THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Migraine

Migraine is een kloppende, matig tot hevige pijn, meestal aan één kant van het hoofd, die verergert door lichamelijke inspanning, licht, geluid of geur en die gepaard gaat met misselijkheid en braken.Hoewel migraine op elke leeftijd voor het eerst kan optreden, begint dit type hoofdpijn meestal tussen de 10 en 40 jaar. Bij de meeste mensen met migraine treedt de hoofdpijn regelmatig op, maar boven een leeftijd van 50 of 60 jaar worden de aanvallen gewoonlijk beduidend minder hevig of verdwijnt de migraine geheel. Migraine komt bij vrouwen driemaal zo vaak voor als bij mannen. Migraine lijkt vaak in bepaalde families vaker voor te komen; bij meer dan de helft van de patiënten met migraine komt de aandoening ook bij naaste familieleden voor.

De oorzaak van migraine is niet geheel duidelijk. Volgens één theorie treedt migraine op wanneer de slagaders naar de hersenen zich vernauwen en vervolgens verwijden. Verwijding zou nabijgelegen pijnreceptoren activeren. Deze theorie is echter te simpel om de complexe veranderingen in de doorbloeding van de hersenen tijdens een migraineaanval te verklaren. Verder doet zich een reeks veranderingen voor in de zenuwcellen van de hersenen voordat de veranderingen in de doorbloeding optreden. Een zeldzame vorm van migraine, familiaire hemiplegische migraine, houdt verband met een genetisch defect op de chromosomen 1 en 19. De rol van genen bij vaker voorkomende vormen van migraine wordt momenteel onderzocht.

Oestrogeen, het belangrijkste vrouwelijke hormoon, lijkt migraine op te wekken. Dit verklaart mogelijk waardoor migraine vaker bij vrouwen optreedt. Tijdens de puberteit (wanneer de oestrogeenconcentratie stijgt), begint migraine veel vaker voor te komen bij meisjes dan bij jongens. Sommige vrouwen hebben net voor, tijdens of net na hun menstruatie last van migraine. Naarmate de menopauze dichterbij komt (wanneer de oestrogeenconcentratie fluctueert), wordt het bijzonder moeilijk om migraine onder controle te houden. Door orale anticonceptiemiddelen (die oestrogeen bevatten) en oestrogeensuppletietherapie wordt migraine vaak erger. Ook slapeloosheid, veranderingen in de luchtdruk en honger kunnen een migraineaanval opwekken.

Symptomen en diagnose

Migraine wordt gekenmerkt door een kloppende pijn aan één kant van het hoofd. De pijn kan matig zijn, maar is vaak hevig en invaliderend. De hoofdpijn wordt meestal erger door lichamelijke inspanning, licht, geluid of geur. De hoofdpijn gaat vaak gepaard met misselijkheid en soms met braken.

Een migraineaanval bestaat vaak uit meer dan alleen hoofdpijn. Er kan een prodromaal stadium, een aura en een postictale fase optreden. Het prodromale stadium gaat gepaard met een stemmings- of gedragsverandering die tot 24 uur voorafgaand aan de migraineaanval kan optreden. De patiënt kan depressief, opgetogen, prikkelbaar of rusteloos worden. Ook misselijkheid of gebrek aan eetlust kunnen zich voordoen. Ongeveer 25% van de patiënten ervaart een aura. Een aura betreft een tijdelijke, omkeerbare verstoring van het gezichtsvermogen, het gevoel, het evenwicht, de beweging of de spraak. Veel patiënten zien hoekige, schemerige vlekken of lichtflitsen of gezichtsuitval in de vorm van een blinde vlek met flikkerende randen. Sommige patiënten hebben last van tintelingen, evenwichtsverlies, zwakte in een arm of been of moeite met spreken. De aura treedt maximaal één uur voor de migraineaanval op en stopt wanneer de aanval begint. Ongeveer 25% van de patiënten met migraine heeft na de migraineaanval (postictale fase) last van stemmings- en gedragsveranderingen.

Migraineaanvallen kunnen gedurende lange tijd frequent optreden en vervolgens weken-, maanden- of zelfs jarenlang uitblijven.

Migraine wordt op grond van symptomen vastgesteld. Er bestaat geen test om de diagnose te bevestigen. Als de hoofdpijn zich recent heeft ontwikkeld of als het patroon of de symptomen zijn veranderd, wordt met computertomografie (CT) of magnetische kernspinresonantie (MRI) het hoofd onderzocht om andere aandoeningen uit te sluiten.

