THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Introductie

Lage rugpijn komt zeer veel voor. Vier van de vijf mensen hebben er tijdens hun leven wel eens mee te maken. Het is de belangrijkste oorzaak van arbeidsongeschiktheid voor mensen tussen de 19 en 45 jaar en de op één na belangrijkste oorzaak voor ziekteverzuim (na verkoudheid) voor volwassenen jonger dan 45. Lage rugpijn komt meer voor naarmate men ouder wordt. De helft van de mensen boven de 60 heeft er wel eens last van. Elk jaar kost de behandeling van lage rugpijn in Europa meer dan 80 miljard euro en keert de verzekering meer dan 8 miljard euro uit voor arbeidsongeschiktheid als gevolg van lage rugpijn. Hoewel lage rugpijn zelden door levensbedreigende aandoeningen wordt veroorzaakt, vormt het dus wel een groot gezondheidsprobleem. Toch neemt het aantal rugletsels op de werkvloer af, misschien doordat men zich meer bewust is geworden van het probleem en de preventieve maatregelen zijn verbeterd.

De wervelkolom bestaat uit wervels, die worden beschermd en van elkaar gescheiden door schokdempende kraakbeenschijven. De wervels zijn ook bedekt met een dunne laag kraakbeen. Ze worden op hun plaats gehouden door gewrichtsbanden en spieren, die de wervelkolom stabiliseren. Tot deze spieren behoren de twee iliopsoasspieren (langs beide zijden van de wervelkolom), de twee rugstrekkerspieren (musculus erector spinae, langs de gehele achterzijde van de wervelkolom) en de vele korte paraspinale spieren (tussen de wervels). De buikspieren (die van de onderkant van de ribben naar het bekken lopen) vormen ook een ondersteuning van de wervelkolom.

Binnen in de wervelkolom ligt het ruggenmerg (see Ruggenmerg en see Introductie). Over de gehele lengte van het ruggenmerg treden de ruggenmergzenuwen uit door openingen tussen de wervels; deze zenuwen sluiten aan op zenuwen door het gehele lichaam. Het gedeelte van de ruggenmergzenuw dat het dichtst bij het ruggenmerg ligt, wordt de ‘wortel van de ruggenmergzenuw' genoemd. Vanwege hun plaats kunnen deze wortels worden samengedrukt bij verwonding van de wervelkolom, wat leidt tot rugpijn.

De onderrug (lumbale zone) bestaat uit vijf wervels die de borstkas met het bekken en de benen verbinden en het lichaam beweeglijkheid geven, om te draaien en te buigen. Verder geeft de onderrug kracht om te staan, te lopen en te tillen. Vandaar dat de onderrug bij vrijwel alle dagelijkse bezigheden betrokken is. Lage rugpijn kan beperkend zijn voor veel activiteiten.

Oorzaken

Lage rugpijn kent veel oorzaken, hoewel er vaak geen specifieke oorzaak kan worden vastgesteld.

Eén van de meest voorkomende oorzaken is overbelasting en verstuiking van de spieren en gewrichtsbanden. Overbelasting en verstuiking kunnen een gevolg zijn van tillen, sporten of onverwachte bewegingen maken (zoals bij een val of een auto-ongeluk). Wanneer rugpijn een gevolg is van het sporten, wordt letsel aan de onderrug soms ‘weight lifter's back' (overbelasting van de lumbale wervelkolom) genoemd. Dit type blessure komt niet alleen voor door het optillen van een zwaar gewicht van de grond bij gewichtheffen, maar ook door het duwen tegen een aanvaller bij American football, door plotseling draaien bij voetbal of hockey, voor een zwaaibeweging met een knuppel bij honkbal of met een club bij golf. De onderrug zal eerder geblesseerd raken bij een slechte lichamelijke conditie en wanneer de ondersteunende spieren van de rug zwak zijn. Ook een slechte houding, een verkeerde manier van tillen, overgewicht en vermoeidheid dragen ertoe bij.

