THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Multipele sclerose

Multipele sclerose (MS) is een aandoening waarbij stukjes myeline en onderliggende zenuwvezels in de hersenen en het ruggenmerg worden beschadigd of vernietigd.

De term ‘multipele sclerose' duidt op de vele (multipele) plaatsen waar verharding (sclerose) als gevolg van demyelinisatie van zenuwen optreedt. In Nederland lijden ongeveer 10.000 mensen aan multipele sclerose, vooral jongvolwassenen. De ziekte begint doorgaans op een leeftijd tussen de 20 en 40 jaar en komt vaker bij vrouwen dan bij mannen voor. De meeste patiënten met multipele sclerose kennen perioden van relatief goede gezondheid (remissies) afgewisseld met afmattende opflakkeringen (exacerbaties of schubs). Vaak verergert de aandoening in de loop van de tijd echter langzaam.

Oorzaken

De oorzaak van multipele sclerose is niet bekend, maar een waarschijnlijke verklaring is dat besmetting met een virus (mogelijk een herpes- of retrovirus) of een ander onbekend antigeen op een of andere manier een reactie opwekt tegen lichaamseigen weefsels (auto-immuunreactie (see Introductie)), meestal op jonge leeftijd. De auto-immuunreactie veroorzaakt ontsteking, vernietiging van myeline en beschadiging van de myelineschede en de onderliggende zenuwvezel.

Multipele sclerose lijkt een erfelijke component te hebben. Ongeveer 5% van de patiënten met de ziekte heeft een broer of zus die ook is aangedaan en bij ongeveer 15% lijdt een naaste familielid aan de ziekte. Ook ontwikkelt multipele sclerose zich eerder bij mensen met bepaalde genetische markers voor eiwitten (human leukocyte antigens (see Introductie)) die het lichaam helpen onderscheid te maken tussen lichaamseigen en lichaamsvreemd.

Ook omgevingsfactoren spelen een rol bij multipele sclerose. De kans om multipele sclerose te krijgen wordt beïnvloed door de plaats waar men de eerste 15 levensjaren doorbrengt. Multipele sclerose komt voor bij 1 op de 2000 mensen die opgroeien in een gematigd klimaat, maar slechts bij 1 op de 10.000 mensen die in een tropisch klimaat opgroeien. Multipele sclerose komt vrijwel niet voor bij mensen die rond de evenaar opgroeien. Het klimaat waarin men latere jaren doorbrengt, heeft geen invloed op het risico van het ontstaan van de ziekte.

Symptomen

De symptomen van multipele sclerose lopen sterk uiteen, zowel van persoon tot persoon als per periode bij dezelfde persoon, afhankelijk van welke zenuwvezels zijn gedemyeliniseerd. Demyelinisatie van zenuwvezels die zintuiglijke informatie geleiden, heeft abnormale zintuiglijke waarneming (sensorische symptomen) tot gevolg. Demyelinisatie van zenuwvezels die signalen naar de spieren geleiden, hebben bewegingsproblemen (motorische symptomen) tot gevolg. Vaak komen en gaan de symptomen, waarbij één of meerdere lichaamsdelen worden aangetast. De wisselende symptomen worden veroorzaakt door beschadiging van de myelinescheden, gevolgd door herstel, dat weer wordt gevolgd door nieuwe beschadiging.

Multipele sclerose kan onvoorspelbaar verergeren en verminderen. Er bestaan echter verschillende patronen waarin de symptomen optreden. Bij het ‘relapsing-remitting'-patroon worden opflakkeringen afgewisseld door remissies, waarin de symptomen stabiel zijn. Een remissie kan maanden tot jaren aanhouden. Een opflakkering kan spontaan optreden of door een infectie als griep worden opgewekt. Ook hoge temperaturen, zoals bij zeer warm weer, een warm bad of warme douche of koorts, kunnen opflakkeringen opwekken of de symptomen verergeren. Bij het primaire progressieve patroon wordt de ziekte geleidelijk erger zonder remissies, ook al kunnen er tijdelijk periodes voorkomen waarin de ziekte niet verergert. Het secundaire progressieve patroon begint met afwisselende opflakkering en remissie, gevolgd door geleidelijke verergering van de ziekte. Bij het ‘progressive relapsing'-patroon wordt de ziekte geleidelijk erger, maar wordt deze langzame verergering onderbroken door plotselinge opflakkeringen. Dit patroon is zeldzaam. Bij ongeveer 20% van de patiënten met multipele sclerose treden gedurende één periode symptomen op, waarna de ziekte niet of nauwelijks verergert. In zeer zeldzame gevallen wordt multipele sclerose kort na het ontstaan van de eerste symptomen snel erger, met ernstige invaliditeit of de dood tot gevolg.

