THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Poliepen van dikke darm en endeldarm

Bij een poliep is er sprake van afwijkende weefselgroei vanuit de darmwand of de wand van de endeldarm (rectum). De poliep stulpt uit in de darm of het rectum en kan goedaardig of kwaadaardig zijn. Poliepen variëren aanzienlijk in grootte; hoe groter de poliep, des te groter het risico dat deze kwaadaardig is of een voorstadium van kanker betreft. Poliepen kunnen al of niet gesteeld zijn. Bij poliepen zonder steel is het risico groter dat ze kwaadaardig zijn dat bij poliepen met een steel. Bij adenomateuze poliepen, die voornamelijk bestaan uit kliercellen aan de binnenzijde van de dikke darm, is het risico dat ze kwaadaardig worden groot (ze zijn precancereus).

Sommige poliepen zijn het gevolg van erfelijke aandoeningen, zoals familiaire polyposis, het syndroom van Gardner en het syndroom van Peutz-Jeghers. Bij familiaire polyposis ontstaan er tijdens de jeugd of puberteit honderd of meer precancereuze poliepen door de gehele dikke darm en het rectum. Bij bijna alle mensen bij wie de poliepen niet worden behandeld, groeien ze voor het veertigste levensjaar uit tot kanker van de dikke darm of het rectum (colorectale kanker). Bij het syndroom van Gardner ontstaan naast de precancereuze poliepen in de dikke darm en het rectum, elders in het lichaam verschillende typen goedaardige tumoren (bijvoorbeeld op de huid, de schedel of de kaak). Bij het syndroom van Peutz-Jeghers ontstaan kleine knobbeltjes, ‘juveniele poliepen' genaamd, in maag, dunne darm, dikke darm en rectum. Deze poliepen ontstaan voor de geboorte (in utero) of in de vroege jeugd. Hoewel poliepen bij het syndroom van Peutz-Jeghers het risico van kanker van het spijsverteringskanaal niet verhogen, hebben mensen met het syndroom van Peutz-Jeghers wel een verhoogd risico van alvleesklier-, borst-, long-, eierstok- en baarmoederkanker.

Symptomen en diagnose

De meeste poliepen veroorzaken geen symptomen. Als dat wel het geval is, is het meest voorkomende symptoom een bloeding vanuit het rectum. Een grote poliep kan krampen, buikpijn of een darmafsluiting veroorzaken. Grote poliepen met vingervormige uitsteeksels (villeuze adenomen) kunnen water en zouten uitscheiden. Dit veroorzaakt overvloedige, waterige diarree waardoor een lage kaliumspiegel in het bloed (hypokaliëmie) kan ontstaan. In zeldzame gevallen kan een rectale poliep op een lange steel door de anus naar buiten stulpen en daar blijven bungelen. Patiënten met het syndroom van Peutz-Jeghers hebben een bruine huid en bruine slijmvliezen, vooral van de lippen en het tandvlees.

De arts kan poliepen soms voelen door een gehandschoende vinger in het rectum te brengen, maar meestal worden poliepen ontdekt bij sigmoïdoscopie (onderzoek van het laatste gedeelte van de dikke darm met een flexibele kijkbuis). Als sigmoïdoscopie een poliep aan het licht brengt, wordt coloscopie uitgevoerd om de gehele dikke darm te onderzoeken. Dit completer en betrouwbaarder onderzoek wordt uitgevoerd omdat meestal meer dan één poliep aanwezig is en kwaadaardig kan zijn. Met coloscopie kan de arts in elk gebied dat kwaadaardig lijkt een biopsie uitvoeren (afnemen van een weefselmonster voor microscopisch onderzoek).

Behandeling

Over het algemeen adviseren artsen alle poliepen uit de dikke darm en het rectum te verwijderen omdat ze potentieel kwaadaardig kunnen worden. De poliepen worden tijdens coloscopie verwijderd met een snij-instrument of een elektrische stroomlus. Als een poliep niet gesteeld is of niet tijdens coloscopie kan worden verwijderd, is een buikoperatie noodzakelijk.

Als een verwijderde poliep kwaadaardig blijkt te zijn, is de behandeling afhankelijk van het feit of de kanker zich mogelijk heeft verspreid. Bij een laag risico is geen verdere behandeling nodig. Bij een hoog risico, in het bijzonder als de kanker de steel van de poliep is binnengedrongen, wordt het betreffende deel van de dikke darm weggenomen en worden de overblijvende darmuiteinden met elkaar verbonden.

Wanneer bij iemand een poliep is weggenomen, worden een jaar later de gehele dikke darm en het rectum door middel van coloscopie opnieuw geïnspecteerd en daarna met tussenpozen, naar het oordeel van de arts. Als een dergelijk onderzoek wegens een vernauwing van de dikke darm niet mogelijk is, wordt een klysma met bariumpap gebruikt om de dikke darm op röntgenfoto's zichtbaar te maken.

Bij mensen met familiaire polyposis elimineert volledige verwijdering van de dikke darm en het rectum het risico van kanker. Een andere optie is om de dikke darm te verwijderen en het rectum met de dunne darm te verbinden. Omdat bij deze ingreep soms de rectale poliepen worden weggenomen, wordt hieraan door veel deskundigen de voorkeur gegeven. Het overblijvende deel van de endeldarm wordt om de drie tot zes maanden gecontroleerd door middel van sigmoïdoscopie, zodat nieuwe poliepen kunnen worden verwijderd. Als er echter te snel nieuwe poliepen ontstaan, moet ook het rectum worden verwijderd. Als het rectum wordt verwijderd, wordt vanuit de dunne darm operatief een opening in de buikwand gecreëerd; deze ingreep wordt ‘ileostomie' genoemd. De ontlasting komt via een zogenoemde ‘ileostoma' in een stomazak terecht.

Enkele niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's) worden onderzocht op hun vermogen om de groei van poliepen bij mensen met familiaire polyposis tegen te gaan. Hun effect is echter tijdelijk en zodra het gebruik van deze geneesmiddelen wordt gestaakt, beginnen de poliepen weer te groeien.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Kanker van de dunne darm

Next: Tumoren van dikke darm en endeldarm

Figures
Tables
Disclaimer