Door artrose (degeneratieve artritis) verslechtert de kwaliteit van het kraakbeen dat een beschermende laag over de wervels vormt. Men gaat ervan uit dat deze aandoening op zijn minst gedeeltelijk een gevolg is van het normale slijtageproces. De schijven tussen de wervels verslechteren, waardoor de tussenruimte kleiner wordt en de zenuwwortels worden samengedrukt. Er kunnen zich onregelmatige uitsteeksels (sporen) vormen op de wervels, die ook druk kunnen uitoefenen op de zenuwwortels. Al deze veranderingen kunnen lage rugpijn en stijfheid veroorzaken.

Bij osteoporose neemt de botdichtheid af, waardoor de botten gemakkelijker breken. Vooral de wervels zijn gevoelig voor de effecten van osteoporose. Vaak ontstaan daardoor crush-fracturen (compressiefracturen), met plotselinge, hevige rugpijn en compressie van de wortels van de ruggenmergzenuwen waardoor chronische rugpijn kan ontstaan. De meeste fracturen als gevolg van osteoporose doen zich echter in de boven- en middenrug voor en veroorzaken eerder pijn in de boven- en middenrug dan in de onderrug.

Een gescheurde of uitpuilende tussenwervelschijf kan lage rugpijn veroorzaken. Een tussenwervelschijf heeft een taaie buitenlaag en een zachte, geleiachtige binnenkant. Als een tussenwervelschijf plotseling wordt samengedrukt door de wervels eronder en erboven (zoals bij het tillen van een zwaar voorwerp), kan de buitenlaag scheuren (ruptuur), wat pijn veroorzaakt. De inhoud van de tussenwervelschijf kan door de scheur in het omhulsel naar buiten worden gedrukt, zodat een deel ervan naar buiten puilt (hernia). Deze uitstulping kan de nabij gelegen zenuwwortel samendrukken, irriteren en zelfs beschadigen, wat nog meer pijn veroorzaakt. Een gescheurde of uitpuilende tussenwervelschijf veroorzaakt ook vaak ischias.

Bij ouderen is spinale stenose (vernauwing van het wervelkanaal, de doorgang met daarin het ruggenmerg die door het midden van de wervelkolom loopt) een veelvoorkomende oorzaak van lage rugpijn. Spinale stenose treedt ook op bij mensen van middelbare leeftijd met een aangeboren vernauwd wervelkanaal. Deze afwijking wordt veroorzaakt door aandoeningen als artrose en de ziekte van Paget. Spinale stenose kan ischias veroorzaken, evenals lage rugpijn.

Bij spondylitis ankylopoetica (ziekte van Bechterew) zijn de wervelkolom en de grote gewrichten ontstoken, waardoor stijfheid en rugpijn ontstaan. Deze aandoening komt meer bij mannen voor en begint meestal tussen de 20 en de 40 jaar.

Soms is lage rugpijn uitstralingspijn (referred pijn (see PijnFigures)), die in een ander deel van het lichaam ontstaat, zoals de nieren, blaas, baarmoeder of prostaat, maar die in de onderrug wordt gevoeld. Zo kan het premenstrueel syndroom of een blaasinfectie lage rugpijn veroorzaken.

Andere, minder vaak voorkomende oorzaken van lage rugpijn zijn onder andere gordelroos, kanker met uitzaaiingen naar de wervelkolom vanuit borst, long, prostaat of nier, botkanker (multipel myeloom), fibromyalgie en aangeboren afwijkingen als scoliose. Stress kan bijdragen aan lage rugpijn, maar hoe dat in zijn werk gaat is onduidelijk. Ook zware lichamelijke arbeid, overgewicht, roken en gebrek aan lichaamsbeweging kunnen aan lage rugpijn bijdragen.

Symptomen en soorten lage rugpijn

Afhankelijk van de oorzaak en de soort pijn kan lage rugpijn periodiek of constant zijn, oppervlakkig of diep, dof of schrijnend, kloppend of scherp en stekend. Er zijn verschillende soorten lage rugpijn.