Veelvoorkomende eerste symptomen zijn onder meer tintelingen, gevoelloosheid, pijn, een brandend gevoel en jeuk in de armen, de benen, op de romp of het gezicht en krachtsverlies of verminderde behendigheid in een been of hand. De patiënt kan ongewoon moe zijn. Lichte psychische of neurologische symptomen (zoals stemmingswisselingen, ongepaste vrolijkheid, euforie, depressie en apathie) kunnen voorkomen. Cognitieve problemen betreffen onder meer geheugenstoornissen, verminderd beoordelingsvermogen en onoplettendheid. Deze vage symptomen van demyelinisatie in de hersenen treden soms op lang voordat de ziekte wordt vastgesteld.

Bij sommige mensen ontstaan alleen oogsymptomen, zoals gedeeltelijke blindheid en pijn aan één oog, verminderd of wazig zien of verlies van het centrale gezichtsvermogen. Het perifere gezichtsvermogen wordt niet aangetast. Dergelijke symptomen zijn het gevolg van een ontsteking van de oogzenuw (optische neuritis). Oogbewegingen kunnen ongecoördineerd zijn, waardoor soms dubbelzien ontstaat (een aandoening die ‘internucleaire oftalmoplegie' wordt genoemd).

Wanneer het achterste deel van het ruggenmerg in de nek is aangetast, veroorzaakt het vooroverbuigen van de nek een elektrische schok of een tintelend gevoel dat langs de rug omlaag schiet, in beide benen, een arm of één zijde van het lichaam (een reactie die het ‘verschijnsel van Lhermitte' wordt genoemd). Dit gevoel duurt doorgaans slechts kort en verdwijnt wanneer de nek weer wordt gestrekt. Vaak wordt het gevoeld zolang de nek gebogen blijft.

Naarmate de ziekte verergert, kunnen de bewegingen onvast, onregelmatig en ineffectief worden. Spierzwakte en spasticiteit kunnen het lopen bemoeilijken en soms uiteindelijk onmogelijk maken. Multipele sclerose kan gedeeltelijke of totale verlamming veroorzaken. De spraak kan traag, onduidelijk en onzeker worden. In een laat stadium kunnen dementie en manie (overmatige opgetogenheid) ontstaan. De zenuwen die de blaas- en darmcontrole regelen, kunnen ook aangetast zijn, met als gevolg frequente en sterke aandrang om te urineren, vasthouden van urine, obstipatie en soms urine- en ontlastingincontinentie.

Als er steeds vaker opflakkeringen optreden, raakt de patiënt steeds meer, en soms blijvend, invalide. Ongeveer 75% van de patiënten met multipele sclerose heeft echter nooit een rolstoel nodig en bij 40% raken de normale activiteiten niet verstoord. De meeste patiënten met multipele sclerose hebben een normale levensverwachting.

illustrative-material.table-short 1

ALGEMEEN VOORKOMENDE SYMPTOMEN VAN MULTIPELE SCLEROSE
sensibele symptomen motorische symptomen psychische of neurologische symptomen
 

abnormale gewaarwordingen, zoals gevoelloosheid, tintelingen, pijn, branderig gevoel en jeuk

visusstoornissen, waaronder dubbelzien, gedeeltelijke blindheid en pijn in één oog, onduidelijk of wazig zien en verlies van het centrale gezichtsvermogen

moeilijk een orgasme kunnen bereiken, gevoelloosheid van de vagina en erectiele disfunctie (impotentie)

