THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Slapeloosheid

Bij slapeloosheid (insomnie) is er sprake van problemen met in slaap vallen of doorslapen of van een gestoorde slaap waardoor men zich bij het ontwaken niet uitgeslapen of verkwikt voelt.Slapeloosheid is geen ziekte. Het is een symptoom dat diverse oorzaken kan hebben, zoals een onregelmatig slaap-waakritme, lichamelijke aandoeningen, geneesmiddelengebruik of -ontwenning, gebruik van grote hoeveelheden alcohol in de avond, emotionele problemen en stress. De oorzaak is vaak onrustgevoelens, nervositeit, depressie of angst. Soms is de oorzaak eenvoudigweg gebrek aan vermoeidheid. Sommige mensen leiden aan langdurige (chronische) slapeloosheid die niet of nauwelijks is terug te voeren op een lichamelijke aandoening, geneesmiddelengebruik of -ontwenning of stress.

Problemen met in slaap vallen komen zowel bij ouderen als bij jonge mensen veel voor. Ongeveer 10% van de volwassenen lijdt aan chronische slapeloosheid en ongeveer 50% heeft af en toe last van slapeloosheid.

Aangezien het slaappatroon verandert naarmate mensen ouder worden, denken ouderen vaak dat ze aan slapeloosheid lijden terwijl dat niet het geval is. Naarmate mensen ouder worden, slapen ze 's nachts vaak minder en doen ze vaker overdag een dutje. Het vierde slaapstadium, de periode van diepe slaap, wordt korter en verdwijnt uiteindelijk. Ook worden ouderen tijdens alle slaapstadia vaker wakker. Deze veranderingen zijn normaal en wijzen meestal niet op een slaapstoornis.

Er bestaan diverse vormen van slapeloosheid. Problemen met in slaap vallen, ‘inslaapstoornis' genaamd, komen veel voor wanneer iemand zich niet kan ontspannen en blijft nadenken en piekeren. Problemen met doorslapen, ‘doorslaapstoornis' genaamd, doen zich vaker voor bij ouderen dan bij jongere mensen. Mensen met deze vorm van slapeloosheid vallen normaal in slaap, maar worden een paar uur later wakker en komen dan moeilijk weer in slaap. Soms zakken ze weg en ontwaken weer uit een rusteloze, onbevredigende slaap. Vroegtijdig ontwaken, een andere vorm van slapeloosheid, kan op elke leeftijd een aanwijzing voor depressie zijn.

Een stoornis van het slaap-waakritme kan optreden bij mensen bij wie het slaappatroon ontregeld is. Ze vallen op oneigenlijke momenten in slaap en kunnen vervolgens niet slapen wanneer dat zou moeten. Dergelijke omkeringen van het slaap-waakritme zijn vaak het gevolg van een jetlag (vooral wanneer men van oost naar west reist), van onregelmatige nachtdiensten, veelvuldige wijzigingen van werktijden of overmatig alcoholgebruik. Soms zijn deze omkeringen een bijwerking van geneesmiddelen. Omkering van het slaap-waakritme komt veel voor bij mensen die in een ziekenhuis zijn opgenomen, doordat ze 's nachts vaak uit hun slaap worden gehaald. Slaappatronen kunnen ook verstoord raken door beschadiging van de ingebouwde biologische klok, bijvoorbeeld door encefalitis, CVA (‘beroerte') of de ziekte van Alzheimer.

Symptomen en diagnose

De symptomen bestaan onder andere uit prikkelbaarheid, vermoeidheid overdag en problemen met de concentratie of met presteren onder druk.

Voor een diagnose van ‘slapeloosheid' beoordeelt de arts het slaappatroon van de patiënt en vraagt naar het gebruik van geneesmiddelen, alcohol en drugs, eventuele psychische spanningen, de medische voorgeschiedenis en de mate van lichamelijke activiteit. Sommige mensen hebben minder slaap nodig dan anderen en daarom is een diagnose van ‘slapeloosheid' gebaseerd op de slaapbehoefte van de individuele patiënt.

Behandeling

De behandeling van slapeloosheid hangt af van de oorzaak en de ernst. Als slapeloosheid het gevolg is van een andere aandoening, kan de behandeling van die aandoening het slapen verbeteren. Bij de meeste mensen met slapeloosheid kunnen eenvoudige veranderingen in de manier van leven, bijvoorbeeld het aanhouden van een regelmatig slaap-waakritme, ervoor zorgen dat ze beter slapen.

Lichttherapie, waarbij iemand op de juiste tijden aan fel licht wordt blootgesteld, kan ervoor zorgen dat de biologische klok weer goed wordt gezet. Deze therapie is vooral geschikt voor mensen met een omgekeerd slaap-waakritme door jetlag, mensen met inslaapproblemen en mensen die gaan slapen en te vroeg wakker worden.