Gelokaliseerde pijn treedt in een specifiek gebied van de onderrug op. Deze pijn is meestal een gevolg van verstuiking en overbelasting. Acute pijn kan worden gevoeld wanneer het letsel optreedt. Gelokaliseerde pijn kan vaak worden verlicht door een verandering van houding of door lichte activiteit gevolgd door rekken. Intensieve lichamelijke activiteit of juist inactiviteit verergert de pijn meestal. Gelokaliseerde pijn kan constant en schrijnend zijn of soms ook onderbroken en scherp. De onderrug kan gevoelig zijn bij aanraking. Er kunnen spierspasmen ontstaan doordat wordt geprobeerd de bewegingen die de pijn uitlokken te vermijden. Gelokaliseerde pijn verdwijnt na enkele dagen tot weken meestal vanzelf.

Pijn die door compressie van een zenuwwortel wordt veroorzaakt, kan een gevolg zijn van aandoeningen als een uitpuilende tussenwervelschijf, artrose, osteoporose, spinale stenose of de ziekte van Paget. De pijn treedt vaak op binnen minuten tot uren na het optillen van een zeer zwaar voorwerp, maar kan ook spontaan optreden. Dit soort pijn is vaak een doffe pijn met soms een scherpe, hevige uitstralende pijn eroverheen. De pijn kan uitstralen naar andere delen van het lichaam, afhankelijk van de zenuwwortel die is aangedaan. Meestal straalt de pijn uit van de onderrug naar de bil en omlaag langs het been van de aangedane zijde, wat tot ischias leidt. Hoesten, niezen, persen of naar voren buigen met de benen gestrekt kan de scherpe, uitstralende pijn opwekken. Als een hernia (uitpuilende tussenwervelschijf) de oorzaak is, wordt de pijn erger door een stukje te lopen. Als spinale stenose de oorzaak is, neemt de pijn doorgaans toe door de rug te rechten (bijvoorbeeld bij het lopen) en wordt deze minder door de wervelkolom naar voren te buigen (bijvoorbeeld door voorover te leunen). Als een compressiefractuur de oorzaak is, begint de pijn meestal plotseling, blijft gelokaliseerd in een bepaald gebied van de rug en wordt bij staan of lopen erger. Het gebied rond de fractuur kan gevoelig zijn.

Meestal verdwijnen de pijn en gevoeligheid geleidelijk na een paar weken tot maanden. Bij grote druk op de zenuwwortel kan de pijn vergezeld gaan van spierzwakte in het been, tintelingen of zelfs gevoelloosheid en verlies van blaas- en darmcontrole.

Uitstralingspijn (veroorzaakt in andere organen (see PijnFigures)) is meestal diep, schrijnend, constant en diffuus. De pijn wordt gewoonlijk niet door beweging beïnvloed, maar wordt 's nachts erger. Nierinfecties kunnen bijvoorbeeld lage rugpijn veroorzaken die niet zozeer midden in de rug wordt gevoeld als wel aan de zijkant.

illustrative-material.figure-short 1

Een uitpuilende tussenwervelschijf

Een uitpuilende tussenwervelschijf

Het taaie omhulsel van een tussenwervelschijf kan scheuren (ruptuur), wat pijn veroorzaakt. Het zachte, geleiachtige binnenste kan door het omhulsel (inklemming) naar buiten puilen, waardoor nog meer pijn ontstaat. Die pijn ontstaat doordat de uitstulping (hernia) op de naastgelegen ruggenmergzenuw drukt. Soms wordt de zenuw beschadigd.

Meer dan 80% van de hernia's treedt op in de onderrug. Ze komen het meest voor bij mensen tussen de 30 en de 50 jaar. In deze periode wordt het omhulsel zwakker. Het binnenste, dat onder grote druk staat, kan door een scheur of een verzwakte plek in het omhulsel naar buiten worden gedrukt en uitpuilen. Boven de 50 jaar verhardt het binnenste van de tussenwervelschijf, waardoor inklemming minder waarschijnlijk wordt. Een tussenwervelschijf kan door een plotselinge, traumatische verwonding of door herhaalde kleine verwondingen uitpuilen. Het risico van een hernia neemt toe door overgewicht of door het optillen van zware voorwerpen, vooral wanneer dit niet op de juiste wijze gebeurt.

