THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results
In This Topic
Introductie
Back to Top

Section

Subject

Topics

Introductie

Wanneer de hersenen zijn beschadigd, kunnen diverse hersenfunctiestoornissen optreden. Dergelijke stoornissen lopen uiteen van volledig bewustzijnsverlies (zoals bij coma) tot desoriëntatie en problemen om de aandacht vast te houden (zoals bij delirium) en tot het verlies van een of meer van de vele specifieke functies die bijdragen tot het bewustzijn. Het type en de ernst van een hersenfunctiestoornis hangen af van de omvang en plaats van de hersenbeschadiging en van hoe snel de onderliggende aandoening verergert.

Een hersenfunctiestoornis kan verspreid zijn (diffuus) of zich beperken tot een specifiek gebied (gelokaliseerd). Een diffuse functiestoornis wordt veroorzaakt door aandoeningen die een groot gedeelte van de hersenen aantasten. Dit betreft onder meer aandoeningen die de oorzaak zijn van een stofwisselingsafwijkingen, zoals een lage bloedglucoseconcentratie (hypoglykemie) of een lage zuurstofconcentratie van het bloed (vaak door een hart- of longaandoening), infecties, zoals meningitis en encefalitis, en een zeer hoge of lage bloeddruk. Een diffuse hersenfunctiestoornis kan ook het gevolg zijn van aandoeningen die zwelling veroorzaken of druk uitoefenen op een groot gebied in de hersenen. Dergelijke aandoeningen zijn onder meer tumoren, hersenabcessen en ernstig hoofdletsel. Bepaalde geneesmiddelen, zoals opioïden, sommige kalmerende middelen (bijvoorbeeld benzodiazepinen en barbituraten) en antidepressiva, kunnen diffuse hersenfunctiestoornissen veroorzaken bij mensen die gevoelig zijn voor het effect ervan (zoals ouderen) of wanneer te veel van het middel in het bloed komt.

Een gelokaliseerde hersenfunctiestoornis wordt veroorzaakt door aandoeningen die een bepaald gebied van de hersenen aantasten. Deze aandoeningen omvatten structurele afwijkingen, zoals een hersentumor, aandoeningen die de toevoer van bloed (en dus van zuurstof) naar een specifiek gedeelte verminderen, zoals een CVA (cerebrovasculair accident of ‘beroerte'), en bepaalde epileptische syndromen.

De omvang en plaats van de hersenbeschadiging houden nauw verband met de ernst van de hersenfunctiestoornis. In een relatief groot hersengebied als de hersenschors is de ernst van een functiestoornis afhankelijk van de omvang van de beschadiging. Hoe omvangrijker de beschadiging, des te ernstiger de functiestoornis waarschijnlijk is. In een klein gebied als de hersenstam (die de essentiële lichaamsfuncties en het bewustzijnsniveau regelt) kan een relatief kleine beschadiging daarentegen tot volledig bewustzijnsverlies of zelfs tot de dood leiden.

Aandoeningen die snel verergeren, veroorzaken eerder merkbare symptomen van hersenfunctiestoornis dan aandoeningen die langzaam verergeren – bijvoorbeeld een snel tegenover een langzaam groeiende hersentumor. De hersenen kunnen geleidelijke veranderingen gemakkelijker compenseren dan snelle veranderingen.

De hersenen bezitten drie eigenschappen die bijdragen tot het vermogen om na beschadiging te compenseren en te herstellen:

  • redundantie (veel hersenfuncties kunnen door meer dan één gebied worden uitgevoerd)
  • adaptatie (hersengebieden die elkaar enigszins overlappen, kunnen verloren functies soms compenseren)
  • plasticiteit (bepaalde hersengebieden kunnen van functie veranderen).

Onbeschadigde hersengebieden kunnen daardoor soms functies van een beschadigd gedeelte overnemen en zo tot herstel bijdragen. Naarmate mensen ouder worden, wordt het echter steeds moeilijker om een functie van het ene door het andere hersengebied te laten overnemen. Sommige functies, zoals het gezichtsvermogen, kunnen niet door andere hersengebieden worden uitgevoerd. Directe beschadiging van hersengebieden die dergelijke functies regelen, kan blijvende effecten hebben.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Functiestoornissen per locatie

Figures
Tables
Disclaimer