Wanneer een slaapstoornis de normale activiteiten en het gevoel van welbevinden van de persoon beïnvloeden, kunnen gedurende maximaal een week af en toe slaapmiddelen (hypnotica) worden gebruikt. De meeste slaapmiddelen zijn uitsluitend op recept verkrijgbaar. Slaapmiddelen die zonder recept verkrijgbaar zijn (vrij verkrijgbare middelen (see Slaapmiddelen)), bevatten het antihistaminicum difenhydramine of doxylamine. Deze middelen kunnen vooral bij ouderen bijwerkingen hebben.

Ouderen met leeftijdgerelateerde veranderingen van de slaap hoeven meestal geen slaapmiddelen te gebruiken. Aangezien de totale duur van de nachtelijke slaap vaak afneemt bij het ouder worden, slapen ouderen mogelijk beter als ze later naar bed gaan, vroeger opstaan of overdag minder vaak een dutje doen. Zelfs wanneer ouderen aan slapeloosheid lijden, veroorzaken slaapmiddelen vaak meer problemen (zoals verwardheid, vallen en incontinentie) dan de slapeloosheid.

Als slapeloosheid door emotionele spanningen wordt veroorzaakt, is behandeling ter verlichting van deze spanningen zinvoller dan een slaapmiddel. Mensen met slapeloosheid en depressie dienen door de arts te worden onderzocht en voor depressie te worden behandeld. De behandeling van depressie leidt vaak tot afname van de slapeloosheid. Sommige antidepressiva zorgen echter voor een directe verbetering van de slaap doordat ze een kalmerende werking hebben.

Melatonine (see Melatonine) wordt soms gebruikt bij de behandeling van slapeloosheid, vooral bij ouderen, bij wie een melatoninetekort kan bestaan. Het middel wordt soms ook gebruikt om het effect van een jetlag zoveel mogelijk te beperken. Het gebruik van melatonine is echter omstreden. Gedurende een korte periode (maximaal enkele weken) lijkt melatonine veilig te kunnen worden gebruikt, maar de effecten bij langdurig gebruik zijn onbekend.

De wetenschap neemt slaapstoornissen serieus

Mensen met allerlei soorten slaapstoornis worden voor onderzoek, diagnose en behandeling naar slaapcentra gestuurd. De volgende symptomen kunnen een reden zijn voor verwijzing naar een slaapcentrum:

  • overmatige slaperigheid overdag
  • slapeloosheid
  • afhankelijkheid van slaapmiddelen
  • onderbrekingen in de ademhaling
  • zwaar snurken of naar adem snakken
  • nachtmerries
  • abnormale slaap, waargenomen door een ander

Een eerste onderzoek in het slaapcentrum kan het volgende inhouden:

  • slaapanamnese, vaak met een logboek waarin het slaappatroon wordt bijgehouden
  • algemene medische voorgeschiedenis
  • lichamelijk onderzoek
  • bloedonderzoek
  • slaaponderzoek in het slaapcentrum

Polysomnografie gedurende de nacht en een multipele slaaplatentietest zijn twee voorbeelden van onderzoek dat in een slaapcentrum wordt uitgevoerd. Bij polysomnografie gedurende de nacht brengt iemand de nacht door in een slaapcentrum en worden elektroden op het hoofd geplaatst om de hersenactiviteit te registreren. Met deze informatie kunnen de slaapstadia worden gekarakteriseerd. Ook andere lichaamsfuncties, zoals de hartslag en het ademhalingspatroon, worden geobserveerd en geregistreerd. Deze procedure wordt toegepast om te zien of er sprake is van slaapapneu en bewegingsstoornissen tijdens de slaap (parasomnieën). Bij een multipele slaaplatentietest brengt iemand de dag door in het slaapcentrum om met tussenpozen van 2 uur vier of vijf keer een dutje te doen. Deze test wordt gebruikt om te zien of er sprake is van slaperigheid overdag, vooral door narcolepsie.

Manieren om beter te slapen

Houd een regelmatig slaap-waakritme aan: het best is elke avond op dezelfde tijd naar bed te gaan en, nog belangrijker, elke ochtend op dezelfde tijd op te staan, zelfs in het weekend.

Houd vaste gewoonten aan bij het slapengaan: door een vast activiteitenpatroon (zoals een rustige wandeling, naar zachte muziek luisteren, tanden poetsen, gezicht wassen en de wekker zetten) kan men in een slaapstemming komen. Deze routine moet elke avond worden gevolgd, thuis en elders.

Maak de omgeving slaapbevorderlijk: de slaapkamer moet donker en rustig zijn en niet te warm of te koud. Als geluiden de slaap verstoren, kan men oordoppen dragen, een ‘witte ruis'-generator of een ventilator gebruiken of dikke gordijnen in de slaapkamer ophangen om de geluiden buiten te sluiten.

Gebruik de slaapkamer voornamelijk om te slapen: de slaapkamer moet niet worden gebruikt om er te eten, te lezen, televisie te kijken, de rekeningen te betalen of andere dingen te doen die te maken hebben met wakker zijn.