De plaats van de pijn wordt bepaald door de tussenwervelschijf die uitpuilt en welke ruggenmergzenuw erbij betrokken is. De pijn wordt langs de door de uitpuilende tussenwervelschijf samengedrukte zenuwbaan gevoeld. Een uitpuilende tussenwervelschijf veroorzaakt bijvoorbeeld vaak ischias. De pijn varieert van licht tot invaliderend, waarbij beweging de pijn verergert. Gevoelloosheid en spierzwakte kunnen ook optreden. Als de druk op de zenuwwortel groot is, kunnen de benen verlamd zijn. Als de cauda equina (de zenuwbundel die vanuit het ruggenmerg doorloopt) is aangedaan, kunnen blaas- en darmcontrole verloren gaan. Als deze ernstige symptomen zich voordoen, is onmiddellijke medische hulp vereist.

Na ongeveer 2 weken genezen veel mensen zonder enige behandeling. Met koudebehandeling (zoals een ijskompres) of warmtebehandeling (zoals een warmtekompres) of met vrij verkrijgbare pijnstillers kan de pijn worden verlicht. Soms moet er operatief worden ingegrepen om een deel van de schijf of de gehele schijf en een deel van de wervel te verwijderen. Bij 10 tot 20% van de mensen die voor ischias door een uitpuilende tussenwervelschijf worden geopereerd, scheurt er weer een andere schijf.

illustrative-material.figure-short 2

Wat is ischias?

Wat is ischias?

De twee heupzenuwen zijn de dikste en langste zenuwen in het lichaam. Ze zijn allebei bijna zo dik als een vinger. De twee lopen elk aan een zijde van het lichaam vanaf het onderste deel van de wervelkolom, achter het heupgewricht, langs de bil en de achterkant van de knie naar beneden. Daar splitsen de heupzenuwen zich in verscheidene vertakkingen, die naar de voet doorlopen. Wanneer de heupzenuw bekneld, ontstoken of beschadigd raakt, kan de pijn (ischias) langs de gehele heupzenuw tot aan de voet uitstralen. Ischias komt bij ongeveer 5% van de mensen met rugpijn voor.

Bij sommige mensen kan geen oorzaak worden gevonden. Bij anderen kan de oorzaak een uitpuilende tussenwervelschijf zijn, onregelmatige botuitsteeksels door artrose of een zwelling door een verrekte gewrichtsband. In zeldzame gevallen is spinale stenose, de ziekte van Paget, zenuwbeschadiging als gevolg van diabetes (diabetische neuropathie), een tumor of een bloedstolsel de oorzaak van ischias. Sommige mensen lijken wel gevoeliger voor ischias.

Ischias treft meestal slechts één zijde van het lichaam. De aandoening kan een tintelend gevoel, een zeurende of een stekende pijn veroorzaken. Het been of de voet kunnen gevoelloos zijn. De pijn verergert door wandelen, hardlopen, traplopen en strekken van het been; de pijn neemt af door vooroverbuigen of gaan zitten.

Vaak gaat de pijn vanzelf weg. Rust, een stevige matras, een vrij verkrijgbaar niet-steroïde anti-inflammatoir preparaat (NSAID's) en warmte- en koudebehandeling kunnen al afdoende zijn. Bij veel mensen geeft slapen op de zij met gebogen knieën en een kussen tussen de knieën verlichting. Voorzichtig rekken van de hamstrings na een warming-up kan ook helpen.

Diagnose

De symptomen, de voorgeschiedenis en de resultaten van een lichamelijk onderzoek kunnen de arts een indicatie geven van de oorzaak van de lage rugpijn. De arts kan als onderdeel van het lichamelijk onderzoek de patiënt vragen bepaalde bewegingen te maken om het soort pijn vast te stellen. De arts kan de patiënt bijvoorbeeld vragen plat op de rug te gaan liggen en dan een been op te tillen zonder de knie te buigen. Als de oorzaak overbelasting of verstuiking is, is er meestal geen verder onderzoek nodig. Als de arts een andere oorzaak vermoedt, is verder onderzoek vaak wel nodig.

