THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Hypersomnie of overmatige slaap

Hypersomnie (overmatige slaap) is een aanzienlijke toename van het totale aantal uren slaap.

Bij hypersomnie, die minder vaak voorkomt dan slapeloosheid, is er sprake van een toename van minimaal 25% van het totale aantal uren slaap die langer dan enkele dagen aanhoudt. Hypersomnie is niet hetzelfde als een grotere slaapbehoefte gedurende een paar dagen of nachten na een periode van slaaptekort of na ongewone lichamelijke inspanning. In dergelijke situaties is extra slaap een normale reactie.

Hypersomnie kan wijzen op een ernstige aandoening, zoals een neurologische aandoening (bijvoorbeeld encefalitis, meningitis of een hersentumor), een hart- of longaandoening of leverinsufficiëntie. Hypersomnie kan ook een symptoom zijn van slaapapneu of een psychische stoornis (bijvoorbeeld hevige angst of depressie). Chronische hypersomnie die tijdens de adolescentie begint, kan een symptoom zijn van narcolepsie (slaapzucht). Hypersomnie kan ook door overmatig gebruik van slaapmiddelen worden veroorzaakt.

Tijdens het onderzoek van iemand die last heeft gekregen van extreme slaperigheid, vraagt de arts naar de stemming van de persoon, het slaap-waakritme en het geneesmiddelengebruik. Vaak kan degene die naast de betreffende persoon slaapt, de slaapafwijkingen het best beschrijven. De afwijkingen bestaan vaak uit snurken en onderbreking van de ademhaling (wat wijst op obstructieve slaapapneu) of tandenknarsen, schoppen en slaapwandelen. De arts kan het hart, de longen en de lever onderzoeken om vast te stellen of de overmatige slaapbehoefte door een aandoening wordt veroorzaakt. Een neurologisch onderzoek kan ook noodzakelijk zijn (see Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwen). Bij dit onderzoek kan een geheugenstoornis aan het licht komen of een ander probleem dat op een neurologische aandoening wijst. Als een neurologische aandoening wordt vermoed, wordt de patiënt met behulp van computertomografie (CT) of magnetische kernspinresonantie (MRI) onderzocht en doorverwezen naar een neuroloog.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Slapeloosheid

Next: Narcolepsie

Figures
Tables
Disclaimer