Vermijd stoffen die de slaap verstoren: eten en drank met alcohol of cafeïne (zoals koffie, thee, cola en chocola) kunnen de slaap beïnvloeden, net als middelen die de eetlust onderdrukken en plasmiddelen. Deze stoffen moet men vooral niet vlak voor het slapengaan innemen. Stoppen met roken kan ook helpen. Door 's avonds veel alcohol te drinken wordt men 's ochtends vroeger wakker.

Gebruik kussens: een kussen tussen de knieën of onder het middel kan de lighouding comfortabeler maken. Mensen die last hebben van hun rug, kunnen op hun zij gaan liggen met een groot kussen tussen de knieën.

Sta op: wanneer het moeilijk is om slaap te komen, kan het beter zijn om op te staan en ineen andere kamer iets anders te gaan doen dan in bed te blijven liggen en steeds harder te proberen om in slaap te vallen.

Doe regelmatig aan lichaamsbeweging: door lichaamsbeweging is het vaak gemakkelijker om op een natuurlijke wijze in slaap te vallen. Lichaamsbeweging laat op de avond daarentegen stimuleert het hart en de hersenen waardoor men juist wakker blijft.

Ontspan: stress en zorgen zijn belangrijke belemmeringen om te kunnen slapen. Mensen die niet slaperig zijn bij het naar bed gaan, kunnen zich ontspannen door te lezen of een warm bad te nemen. Men moet proberen om de zorgen buiten de slaapkamer te laten: probeer vanaf een uur voor het slapen gaan te veel geestelijke prikkeling te vermijden.

Eet wat: door honger kan het moeilijk zijn om in slaap te vallen. Een licht tussendoortje, vooral iets warms, kan helpen.

Slaapmiddelen: niet zomaar innemen

Tot de meest gebruikte slaapmiddelen behoren kalmerende middelen, hypnotica en anxiolytica (angstverminderende middelen). De meeste middelen zijn redelijk veilig, maar ze kunnen allemaal hun effectiviteit verliezen zodra de gebruiker eraan gewend raakt. Slaapmiddelen kunnen ook ontwenningsverschijnselen veroorzaken wanneer het gebruik ervan wordt gestaakt. Al na een paar dagen kan staken van het gebruik van een slaapmiddel het oorspronkelijke slaapprobleem plotseling verergeren (zogenaamde ‘rebound-slapeloosheid', het tegenovergestelde van het gewenste effect) en de angst versterken. Artsen raden dan aan de dosis langzaam te verminderen. Het volledig afbouwen kan enkele weken duren.

De meeste slaapmiddelen zijn uitsluitend op recept verkrijgbaar omdat ze verslavend kunnen zijn en overdosering mogelijk is. Slaapmiddelen zijn vooral riskant voor ouderen en voor mensen met ademhalingsproblemen omdat ze de hersengebieden lijken te onderdrukken waar de ademhaling wordt gereguleerd. Ze verminderen tevens de alertheid overdag en maken autorijden of het bedienen van machines gevaarlijk. Slaapmiddelen zijn vooral gevaarlijk wanneer ze worden ingenomen in combinatie met alcohol, opioïden, antihistaminica (middelen tegen allergie) of antidepressiva. Al deze middelen veroorzaken sufheid en kunnen de ademhaling onderdrukken; dit maakt het gecombineerde effect extra gevaarlijk.

De meest gebruikte en veiligste slaapmiddelen zijn benzodiazepinen. Omdat ze de totale hoeveelheid REM-slaap niet verminderen, reduceren ze ook het dromen niet. Sommige benzodiazepinen blijven langer in het lichaam dan andere. Omdat het lichaam van ouderen minder goed in staat is geneesmiddelen af te breken en uit te scheiden dan dat van jongere mensen, bestaat bij hen een groter risico van sufheid overdag, onduidelijke spraak en valpartijen. Artsen proberen daarom geen langwerkende benzodiazepinen als chloordiazepoxide, diazepam, flurazepam en nitrazepam aan ouderen voor te schrijven.

Twee nuttige slaapmiddelen die geen benzodiazepinen zijn, zijn zopiclon en zolpidem. Ze zijn snelwerkend en helpen mensen met slapeloosheid beter te slapen zonder hun natuurlijke slaappatroon te veranderen. Ouderen lijken deze middelen goed te verdragen.

Barbituraten, ooit de meest gebruikte slaapmiddelen, en meprobamaat zijn minder veilig dan benzodiazepinen. Chloralhydraat is relatief veilig, maar ook zwak. Het wordt veel minder vaak gebruikt dan benzodiazepinen.

Sommige antidepressiva, bijvoorbeeld amitriptyline, kunnen verlichting geven bij slapeloosheid die samenhangt met depressie of bij vroeg ontwaken door paniekaanvallen; vooral bij ouderen kunnen de bijwerkingen echter een probleem vormen.

Dimenhydrinaat is een goedkoop, vrij verkrijgbaar geneesmiddel, waarmee incidentele of lichte slaapproblemen kunnen worden verlicht. Het is echter niet in de eerste plaats bedoeld als slaapmiddel en kan bijwerkingen hebben, in het bijzonder bij ouderen.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Introductie

Next: Hypersomnie of overmatige slaap

Figures
Tables
Disclaimer