Met een röntgenfoto van de onderrug kunnen hernia, scoliose, degeneratieve veranderingen door artrose en compressiefracturen door osteoporose worden opgespoord. Magnetische kernspinresonantie (MRI) of computertomografie (CT) geven evenwel duidelijker beelden waarmee de diagnose ‘uitpuilende tussenwervelschijf', ‘spinale stenose' of ‘kanker' kan worden bevestigd of uitgesloten. In zeldzame gevallen, wanneer de resultaten van de MRI onduidelijk zijn, is myelografie (see Myelografie) met CT noodzakelijk. Soms wordt elektromyografie (see Elektromyografie) uitgevoerd om de plaats van de zenuwbeschadiging vast te stellen.

illustrative-material.figure-short 3

Oefeningen om lage rugpijn te voorkomen

het bekken kantelen

Ga met opgetrokken knieën op de rug liggen, met de voeten plat op de vloer en met het gewicht op de hielen. Druk de lendenstreek tegen de grond, trek de bilspieren samen, til daarbij de billen ongeveer 1 cm van de vloer en trek de buikspieren samen. Houd deze positie ongeveer 10 seconden vast. Herhaal dit 20 maal.

buikspieroefeningen

Ga met opgetrokken knieën op de rug liggen met de voeten plat op de grond. Leg de handen over de borst. Trek de buikspieren aan, til langzaam de schouders 25 centimeter van de vloer en houd het hoofd recht (de kin mag de borst niet raken). Laat dan de buikspieren los en laat de schouders langzaam zakken. Doe drie series van tien.

knie naar de borst brengen

Ga met opgetrokken knieën op de rug liggen met de voeten plat op de grond. Houd de knieën gebogen, leg beide handen achter één knie en breng deze naar de borst. Houd deze houding ongeveer tien tellen vast. Laat het been langzaam zakken en herhaal de oefening met het andere been. Doe deze oefening tien keer.

zittend het been strekken

Ga met licht gebogen knieën en de benen zo ver mogelijk uit elkaar op de grond zitten. Plaats beide handen op dezelfde knie. Laat beide handen langzaam naar beneden richting enkel glijden. Stop zodra u pijn voelt en ga niet verder dan een positie die u gemakkelijk tien seconden kunt vasthouden. Keer langzaam terug naar een zittende positie. Herhaal de oefening met het andere been. Doe deze oefening tien keer voor elk been.

heup- en quadricepsrekoefening

Ga op één been staan en houd de knie van het andere been in een hoek van 90° gebogen. Houd de voorkant van de enkel van het gebogen been vast met de hand van dezelfde kant. (De andere hand kan om het evenwicht te bewaren op de rug van een stoel of tegen de muur worden gelegd.) Druk de voet tegen de hand, dus van het lichaam af, maar houd de knieën bij elkaar. Houd dit ongeveer tien seconden vast. Herhaal de oefening met het andere been. Doe deze oefening tien keer.

Preventie

De effectiefste manier om lage rugpijn te voorkomen is door regelmatig aan lichaamsbeweging te doen (see Introductie`). Twee soorten lichaamsbeweging zijn zinvol: fysiofitness en specifieke spierversterkende oefeningen en rekoefeningen.

Door fysiofitness, zoals zwemmen en wandelen, neemt de algehele conditie toe, neemt overgewicht af en worden in het algemeen de spieren versterkt. Specifieke oefeningen om de spieren in buik, billen en rug te versterken en te rekken kunnen de wervelkolom stabiliseren en de belasting verminderen van de tussenwervelschijven, die als schokdemper fungeren voor de wervelkolom, en van de gewrichtsbanden die de wervelkolom op zijn plaats houden.

