaar worden gemaakt, maar dit levert geen weefselmonster op. Om de omvang van de kanker verder te beoordelen, kan worden gebruikgemaakt van computertomografie (CT-scan) en echografie, alsmede van een nieuwere beeldvormende techniek die ‘endoscopische echografie' wordt genoemd.

Prognose en behandeling

Omdat slokdarmkanker meestal pas wordt vastgesteld als de ziekte zich al heeft verspreid, is het sterftepercentage hoog. Minder dan 10% van de patiënten is na vijf jaar nog in leven. De meesten overlijden binnen een jaar nadat de eerste symptomen zich voordoen. Omdat bijna alle gevallen van slokdarmkanker een dodelijke afloop hebben, is het hoofddoel van de arts bestrijding van de symptomen, in het bijzonder de pijn en het onvermogen om te slikken, wat zeer beangstigend voor de patiënt en zijn omgeving kan zijn (see Depressie en angst).

Operatieve verwijdering van de tumor biedt de meest langdurige verlichting, maar resulteert zelden in genezing omdat de kanker zich meestal al heeft verspreid op het moment dat de operatie wordt uitgevoerd. Chemotherapie, alleen of in combinatie met radiotherapie, kan de symptomen verlichten en de levensduur met een paar maanden verlengen. Soms kan preoperatieve radiotherapie in combinatie met chemotherapie de genezingskans na een operatie verhogen. Andere maatregelen die alleen gericht zijn op verlichting van de symptomen, zijn verwijding (dilatatie) van het vernauwde gedeelte van de slokdarm, waarna een buisje (een stent) wordt ingebracht om de slokdarm open te houden, het aanleggen van een bypass met een stuk darm en laserchirurgie, waarbij een krachtige lichtstraal op het gezwel wordt gericht om het kankerweefsel dat de slokdarm afsluit, te vernietigen.

Een nieuwere techniek voor verlichting van de symptomen is fotodynamische therapie, waarbij gedurende 48 uur voor de behandeling intraveneus een lichtgevoelige kleurstof (contrastmiddel) wordt toegediend. De kleurstof wordt door kankercellen veel beter opgenomen dan door de cellen van normaal omliggend slokdarmweefsel. Wanneer de kleurstof wordt geactiveerd door licht van een laser die via een endoscoop in de slokdarm is ingebracht, vernietigt de kleurstof kankerweefsel, waardoor de slokdarm wordt geopend. Fotodynamische therapie vernietigt de afsluitende laesies sneller dan radio- of chemotherapie bij mensen die vanwege hun slechte gezondheid niet geopereerd kunnen worden.

Goede voeding maakt elk type behandeling beter uitvoerbaar en beter te verdragen. Als de patiënt kan slikken, kan hij geconcentreerde vloeibare voedingssupplementen krijgen. Als de patiënt niet kan slikken, kan tijdelijke sondevoeding of intraveneuze voeding nodig zijn.

Omdat de kans op overlijden groot is, moet iemand met slokdarmkanker alle noodzakelijk voorbereidingen treffen. De persoon in kwestie moet open met de arts spreken over de gewenste medische zorg (wensen met betrekking tot medisch handelen) (see Schriftelijke wilsverklaring) en de behoefte aan stervensbegeleiding.

illustrative-material.sidebar 1

Zeldzame vormen van slokdarmkanker

Tot de soorten slokdarmkanker die veel minder frequent voorkomen, behoren lymfomen (kanker van het lymfestelsel), leiomyosarcomen (kanker van het gladde spierweefsel in de slokdarm) en gemetastaseerde kanker (kanker die van elders in het lichaam is uitgezaaid). Al deze soorten komen vaker voor bij mannen dan bij vrouwen.

De risicofactoren voor het ontstaan van lymfoom zijn onder andere infectie, mogelijk met de bacterie Helicobacter pylori (die een rol speelt bij het ontstaan van ulcera), verzwakking van het immuunsysteem en blootstelling aan straling (onbedoeld of ten gevolge van radiotherapie van kanker op plaatsen in de buurt van de slokdarm). Het risico van gemetastaseerde kanker van de slokdarm hangt af van de plaats waar de primaire tumor is ontstaan. Leverkanker, borstkanker en melanoom (een soort huidkanker) zullen zich eerder naar de slokdarm uitzaaien (metastaseren). De risicofactoren voor het ontstaan van leiomyosarcoom zijn onbekend.

Lymfomen worden behandeld met chemotherapie en radiotherapie, wat de levensduur kan verlengen en de kanker mogelijk kan genezen. Leiomyosarcomen worden operatief behandeld, wat de symptomen tijdelijk kan verlichten, maar zelden de kanker zal genezen. Chemotherapie na de operatie kan de levensduur enigszins verlengen. Gemetastaseerde kanker leidt vaak tot een afsluiting van de slokdarm, wat het gebruik van een buisje (stent) of lasertherapie nodig maakt. Het gebruik van chemotherapie of radiotherapie bij gemetastaseerde kanker hangt af van het soort kanker dat zich naar de slokdarm heeft uitgezaaid.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Goedaardige tumoren van de slokdarm

Next: Goedaardige tumoren van de maag

Figures
Tables
Disclaimer