duizeligheid of vertigo

spierzwakte en onhandigheid

problemen met lopen of het evenwicht bewaren

tremor

ongecoördineerde oogbewegingen

problemen met blaas- en darmcontrole

obstipatie

stijfheid, onzekere gang, abnormale vermoeidheid

stemmingswisselingen

ongepaste opgetogenheid of wispelturigheid

depressie

onvermogen om de emoties te beheersen (bijvoorbeeld zonder reden huilen of lachen)

subtiele of duidelijke achteruitgang in de geestelijke vermogens

Diagnose

Doordat de symptomen sterk uiteenlopen, wordt de aandoening in een vroeg stadium niet altijd herkend. De arts houdt rekening met multipele sclerose bij jongere mensen die plotseling last hebben van wazig zien of dubbelzien of motorische problemen en abnormale zintuiglijke waarnemingen in verschillende delen van het lichaam vertonen. Wisselende symptomen en een patroon van opflakkeringen en remissies ondersteunen de diagnose.

Wanneer de arts multipele sclerose vermoedt, wordt als onderdeel van het lichamelijk onderzoek het zenuwstelsel zorgvuldig onderzocht (see Lichamelijk onderzoek). De oogzenuw kan ontstoken of ongewoon bleek zijn, zoals door onderzoek van de achterkant van het oog (netvlies of retina) met een oftalmoscoop (oogspiegel (see Symptomen en diagnose van oogaandoeningenFigures)) kan worden vastgesteld.

Er bestaat geen enkelvoudige diagnostische test, maar door laboratoriumonderzoek kan de arts multipele sclerose onderscheiden van andere ziekten die vergelijkbare symptomen veroorzaken, zoals aids, amyotrofe laterale sclerose (ALS), ontsteking van de slagaderwand (arteriitis), artritis van de nek, het syndroom van Guillain-Barré, erfelijke ataxie, lupus, de ziekte van Lyme, uitpuilende tussenwervelschijf, syfilis en een cyste in het ruggenmerg (syringomyelie).

De arts kan een lumbaalpunctie (ruggenprik (see Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwenFigures)) uitvoeren om een monster van de ruggenmergvloeistof te nemen. Het aantal witte bloedcellen en de eiwitconcentratie van de ruggenmergvloeistof kunnen hoger zijn dan normaal. De concentratie antilichamen in de ruggenmergvloeistof kan verhoogd zijn en bij 90% van de patiënten met multipele sclerose wordt een specifiek patroon van antilichamen gevonden.

Magnetische kernspinresonantie (MRI) is de beste beeldvormende techniek om multipele sclerose vast te stellen en wordt toegepast om de diagnose te bevestigen. Met deze techniek worden doorgaans gebieden met demyelinisatie in de hersenen en het ruggenmerg opgespoord. Met behulp van MRI met gadolinium, een paramagnetisch contrastmiddel, kunnen gebieden met recente demyelinisatie en actieve ontsteking worden onderscheiden van gebieden met langer bestaande demyelinisatie.

Soms wordt een onderzoek met evoked potentials (opgeroepen reacties (see (opgeroepen reacties))) uitgevoerd. Sensibele prikkels, zoals lichtflitsen, worden gebruikt om bepaalde gebieden van de hersenen te activeren en de elektrische reacties van de hersenen worden geregistreerd. Bij patiënten met multipele sclerose kan de reactie van de hersenen op prikkels vertraagd zijn, doordat de impulsgeleiding langs gedemyeliniseerde zenuwvezels verstoord is. Bij dit onderzoek kan ook lichte schade aan de optische zenuw worden vastgesteld.

illustrative-material.figure-short 1

Isolatie van een zenuwvezel

Isolatie van een zenuwvezel

Behandeling

Geen enkele behandeling voor multipele sclerose is in alle gevallen effectief. Corticosteroïden, de belangrijkste vorm van behandeling, worden gedurende korte periodes gegeven om directe symptomen te verlichten. Zo kan prednison oraal worden ingenomen of methylprednisolon intraveneus worden toegediend. Corticosteroïden lijken via onderdrukking van het afweersysteem te werken. Hoewel corticosteroïden de duur van de opflakkeringen kunnen verkorten, houden ze op lange termijn verergering van de invaliditeit niet tegen.