Spierversterkende oefeningen zijn onder andere bekkenkantelingen en buikspieroefeningen. Rekoefeningen zijn onder andere zittend het been strekken, de knie naar de borst brengen en de heupen en bovenbenen rekken. Bij sommige mensen kan de rugpijn door de rekoefeningen erger worden. Daarom moeten deze voorzichtig worden uitgevoerd. In het algemeen geldt dat elke oefening waarbij rugpijn optreedt of erger wordt, moet worden gestopt. De oefeningen moeten worden herhaald totdat de spieren licht, maar niet volledig vermoeid aanvoelen. Het is van belang bij elke oefening goed te blijven ademhalen. Bij gewichtheffen kunnen door het dragen van een gordel voor gewichtheffers rugblessures worden voorkomen. Mensen met rugpijn moeten, voordat ze met een oefenprogramma beginnen, een arts raadplegen.

Door lichaamsbeweging kan men ook de botdichtheid in stand houden en op gewicht blijven. Men kan door lichaamsbeweging dus het risico verkleinen van twee aandoeningen die tot lage rugpijn kunnen leiden: osteoporose en overgewicht.

De spanning op de rug wordt verminderd door een goede houding aan te nemen bij staan en zitten en niet in te zakken. Stoelzittingen kunnen zo worden ingesteld dat de voeten plat op de grond rusten, met de knieën gebogen in een licht scherpe hoek en de onderrug plat tegen de rugleuning. Als een stoel onder in de rug geen steun geeft, kan daar een kussen worden gebruikt. Het is beter om bij het zitten de voeten op de grond te houden en niet één been over het andere te slaan. Lange perioden van zitten of staan moeten worden vermeden. Als dat niet te vermijden is, kan de rugbelasting worden verminderd door vaak van houding te veranderen.

Er wordt geadviseerd in een comfortabele houding op een stevige matras te slapen. Mensen die op hun zij slapen, kunnen een kussen onder hun middel en hoofd leggen; mensen die op hun rug slapen kunnen een kussen onder hun knieën leggen. De nek moet door een hoofdkussen niet te sterk worden gebogen.

Rugpijn kan ook worden voorkomen door op de juiste manier te tillen. De knieën moeten zover zijn gebogen, dat de armen op gelijke hoogte zijn met het voorwerp dat moet worden opgetild. Bij het tillen moeten de benen en niet de rug worden gebruikt. Het risico van rugletsel neemt toe bij het tillen van een voorwerp boven het hoofd. Door een voetenbankje als opstapje te gebruiken, hoeft er niet boven het hoofd te worden getild. Zware voorwerpen moeten dicht bij het lichaam worden gedragen. Stoppen met roken wordt ook aangeraden.

Behandeling

Bij lage rugpijn die recentelijk is ontstaan, begint de behandeling met het vermijden van activiteiten die de wervelkolom belasten en pijn veroorzaken, zoals bukken en het tillen van zware voorwerpen. Met een paar dagen bedrust kan de pijn worden verlicht. De pijn verdwijnt er echter niet sneller door. De meeste artsen raden daarom aan in beweging te blijven. Als er al bedrust nodig is, moet deze niet langer dan 1 of 2 dagen duren. Als lage rugpijn door een specifieke aandoening wordt veroorzaakt, kan behandeling van deze aandoening (bijvoorbeeld gebruik van antibiotica tegen een blaasontsteking) de pijn verlichten.

Vrij of op recept verkrijgbare niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's (see Pijnstillers en ontstekingsremmende geneesmiddelen en see Niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's))) kunnen de pijn verlichten en ontsteking verminderen. Spierverslappers, zoals diazepam, kunnen worden gebruikt om spierspasmen te verlichten, maar veel deskundigen betwijfelen het nut hiervan. Deze middelen worden afgeraden voor ouderen, omdat zij eerder last krijgen van bijwerkingen.

Toepassing van warmte en koude en van massage kan ook helpen. Tractie is meestal niet zinvol. Op basis van enkele onderzoeken is gesuggereerd dat pijn sneller verdwijnt door acupunctuur en chiropraxie, maar andere onderzoeken laten weinig tot geen voordeel zien. Tijdens herstel wordt soms aangeraden voor korte tijd of tijdens activiteiten die de rug belasten een rugbrace of korset te dragen. Deze hulpmiddelen kunnen echter oncomfortabel zijn en bij langdurig gebruik de rugspieren verzwakken doordat ze het werk van deze spieren overnemen.