Preventie en behandeling

Bij de behandeling van migraine worden drie typen geneesmiddelen gebruikt: middelen om migraine te voorkomen, middelen om een aanval te stoppen (couperen) wanneer deze begint en middelen om de pijn te verlichten.

Voor mensen die meer dan één keer per week migraine hebben, is het vaak zinvol om elke dag geneesmiddelen te gebruiken om migraineaanvallen te voorkomen. Bètablokkers, zoals propranolol, worden vaak in eerste instantie gegeven. Ook calciumantagonisten, antidepressiva en sommige anti-epileptica, vooral natriumvalproaat, zijn effectief. De keuze van een preventief geneesmiddel hangt af van de bijwerkingen van het middel en van eventuele andere bestaande aandoeningen. Als bijvoorbeeld gewichtstoename problemen zou kunnen veroorzaken, wordt meestal geen natriumvalproaat voorgeschreven. Als de patiënt last heeft van depressie, kan een tricyclisch antidepressivum als nortriptyline (see Depressie en manieTables) worden voorgeschreven.

Om een migraineaanval af te wenden zodra deze begint, gebruiken de meeste artsen bij voorkeur een relatief nieuwe groep geneesmiddelen, die ‘triptanen' (serotonineagonisten of 5-HT-agonisten) worden genoemd. Triptanen richten zich speciaal op de receptoren die de prikkelaanvoerende zenuwen van de hersenbloedvaten stimuleren. Triptanen kunnen zo de bloedvatverwijding, waardoor migraine mede ontstaat, tegengaan. Zodra iemand merkt dat een migraineaanval begint, neemt hij een van deze geneesmiddelen in om te voorkomen dat de aanval verergert. Soms worden andere geneesmiddelen gebruikt om een migraineaanval te stoppen, bijvoorbeeld ergotamine, maar deze middelen zijn niet zo veilig of effectief als triptanen. Aangezien triptanen en ergotamine ervoor zorgen dat de bloedvaten zich vernauwen, worden deze middelen afgeraden bij patiënten met angina pectoris of een andere hartaandoening of bij patiënten met prodromale symptomen die lijken op die van een CVA (omdat vernauwing van de slagaders een CVA kan opwekken).

Bij minder ernstige migraine kunnen gewone pijnstillers of pijnstillers met cafeïne worden gebruikt. Deze middelen kunnen tijdens een migraineaanval naar behoefte worden ingenomen, met of in plaats van een triptaan. Net als bij spanningshoofdpijn kan overmatig gebruik van pijnstillers of cafeïne migraine verergeren. Bij ernstigere migraine kunnen opioïden nodig zijn (see PijnTables).

gebruik

TYPE

voorbeelden

enige bijwerkingen

preventief 

bètablokkers

propranolol

zie (see Behandeling)

calciumkanaalblokkers

verapamil

zie (see Introductie)

serotonineantagonisten

methysergide

vorming van littekenweefsel diep in de buikholte (retroperitoneale fibrose), waardoor de bloedtoevoer naar vitale organen kan worden geblokkeerd, diarree, misselijkheid, braken, sufheid, spierzwakte en gewichtstoename of -verlies

tricyclische antidepressiva

amitriptyline

nortriptyline

zie (see Prognose en behandeling)

couperend 

ergotderivaten

dihydro-ergotamine

ergotamine

misselijkheid, braken, lichte spierverkramping en in zeldzame gevallen pijn op de borst door een onvoldoende bloedtoevoer naar de hartspier (angina pectoris)

antibraakmiddelen

metoclopramide

prochloorperazine

lage bloeddruk, sufheid en spierspasmen

triptanen

(5-hydroxytryptofaan [5-HT]-agonisten)

almotriptan

naratriptan

rizatriptan

sumatriptan

zolmitriptan

opvliegers, duizeligheid, sufheid, misselijkheid, slokdarmkrampen en (zelden) angina pectoris

pijnstillend 

paracetamol

Rebound-hoofdpijn als de dosis wordt verhoogd en soms huiduitslag

niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's)

acetylsalicylzuur (aspirine)

indometacine

naproxen

Rebound-hoofdpijn als de dosis wordt verhoogd; bij indometacine verergering van depressie, epileptische aanvallen en tremoren met verminderde mobiliteit en spierstijfheid; bij ouderen duizeligheid en verwardheid

opioïden

codeïne

oxycodon

zie (see Opioïde analgetica)

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Spanningshoofdpijn

Next: Clusterhoofdpijn

Figures
Tables
Disclaimer