Intraveneuze corticosteroïden worden aanbevolen bij patiënten met een ontsteking van de optische zenuw, maar die geen andere symptomen van multipele sclerose hebben. Bij deze patiënten kan door orale toediening van corticosteroïden het risico van het ontstaan van andere symptomen van multipele sclerose toenemen.

Corticosteroïden worden zelden voor langere tijd gebruikt omdat ze veel bijwerkingen kunnen veroorzaken, zoals grotere gevoeligheid voor infectie, diabetes mellitus, gewichtstoename, vermoeidheid, afname van de botdichtheid (osteoporose) en zweren. Corticosteroïden worden naar behoefte gestart en weer gestopt.

Injecties met interferon-bèta verminderen de frequentie van de opflakkeringen en kunnen latere invaliditeit voorkomen of uitstellen. Injecties met glatirameracetaat kunnen aan patiënten met een vroege, lichte vorm van multipele sclerose vergelijkbare voordelen bieden. Het chemotherapeutische middel mitoxantron kan de frequentie van de opflakkeringen verminderen en de progressie van de ziekte vertragen. Het middel kan slechts gedurende 3 jaar worden gegeven, omdat het uiteindelijk tot hartbeschadiging kan leiden. Deze geneesmiddelen zijn werkzaam doordat ze de aanval van het afweersysteem op de myelinescheden beïnvloeden.

Andere veelbelovende behandelingen zijn onder meer andere typen interferon en gammaglobuline, die mede voorkomen dat het lichaam zijn eigen myeline aantast. De voordelen van plasmaferese (een techniek waarbij bloed wordt afgenomen, de afwijkende antilichamen eruit worden verwijderd en dit bloed vervolgens weer aan de patiënt wordt teruggegeven (see BloedtransfusieSidebar)) zijn niet bewezen. Sommige deskundigen blijven deze techniek echter aanbevelen bij ernstige opflakkeringen die niet met corticosteroïden onder controle worden gehouden.

Andere geneesmiddelen kunnen worden gebruikt om specifieke symptomen te behandelen. Zo kan het gebruik van baclofen, tizanidine of het kalmeringsmiddel diazepam spierspasmen verlichten. Oxybutynine, bethanechol of tamsulosine kunnen urine-incontinentie onder controle helpen te houden. Het anti-epilepticum gabapentine kan worden gebruikt om de pijn door abnormaliteiten in het zenuwstelsel te bestrijden. De bètablokker propranolol kan de ernst van tremoren doen afnemen. Amantadine, een middel dat soms bij de behandeling van griep wordt gebruikt, kan vermoeidheid verlichten. Antidepressiva als sertraline of amitriptyline kunnen worden gegeven om depressie te behandelen.

Patiënten met multipele sclerose kunnen vaak een actief leven blijven leiden, al kunnen ze snel vermoeid raken en daardoor een veeleisend leefritme niet volhouden. Regelmatige lichaamsbeweging vermindert de spasticiteit en houdt hart en bloedvaten, spieren en geest gezond. Voorbeelden van deze activiteiten zijn: op een hometrainer fietsen, wandelen, zwemmen en rekoefeningen doen. Fysiotherapie kan ertoe bijdragen dat evenwicht, loopvermogen en bewegingsbereik behouden blijven; ook kunnen hierdoor de spasticiteit en spierzwakte afnemen. Door blootstelling aan hoge temperaturen te vermijden, bijvoorbeeld door geen hete baden of douches te nemen, kan de verergering van symptomen worden voorkomen.

Patiënten die urine vasthouden, kunnen leren hoe ze zichzelf kunnen katheteriseren om de blaas te legen en patiënten met obstipatie kunnen regelmatig laxeermiddelen gebruiken of middelen die de ontlasting verzachten. Bij patiënten die verzwakken en zich niet gemakkelijk meer bewegen, kunnen drukzweren (doorligplekken (see Introductie)) ontstaan. De patiënten en hun verzorgers moeten daarom maatregelen treffen om drukzweren te voorkomen.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Andere primaire demyeliniserende ziekten

Figures
Tables
Disclaimer