Zodra de pijn verdwenen is, kan lichte activiteit, zoals voorgeschreven door een arts of een fysiotherapeut, de genezing en het herstel versnellen. Om te voorkomen dat lage rugpijn chronisch wordt of weer terugkomt, worden meestal speciale oefeningen voorgeschreven om de rug te versterken en te rekken. Ook moeten andere preventieve maatregelen (zoals een goede houding, slapen op een stevige matras met goed geplaatste kussens, op de juiste manier tillen en niet roken) worden genomen. Met deze maatregelen zal de rugpijn in de meeste gevallen binnen 1 tot 2 weken verdwijnen. Ongeacht de behandeling verdwijnt de pijn in 80 tot 90% van de gevallen binnen 6 weken.

Als lage rugpijn chronisch is, zijn er extra maatregelen noodzakelijk. Cardiofitness kan helpen en indien nodig wordt aangeraden om af te vallen. Bij ernstige pijn helpen NSAID's soms niet voldoende en dan kunnen er opioïde pijnstillers (see PijnTables) noodzakelijk zijn. Als deze pijnstillers niet effectief zijn, adviseren sommige deskundigen om regelmatig een corticosteroïde, zoals dexamethason of methylprednisolon, plus een plaatselijk verdovend middel, zoals lidocaïne, rond het wervelkanaal te injecteren (epidurale injectie). Maar deze injecties hebben meestal slechts enkele dagen tot weken effect.

Soms wordt transcutane elektrische zenuwstimulatie (TENS) aangeraden (see Pijnbestrijding zonder pijnstillers). Hierbij wordt gebruikgemaakt van een apparaat dat door middel van een lage wisselstroom een zacht tintelend gevoel opwekt. Afhankelijk van de ernst van de pijn plaatst een therapeut het apparaat verschillende keren per dag gedurende 20 minuten tot verscheidene uren achtereen op de pijnlijke plek. Soms wordt patiënten geleerd om zelf het apparaat te gebruiken.

Als een aandoening ernstige en constante pijn of ernstige symptomen veroorzaakt, kan een operatie noodzakelijk zijn. Als zenuwwortelcompressie als gevolg van een uitpuilende tussenwervelschijf symptomen veroorzaakt, zoals aanhoudende ischias, zwakte, gevoelloosheid of verlies van blaas- en darmcontrole, dan kan operatieve verwijdering van de tussenwervelschijf (discectomie) en een deel van de wervel (laminectomie) noodzakelijk zijn. Meestal is algehele narcose noodzakelijk. Na operatieve verwijdering van een tussenwervelschijf blijft de patiënt meestal 1 tot 2 dagen in het ziekenhuis. Vaak kunnen microchirurgische technieken met een kleine incisie worden toegepast. Daarbij wordt een plaatselijke verdoving gegeven en is ziekenhuisopname niet noodzakelijk. Bij een kleine incisie is het echter denkbaar dat de chirurg niet alle stukjes van de uitpuilende tussenwervel ziet en deze dus niet allemaal verwijdert. Bij beide procedures kunnen de meeste patiënten na enige weken al hun activiteiten weer hervatten. Meer dan 90% van de patiënten herstelt volledig.

Bij ernstige spinale stenose kan een operatie worden uitgevoerd om het wervelkanaal te verwijden. Hierbij wordt een groot deel van de wervel verwijderd. Meestal is algehele narcose nodig. Het verblijf in het ziekenhuis duurt doorgaans 4 tot 5 dagen. Soms gaan er 3 tot 4 maanden overheen voordat de patiënt weer al zijn activiteiten kan hervatten. Ongeveer tweederde van de patiënten herstelt goed of volledig. Bij de meeste anderen wordt voorkomen dat de symptomen verergeren.

Wanneer de wervelkolom als gevolg van degeneratie door artrose instabiel is, kunnen wervels aan elkaar worden vastgezet. Door vastzetting neemt de mobiliteit echter af en kan de rest van de wervelkolom extra worden belast.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer