THE MERCK MANUAL MEDICAL LIBRARY: The Merck Manual of Medical Information--Home Edition
Tips for better results

Section

Subject

Topics

Beschadiging van het zenuwstelsel door bestraling

Hoewel artsen hun best doen om tijdens bestraling bij kanker beschadiging van het zenuwstelsel te voorkomen, is dergelijke beschadiging soms onvermijdelijk. Symptomen van stralingsletsel kunnen plotseling of langzaam optreden, onveranderd blijven of verergeren en tijdelijk of blijvend zijn. Soms treden er pas maanden of zelfs jaren na beëindiging van de bestraling symptomen op.

Blootstelling van de hersenen aan straling kan acute encefalopathie veroorzaken, met vochtophoping in de hersenen (hersenoedeem) en neurologische verschijnselen als hoofdpijn, misselijkheid, braken, slaperigheid en verwardheid. Acute encefalopathie begint doorgaans kort na toediening van de eerste of tweede stralingsdosis, maar soms pas 2 tot 4 maanden na beëindiging van de radiotherapie. Doorgaans nemen de symptomen tijdens de bestraling af en door toediening van corticosteroïden als dexamethason kan hersenoedeem worden voorkomen of verminderd.

Symptomen van hersenbeschadiging die pas vele maanden of jaren na de radiotherapie optreden, worden ‘late bestralingsschade' genoemd. Deze effecten kunnen na de behandeling van een hersentumor bij volwassenen optreden of na preventieve bestraling bij kinderen met leukemie. Mogelijke symptomen zijn onder meer progressief verergerende dementie, geheugenverlies, moeite met denken, verkeerde waarnemingen, persoonlijkheidsveranderingen en een onzekere gang.

Bestraling van de hals of borst waarbij ook de wervelkolom wordt bestraald, kan bestralingsmyelopathie tot gevolg hebben. Deze aandoening veroorzaakt soms hetzelfde gevoel als een elektrische schok. Dit gevoel begint in de nek of rug, meestal wanneer de nek naar voren is gebogen, en schiet omlaag naar de benen. Patiënten met deze vorm van bestralingsmyelopathie herstellen doorgaans zonder behandeling.

Bestralingsmyelopathie die pas vele maanden of jaren na de radiotherapie ontstaat, wordt ‘late bestralingsmyelopathie' genoemd. Deze aandoening veroorzaakt spierzwakte, gevoelsverlies en soms het syndroom van Brown-Séquard. Bij dit syndroom is één kant van het ruggenmerg beschadigd, waardoor aan één zijde van het lichaam spierzwakte optreedt en aan de andere zijde verlies van pijn- en temperatuurgevoel. Aan de zwakke zijde van het lichaam kan de patiënt het vermogen verliezen te voelen waar de handen en voeten zich bevinden zonder ernaar te kijken (positiezin). Late bestralingsmyelopathie gaat meestal niet over en leidt vaak tot verlamming.

Zenuwen vlakbij de plaats die wordt bestraald, kunnen ook beschadigd raken. Zo kan bestraling van een borst of long zenuwen in de armen beschadigen en bestraling van de lies zenuwen in de benen aantasten. Hierdoor kan spierzwakte of gevoelsverlies optreden.

Last full review/revision February 2003

Back to Top

Previous: Neurofibromatose

Next: Introductie

Figures
Tables
Disclaimer